Ward Peeters
Ward Peeters
Doctoraatsonderzoeker (Universiteit Antwerpen) naar de impact van sociale netwerken op onderwijs.
Opinie

14/06/17 om 14:06 - Bijgewerkt om 14:05

'Sexting, of hoe onze veilige online bubbel plots kan openbarsten'

Doctoraatsonderzoeker Ward Peeters (Universiteit Antwerpen) legt uit hoe het komt dat drie keer zoveel mensen seksuele beelden, genomen tijdens sexting, zien dan eigenlijk de bedoeling was.

'Sexting, of hoe onze veilige online bubbel plots kan openbarsten'

'De discussie moet durven ingaan op hoe onze sociale media werken en hoe ze het delen van dit soort beeldmateriaal zelfs in de hand kunnen werken.' © iStock

Op sociale media prijkt al wat ons lief en leed veroorzaakt, spreiden we onze mening tentoon voor al wie het wel of niet wil horen, en geven we ons soms volledig bloot.

Met het tragische overlijden van een vijftienjarige jongen nadat een naaktfoto van hem circuleerde op sociale media is het debat over sexting weer helemaal opengebroken. Maar hoe komt het dat dit soort beeldmateriaal zo'n eigen leven kan leiden online?

Delen

Sexting, of hoe onze veilige online bubbel plots kan openbarsten.

De cijfers van Child Focus liegen er niet om: 8,1 procent van de jongeren tussen 12 en 18 jaar oud heeft zich al weleens gewaagd aan sexting, het delen van naaktfoto's of video's via sociale media. Wat frappanter is, is dat 25,1 procent van dezelfde groep de laatste maanden ook zo'n foto of beeld gezien heeft.

Het contrast tussen zij die een beeld delen en zij die het zien kan worden toegeschreven aan het feit dat meningen, informatie en beeldmateriaal met één simpele druk op de knop gedeeld, gescreenshot en verspreid kunnen worden.

Is het dan zo dat onze kinderen en jongvolwassenen hier roekeloos en onwetend mee omspringen? Een simpele ja of neen zou de waarheid oneer aandoen, want seksuele exploratie is nu eenmaal deel van het volwassen worden. De discussie moet durven ingaan op hoe onze sociale media werken en hoe ze het delen van dit soort beeldmateriaal zelfs in de hand kunnen werken.

Online identiteit is afstand

Op sociale media hebben we als gebruikers allemaal onze online identiteit zelf opgebouwd. Iemands online identiteit wordt in het onderzoeksveld vaak beschreven als 'de beste representatie van zichzelf', of in ieder geval een representatie die nauw aansluit bij hoe we willen dat mensen ons zien. De beste selfie wordt ook maar bij de vijfentwintigste poging getrokken. De ruzie met een echtgenoot is dan weer niet iets wat we snel online gooien.

Deze online identiteit is secuur opgebouwd door onszelf, enerzijds, en door ons netwerk anderzijds. Ook de foto's waarin je getagd wordt, de pagina's die je vrienden leuk vinden en de richting waarin je netwerk zich beweegt op politiek en maatschappelijk vlak weerspiegelen wie wij zijn online. Dit heeft als gevolg dat, met die online identiteit, er ook een afstand gecreëerd is.

De afstand tussen profielen en identiteiten is groter dan men op het eerste gezicht zou denken. Een like en een reactie zijn nu toch de beste manieren om in contact te blijven? Dat is gedeeltelijk waar, maar profielen en content zijn daardoor ook heel vergankelijk omdat net deze snelle, quick fire reacties geen emotionele of persoonlijke connectie kunnen bewerkstelligen. In het beste geval kunnen ze een bestaande band in stand houden.

Delen

Het is nu eenmaal zo dat alles wat we binnenkrijgen via sociale media een inherente drang oproept om gedeeld te worden.

De bubbel van onze sociale media

Naast de afstand die vaak online gecreëerd is tussen mensen is er nog een eigenschap van sociale media die het ongebreideld delen van gevoelige content in de hand kan werken: onze eigen sociale mediabubbel. Alle content die online gedeeld wordt, komt bij bepaalde groepen terecht. Deze 'hubs' of 'bubbels' kunnen bewust of onbewust worden samengesteld, vaak vertrekkende vanuit gemeenschappelijke interesses, standpunten of offline relaties.

Omdat we in bubbels praten en delen, zijn de cijfers van Child Focus, 8,1 procent tegenover 25,1 procent, niet zo moeilijk te begrijpen. Het is nu eenmaal zo dat alles wat we binnenkrijgen via sociale media een inherente drang oproept om gedeeld te worden. Het feit dat berichten en beelden van sexting ook hieronder vallen verklaart waarom drie keer zoveel mensen dit soort beelden zien dan eigenlijk de bedoeling was.

Deeldrang

De combinatie van onpersoonlijkheid, deeldrang en het gemak van sharing leidt ertoe dat beeldmateriaal, eigenlijk voor de ogen van één persoon bedoeld, zo gemakkelijk verspreid wordt.

Een bijkomende factor is dat de dingen die we online doen meestal ook geen repercussies hebben in het dagelijkse, offline leven. Zo kan je een reactie posten, ontluisterende foto's delen en beeldmateriaal verspreiden, maar erna gezellig met de familie je voetjes onder tafel schuiven.

Offline zou dit niet werken, aangezien de afstand tussen de personen in kwestie minimaal is. Stel dat je een afgedrukte naaktfoto van jezelf aan iemand geeft in de echte wereld. Je ziet er meteen op toe dat die niet onmiddellijk gedeeld wordt. De deeldrang van de andere persoon is ook minder groot aangezien je een persoonlijke connectie hebt moeten aangaan.

Online is dat anders, omdat uitsluiting en het blokkeren van informatiekanalen en personen met een vingerknip gebeurt. Zo heeft de ontvanger namelijk controle over de eigen sociale mediabubbel. Door die afstand met de andere persoon, samen met de deeldrang en het feit dat er offline weinig repercussies zijn, komt het delen van persoonlijke, intieme beelden vaak voor.

De bubbel barst

De conclusie is duidelijk: niets blijft ongezien en niets blijft ongedeeld. In de huidige discussie blijkt nog maar eens dat onze sociale mediabubbels plots kunnen openbarsten en dat de acties die we online ondernomen hebben wel degelijk plots gevolgen in de echte wereld kunnen hebben.

Voor onder andere gebruikers, vrienden, ouders, leerkrachten en zorgverleners blijft het dus cruciaal om bewustwording te creëren, niet enkel bij zij die aan sexting doen of zij die delen, maar ook bij de groep kijkers. Alarmbellen moeten afgaan, en dat moet een reflex worden voor iedereen die zulke beelden te zien krijgt. Dat kan enkel met een doordreven sensibilisering die het probleem niet alleen bij de directe betrokkenen legt, maar die ook rekening houdt met de deeldrang van jongeren en de afstand die er bestaat tussen online en offline identiteiten.

Het werk van organisaties als Child Focus is en blijft dan ook meer dan nodig in onze wereld van online interactie. Ook zij hebben begrepen dat het niet heilzaam is om diegenen die sexten aan de schandpaal te nagelen.

Wat daarentegen wel kan helpen is het onderschrijven van de invloed van (hoe we omgaan met) een bepaald medium. Als het op ongewild delen van beelden aankomt, zitten we met andere woorden ook met een sociale mediaprobleem, waar afstand en deeldrang een cruciale rol spelen.

Zit je met vragen over zelfdoding? Neem dan contact op met de Zelfmoordlijn op het nummer 1813 of via www.zelfmoord1813.be. Speciaal voor jongeren is er ook Awel, op 102 of www.awel.be.

Onze partners