Raad van State stelt prejudiciële vraag aan Grondwettelijk Hof over benoeming burgemeesters

27/05/13 om 12:01 - Bijgewerkt om 12:01

(Belga) De algemene vergadering van de Raad van State heeft vrijdag beslist om op vraag van het Vlaams gewest een prejudiciële vraag aan het Grondwettelijk Hof te stellen over de bijzondere wet die de algemene vergadering bevoegd maakt voor de beslechting van onder meer geschillen over de benoeming van burgemeesters in de faciliteitengemeenten. Zo deelt de Raad vandaag mee.

Raad van State stelt prejudiciële vraag aan Grondwettelijk Hof over benoeming burgemeesters

Zoals bekend zijn drie "aangewezen burgemeesters" - Véronique Caprasse (Kraainem), François Van Hoobrouck (Wezembeek-Oppem) en Daniem Thiéry (Linkebeek) - naar de Raad van State gestapt omdat Vlaams minister van Bestuurszaken Geert Bourgeois weigerde hen definitief te benoemen. Het Vlaams gewest vroeg daarop aan de Raad van State om een prejudiciële vraag te stellen aan het Grondwettelijk Hof over de overeenstemming van de bijzondere wet van 19 juli 2012, die de algemene vergadering van de Raad van State bevoegd maakt voor de beslechting van dergelijke geschillen, met het grondwettelijke gelijkheids- en niet-discriminatiebeginsel (artikelen 10 en 11 van de Grondwet) en de indeling van het land in vier taalgebieden, waarbij elke gemeente deel uitmaakt van één van deze taalgebieden (artikel 4 van de Grondwet). Het Vlaams Belang vroeg op 20 februari aan het Grondwettelijk Hof om de vernietiging van deze wet. Indien het Hof op die vraag zou ingaan, zou dat tot gevolg hebben dat de algemene vergadering de voorgeschreven procedure van de beroepsprocedure voor de aangewezen burgemeesters in de faciliteitengemeenten niet rechtsgeldig zou kunnen toepassen. De algemene vergadering wil eerst uitsluitsel over de grondwettelijkheid van de lopende procedure voor zij de ingestelde beroepen verder behandelt. Daarnaast stelde ze nog een subsidiaire vraag of een weigering voor de inwerkingtreding van de (vernietigde) wet kan ingeroepen worden om een nieuwe benoeming te weigeren. Door het stellen van de prejudiciële vraag wordt de termijn van 90 dagen waarbinnen de Raad van State uitspraak moet doen geschorst tot het arrest van het Hof over de vragen aan de Raad bezorgd is. (Belga)

Onze partners