Vrije Tribune
Vrije Tribune
Knack.be geeft hier een forum aan columnisten en gastbloggers
Opinie

28/01/16 om 09:11 - Bijgewerkt om 09:11

'Net zoals in de islam zijn er christenen die Bijbelse teksten op een fundamentalistische manier lezen'

'Pas vanaf de 17de eeuw werden de eerste voorzichtige stappen gezet om het goddelijke auteurschap van de bijbel in vraag te stellen', schrijven professoren Bijbelwetenschappen Hans Ausloos en Bénédicte Lemmelijn als reactie op een interview in Knack over de plaats van God in het maatschappelijk debat.

'Net zoals in de islam zijn er christenen die Bijbelse teksten op een fundamentalistische manier lezen'

In het interview "Na de ontkerkelijking is ook de ontmoskeeïng volop bezig" (Knack, 20 januari 2016) wordt gesteld dat, volgens radicale islamcritici, de jihad in de islam is ingebakken omdat deze in de Koran staat. Patrick Loobuyck repliceert in dit verband als volgt: "Er is een fundamenteel verschil in het statuut van de heilige teksten van christenen en die van moslims. Christenen aanvaarden dat de Bijbel geschreven is door profeten, evangelisten of andere auteurs. De Bijbel is mensenwerk, elk evangelie is een menselijke interpretatie van het leven van Jezus. In de islam ligt dat anders. De Koran is het letterlijke woord van God dat hij aan Mohammed heeft gedicteerd. Daarom ligt de interpretatie van de Koran heel gevoelig".

Delen

'Net zoals in de islam zijn er christenen die Bijbelse teksten op een fundamentalistische manier lezen'

Loobuycks opmerking is slechts correct, indien men een onderscheid maakt tussen fundamentalistische en niet-fundamentalistische christenen, hoe moeilijk dit onderscheid soms ook is. Immers, het aanvaarden van de Bijbel als menselijke literatuur, waarin mensen getuigen over hun geloof in God, is binnen het christendom relatief recent. Bovendien zijn nog steeds niet alle christenen hiervan overtuigd. Want net zoals in de islam waren en zijn er christenen die Bijbelse teksten op een fundamentalistische manier lezen als het "woord van God", waaraan men zich kost wat kost moet onderwerpen. Extreem zijn de christenen die - met de Bijbel in de hand - bloedtransfusies verwerpen en het creationisme propageren. Minder extreem misschien zijn kerkelijke leiders die leerstellingen proberen te onderbouwen met goed gekozen Bijbelcitaten, waarbij ze teksten die hen minder goed uitkomen doodzwijgen.

Tegenstrijdigheden in Bijbelse teksten

Allemaal echter schermen ze met de Bijbel als "woord van God". Dit hoeft ook niet te verwonderen. Immers, gedurende eeuwen was de samenleving een pre-kritische samenleving, waarin men ten aanzien van de Bijbel aannam dat deze woorden rechtstreeks door God aan menselijke auteurs, die met God in rechtstreeks contact stonden, waren ingegeven, zoals Mozes of de profeten. Ook dit mag niet verwonderen: zo presenteert de Bijbel zichzelf. Pas vanaf de 17de eeuw werden de eerste voorzichtige stappen gezet om dit goddelijke auteurschap in vraag te stellen. In het spoor van de Verlichting was deze benadering, aanvankelijk door enkelingen, vooral ingegeven door een kritische lezing van de Bijbelse teksten, die immers uitpuilen van tegenstrijdigheden.

Delen

'Een kritische houding ten aanzien van heilige teksten, waarbij men deze inderdaad als product des mensen aanziet, kan maar voor zover men de verworvenheden van de moderniteit van de 19de eeuw ernstig neemt.'

Het verzet tegen deze kritische benadering was niettemin groot: binnen het protestantisme lag het, aan het einde van de 19de eeuw, aan de wieg van het Bijbelse fundamentalisme; het katholieke antwoord was dat van de anti-modernistenstrijd, als gevolg waarvan er tot in de eerste helft van de twintigste eeuw kritische Bijbelwetenschappers monddood werden gemaakt. Niettegenstaande de verworvenheden van de kritische Bijbelwetenschap is ook vandaag het krampachtig vasthouden aan een pre-kritische Bijbellezing nog steeds schering en inslag.

Een kritische houding ten aanzien van heilige teksten, waarbij men deze inderdaad als product des mensen aanziet, kan maar voor zover men de verworvenheden van de moderniteit van de 19de eeuw ernstig neemt. Ten aanzien van de Bijbel werd toen reeds door Bijbelwetenschappers duidelijk gemaakt dat de Bijbelse teksten tegen een concrete historische achtergrond zijn ontstaan - die niet meer de onze is - en dat ze slechts accuraat kunnen worden begrepen indien ze tegen deze achtergrond worden gelezen. Bijbelteksten als rechtstreeks "woord van God" lezen kan derhalve slechts wanneer men de inzichten van de kritische Bijbelwetenschap, die intussen reeds een tweetal eeuwen oud is, terzijde schuift.

En het moet gezegd: net zoals er binnen het christendom (en het jodendom) mensen zijn die de verworvenheden van de Verlichting ernstig nemen en de Bijbelse teksten met kritisch inzicht benaderen, zijn er ook binnen de islam (en binnen alle godsdiensten die zich baseren op een "heilig" boek) mensen die deze teksten op kritische wijze lezen en ze interpreteren tegen de achtergrond van de historische situatie waarbinnen ze wellicht zijn ontstaan, om ze vervolgens niet als een heilig receptenboek, maar als existentiële literatuur te waarderen.

Alleen fundamentalistische lezers van 'heilige' teksten doen dit niet; zij houden krampachtig vast aan een lezing zoals deze in pre-moderne tijden hoogtij vierde.

(Hans Ausloos is professor Bijbelwetenschappen en Chercheur Qualifié van het FRS- F.N.R.S. aan de Faculté de Théologie van de Université Catholique de Louvain.

Bénédicte Lemmelijn is professor Bijbelwetenschappen en vicedecaan internationalisering aan de Faculteit Theologie en Religiewetenschappen van de KU Leuven.)

Onze partners