Mark Eyskens
Mark Eyskens
minister van Staat
Opinie

29/10/14 om 07:39 - Bijgewerkt om 07:39

'Te veel 'eigen-volk-eerst'-ideologie, te weinig erbarmen'

Het ongelijkheidsdebat krijgt een ingewikkelde dimensie zodra men er aspecten als gelijke kansen, discriminatie, diversiteit aan toevoegt, vindt Mark Eyskens. 'Ik wil eens een staatssecretaris voor migratie zien die een dag samenleeft met asielzoekers en de situatie aan den lijve ondervindt.'

'Te veel 'eigen-volk-eerst'-ideologie, te weinig erbarmen'

Asielzoekers manifesteren voor het kabinet van staatssecretaris Maggie De Block. © BELGA

Allerlei studies bevestigen dat niet alleen de inkomens- maar ook de vermogensongelijkheid in de wereld toeneemt. Zo blijkt dat in onze planeet 1 procent van de wereldbevolking ongeveer de helft van het aardse vermogen bezit. De Noord-Amerikanen leggen beslag op 35 procent van de globale rijkdom, Europa op 32 procent, China ook nog steeds op minder dan 10 procent, India op nauwelijks 2 procent en Afrika op niet eens 1 procent.

'België: meest gelijke land'

Uit de internationale statistieken blijkt ook dat België het meest gelijke land is van de wereld, want de rijkste 10 procent Belgen bezit "slechts" 47,2 procent van de rijkdom. In Frankrijk bezit 10 procent 53,1 procent, in Nederland 54,8 procent, in Duitsland 61,7 procent.

Bovendien behoren de Belgen tot de rijkste aardbewoners, met een totaal vermogen van meer dan 2.000 miljard euro. Die cijfers relativeren natuurlijk het gewicht van de overheidsschuld dat met zijn 430 miljard niet veel meer dan één vijfde bedraagt van de collectieve rijkdom. Toch neemt de ongelijkheid in de wereld en zelfs in België toe, wat ook wijst op relatieve verarming van de zwaksten in de samenleving.

De Franse econoom Thomas Piketty heeft een kanjer van een bestseller gepubliceerd over 'Het kapitalisme in de 21e eeuw', waarin hij de vergroting van de ongelijkheid uitgebreid aantoont en meteen een hele controverse heeft verwekt. Want terwijl de ongelijkheid toeneemt, blijkt de armoede, uitgedrukt als een percentage van de wereldbevolking, af te nemen. 50 jaar geleden moest ongeveer de helft van de wereldbevolking het stellen met één dollar. Vandaag is dit percentage - in constante koopkracht - gedaald tot 25 procent. Evenwel is door de kolossale stijging van de wereldbevolking - vandaag zijn we met 7,3 miljard aardbewoners - het aantal armen in absolute cijfers zeker niet gedaald. Soms ontstaat evenwel een paradox. Bij toenemende ongelijkheid wordt iedereen beter af, ook de armen. Terwijl bij afnemende ongelijkheid vaak iedereen verarmt.

Gelijke kansen, discriminatie, diversiteit

De armoede blijft inmiddels een brandend en dramatisch probleem. Tot op zekere hoogte bewijst Piketty met zijn boek een aantal evidenties. Elke student aan een behoorlijke faculteit economie leert dat in perioden van snelle technologische vooruitgang de ongelijkheid toeneemt. Bedrijven, die nieuwe producten lanceren en heel groot succes hebben - denken we maar aan de snufjes van de informatica - maken grote (monopolie)winsten, zodat ook de aandeelhouders daar beter van worden. Tevens leidt dit vaak tot het stijgen van de aandelenkoersen zodat rijke mensen met grote aandelenportefeuilles eveneens meer welgesteld worden.

Die toenemende ongelijkheid binnen grenzen houden kan gebeuren door gerichte belastingen, zoals een vermogensaanwinstbelasting. Een andere en misschien meer efficiënte methode bestaat erin de concurrentie te bevorderen zodat tussen de ondernemingen de overwinst afneemt. Ook kan men de duur van de brevetten en patenten beperken.

Het ongelijkheidsdebat krijgt echter een ingewikkelde maatschappelijke dimensie zodra men er ook aspecten als gelijke kansen, discriminatie, diversiteit aan toevoegt. In landen met grote ongelijkheid tussen de vermogens en de inkomens blijkt ook vaak de immigratie zeer aanzienlijk te zijn, als immigranten grote moeilijkheden ondervinden om zich in te schakelen in het arbeidsproces. In België is allang een debat aan de gang over onze omgang met het immigratiefenomeen. Verkiezingsuitslagen bewijzen dat politieke partijen, die op dit stuk een streng, min of meer protectionistisch, om niet te zeggen xenofoob standpunt innemen, goed scoren.

Hardheid of hartelijkheid

Zeer recentelijk had in de federale Kamer een heftig debat plaats over uitspraken van de nieuwe staatssecretaris voor migratie, die zich erg laatdunkend had uitgelaten over migranten afkomstig uit Afrika. Meteen werd door de beleidsman een mening vertolkt, die wijst op een wijdverspreid ethisch deficit, dat voor humanisten en personalisten totaal onaanvaardbaar is. Wanneer krijgen we eens een staatssecretaris voor migratie die in de Kamer zou aankondigen: 'collega's, het eerste wat ik wil doen, is pogen mij in de plaats te stellen van de immigrant en zijn levenssituatie aan den lijve te ondervinden. Ik wil een nacht doorbrengen met de daklozen in hun verloederde schuiloorden. Ik wil een dag gaan samenleven met asielzoekers in een gesloten centrum. Ook al zijn er misbruiken en is er profitariaat, toch zou ik nooit het lot willen ondergaan van deze sukkelaars. Er is in onze samenleving veel te veel hardheid en veel te weinig hartelijkheid. Veel te veel 'eigen-volk-eerst'- ideologie en veel te weinig erbarmen'.

Lees meer over:

Onze partners