Stiptheid treinen historisch laag

25/01/11 om 19:24 - Bijgewerkt om 19:24

In 2010 reed volgens de NMBS 85,7 procent van de treinen stipt, dus op tijd of met een vertraging van minder dan zes minuten.

Het stiptheidscijfer op het Belgische spoorwegnet bedroeg in 2010 85,7 procent, een daling van 3,2 procent ten opzichte van 2009. De stiptheid was daarmee het slechtst in dertien jaar.

Treinen zijn volgens de NMBS stipt als ze op tijd aankomen of een vertraging hebben van minder dan zes minuten. Vorig jaar reden volgens die criteria dus 14,3 procent van de treinen met vertraging.

Met inbegrip van de afgeschafte treinen zakt dhet stiptheidspercentage tot 84,2 procent. In 2010 werden 25.192 treinen afgeschaft, of 1,9 procent van het totaal.

De meeste vertragingen worden opgetekend tijdens de spitsuren, vooral de avondspits. De stiptheidscijfers in de ochtendspits, avondspits, daluren en weekends bedragen respectievelijk 83,7 procent, 79,3 procent, 88,2 procent en 89,9 procent.

De belangrijkste oorzaak van de vertragingen zijn defecten aan het rollend materieel (31,4 procent), gevolgd door incidenten op buitenlandse netwerken te wijten aan derden (16,4 procent) en de ongunstige weersomstandigheden (11,1 procent). Ook het incident in Buizingen heeft een invloed gehad op de stiptheidscijfers.

'Vijftigtal maatregelen'

Volgens de NMBS was 2010 een catastrofaal jaar wat stiptheid betreft. Woordvoerder Jochem Goovaerts wijst erop dat de technische problemen met de treinen een belangrijke factor zijn.

Om de vertragingen aan te pakken, worden op korte termijn een vijftigtal maatregelen genomen. Op middellange termijn is de instroom van nieuw materiaal gepland. Op lange termijn is er het nieuwe vervoersplan vanaf 2013.

Vervotte: 'cijfers zijn slecht'

Ook federaal minister van Overheidsbedrijven Inge Vervotte (CD&V) zegt in een reactie dat de cijfers slecht zijn. Ze wijst op de nood aan maatregelen op korte, middellange en lange termijn.

Elementen die een belangrijke rol spelen in de historische vertragingen zijn volgens haar de verouderde treinen, het gebrek aan extra materiaal, het feit dat meer dan de helft van de treinen
door het verzadigde Brussel moet en het enorm gegroeide reizigersaantal tijdens de voorbije jaren.

De minister wil onder meer dat de druk op de Brusselse
Noord-Zuidverbinding wordt verlicht en dat de structuur van de NMBS-groep wordt aangepakt.

Onze partners