Maurits Vande Reyde (Jong VLD)
Maurits Vande Reyde (Jong VLD)
Voorzitter van Jong VLD
Opinie

07/05/16 om 11:11 - Bijgewerkt om 15:47

'Religie verdient geen uitzondering (en al zeker niet in het onderwijs)'

Godsdienstvrijheid in het secundair onderwijs is en blijft een apartheidsgedrocht. Het wordt tijd dat we lessen religie van het bord vegen, zegt Maurits Vande Reyde (voorzitter Jong VLD) in zijn wekelijkse bijdrage voor het schaduwparlement.

'Religie verdient geen uitzondering (en al zeker niet in het onderwijs)'

© belga

Terug van nooit weggeweest deze week: het debat religie op school. De katholieke onderwijskoepel liet weten dat 'anders'gelovigen voortaan ook hun plaats hebben in de leslokalen. Al is die plek dan wel vooral buiten de schooluren. Kwestie dat normale kinderen er niet te veel last van ondervinden. Die gesloten openheid is typerend voor de manier waarop jongeren op school leren omgaan met levensbeschouwelijke visies: ieder zijn kliekje, elk zijn eigen waarheid, kortom: een heus religieus apartheidsregime.

Vechtscheiding

Gek genoeg wordt het katholieke net in die absurde segregatie overtroffen door het gemeenschapsonderwijs. Daar moeten kinderen vanaf zes jaar kiezen welke religie het best bij hun onontgonnen zieltje past. Ze hebben daarbij de keuze tussen een paar willekeurig erkende godsdiensten, gaande van het katholicisme, de islam, jodendom tot zelfs de Anglicaanse leer, een geloof dat zes eeuwen geleden ontstaan is uit een ontspoorde vechtscheiding. Voor het dragen van symbolen wordt dan wel weer religieuze neutraliteit gepredikt. Kruisjes, keppels en spaghettivergieten zijn strikt verboden. Individuele expressie van religieuze identiteit kan dus niet, terwijl bij lessen levensbeschouwing juist alles vertrekt vanuit aparte godsdiensthokjes. Dat slaat helemaal nergens op.

Er zijn veel argumenten tegen deze schijnneutraliteit. De torenhoge kostprijs is daar één van. In het staatsonderwijs kost de religieuze salamiworst ons jaarlijks 300 miljoen euro. Dat is meer dan een volledige VRT. Een bedrag waarmee je bijna heel de wachtlijst voor broodnodige schoolgebouwen kan oplossen. In de plaats geven we het uit aan Jezus en Jahweh.

De echte angel zit nog dieper. Levensbeschouwelijke vakken gaan over identiteit. Onderwijs heeft de plicht leerlingen zo goed mogelijk te vormen over wat mens en maatschappij maakt tot wat ze nu is. Vertrekken vanuit godsdienst is dan de meest foute keuze die je kan maken. Religie wordt daardoor al op jonge leeftijd meteen iets speciaal, apart en onaantastbaar. En erger nog: een hogere orde die onherroepelijk deel zou moeten uitmaken van onze identiteit.

Individuele irrationaliteit

De uitzonderingsstatus van religie wordt er zo in het onderwijs ingebakken. Daar ligt de kiem van alles wat godsdienst zo problematisch maakt in een maatschappelijke context. We maken het onszelf moeilijk door het niet gewoon te laten bij de legitieme expressie van individuele irrationaliteit die religie zou moeten zijn.

De strijd tegen radicalisering bijvoorbeeld is door dit uitzonderingsprivilege op voorhand verloren. Meestal gaat het in die context over obscure gebedshuizen en ondoordringbare godsdienst-getto's. Ik kan me vergissen, maar misschien is ons eigen onderwijs nog de meest voor de hand liggende plek om meteen duidelijk te maken wat religie is: een kleine stroming in de grote maatschappelijke rivier, niet de middelpuntvliedende spil der dingen.

Niet dat leerkrachten levensbeschouwing conservatieve predikers zijn. Godsdienstles is evenmin de verkapte vorm van catechisme waarvoor het soms versleten wordt. Toch blijft het fout om kinderen aan te leren dat wie onder het vaandel van een religie vaart, zich altijd en overal mag beroepen op uitzonderingen. Stel je voor: bij vakken geschiedenis, Nederlands en esthetica eerst kiezen om vanuit materialistische, rationele dan wel postmodernistische optiek te starten. Dat zou natuurlijk belachelijk eng zijn. Nochtans doen we net hetzelfde wanneer het over identiteitsvorming gaat. Dat staat haaks op de taak om jongeren op te leiden tot kritische burgers.

Hoe het dan wel moet? Een vak burgerschap, esthetiek, meer filosofie en minder religie? Het zou alvast een stap vooruit zijn. Nog verstandiger zou zijn om al het levensbeschouwelijke niet in één vak te drummen. Maatschappelijke identiteit wordt geschept door een oneindige waaier aan invloeden. Waarom zou je daar niet meer aandacht besteden in vakken als geschiedenis, Nederlands, aardrijkskunde, wiskunde en biologie ? Zo wordt levensbeschouwing niet langer een afzonderlijke discipline. Hopelijk hebben de onderwijsnetten gauw het lef om die omzwaai te maken. Liefst ook binnen de lesuren.

Onze partners