Stefan Grielens
Stefan Grielens
Algemeen directeur Vrije-CLB-Koepel vzw
Opinie

27/10/17 om 11:42 - Bijgewerkt om 12:05

M-decreet: 'We hebben vandaag geen nood aan simplistische of populistische oplossingen'

Stefan Grielens, directeur van de Vrije-CLB-Koepel, reageert verbaasd op een opiniestuk van SP.A over 'mistoestanden' rond het M-decreet. Uitgerekend voormalig SP.A-minister Pascal Smet zette die 'mistoestanden' mee op poten, schrijft Grielens.

M-decreet: 'We hebben vandaag geen nood aan simplistische of populistische oplossingen'

Pascal Smet als voormalig Vlaams minister van Onderwijs © Belga

Mevrouw Verlinden, waar was u de voorbije jaren? Wanneer we uw opiniebijdrage lezen, wordt het voor ons heel duidelijk dat we u gemist hebben toen het M-decreet door de toenmalige minister van onderwijs Pascal Smet, uw partijgenoot, vorm kreeg. In uw opiniebijdrage op Knack.be wijst u op een aantal pijnpunten van het M-decreet. Dat zijn terechte kritieken die we vanuit de CLB's tijdens de voorbereiding op het M-decreet - onder een socialistische minister - ook herhaaldelijk op tafel hebben gelegd. Jammer genoeg kregen we toen geen gehoor. Dat we nu gelijk krijgen, verheugt ons in het geheel niet. Het gaat hier over jongeren die in de kou blijven staan en u kan op ons rekenen dat we ons zullen blijven inzetten zodat alle jongeren zich optimaal kunnen ontplooien in het onderwijs.

Dat we u volgen in uw bekommernis voor de leerling houdt ons niet tegen om enkele bedenkingen bij uw analyse te maken. U trekt van leer tegen CLB's die zeggen dat de problemen van bepaalde leerlingen nog niet ernstig genoeg zijn om extra hulp te voorzien. Hiermee suggereert u dat het de CLB's zijn die unisono beslissen of een leerling in aanmerking komt voor ondersteuning of niet. Misschien heeft het te maken met uw trouw aan het beleidswerk van uw partijgenoot of met het feit dat u het dossier pas onlangs bent beginnen volgen, maar deze analyse houdt geen steek.

Delen

M-decreet: We hebben vandaag geen nood aan simplistische of populistische oplossingen

We zetten de feiten op een rijtje, om helderheid te brengen in dit complex dossier.

Met het M-decreet heeft de vorige Vlaamse regering een rem willen zetten op de toename van het aantal leerlingen in het buitengewoon onderwijs. Ze heeft dit gedaan door heel strikte voorwaarden te koppelen aan de toelating tot buitengewoon onderwijs via een diagnose door de CLB's. Tegelijk is de onderwijsinspectie versterkt met extra inspecteurs om toe te kijken of de CLB's deze voorwaarden nauwgezet volgen. Indien u hier een probleem mee heeft, is het niet naar de CLB's dat u moet kijken, maar naar uw collega's in het Vlaams parlement om de nodige decretale wijzigen door te voeren. Uw mikpunt zou de regelgeving moeten zijn, waar het CLB zich aan dient te houden.

Wij waren er altijd al van overtuigd dat kinderen niet zonder reden naar het buitengewoon onderwijs gingen. We hadden dan ook voorspeld dat er kinderen uit de boot zouden vallen door alleen in te zetten op het verstrengen van de toelatingsvoorwaarden. De kinderen die 'onterecht in het buitengewoon onderwijs zitten', heette dat toen in het politieke discours. Hoe vaak hebben we niet aangegeven dat eerst de ondersteuning in het gewoon onderwijs verder uitgebouwd moest worden om dan pas de toelatingsvoorwaarden voor het buitengewoon onderwijs te verstrengen. We stonden dan ook bijzonder positief tegenover de plannen over het ondersteuningsmodel om die leemte te vullen. Het was alleen rijkelijk laat.

Het CLB neemt de rol van toeleider naar extra ondersteuning op en doet dit aan de hand van een grondig diagnostisch traject met de leerling. Daarbij is het essentieel dat het perspectief van alle betrokkenen meegenomen wordt en dat iedereen achter de gekozen oplossing kan staan. Dat ouders en leerlingen zich niet betrokken weten bij de uiteindelijke beslissing kan dan ook niet. Indien dit effectief het geval zou zijn, vragen we om dit aan te kaarten bij het betrokken centrum.

Vooraleer er een vraag gesteld wordt aan het CLB naar bijkomende ondersteuning heeft de school al heel wat gedaan. Het zou dan ook niet mogen kunnen dat het CLB een diagnostisch traject opstart zonder dat duidelijk is welke problemen een leerling heeft, welke stappen de school al genomen heeft om een oplossing te bieden, wat er wel en niet gewerkt heeft. Laat staan dat ouders uit de lucht zouden vallen dat er zich een probleem stelt met het leerproces van hun kind.

Elke school in Vlaanderen voorziet in een zorgbeleid waarvoor de schoolinterne leerlingenbegeleiding instaat. Het is pas wanneer blijkt dat die inspanningen niet volstaan, dat de inzet van bijkomende ondersteuning wordt overwogen. Deze ondersteuning kan zowel binnen het gewoon als het buitengewoon onderwijs gegeven worden. Wanneer de bijkomende ondersteuning in het gewoon onderwijs gegeven wordt, is dat op basis van een samenwerking met scholen buitengewoon onderwijs die hun specifieke expertise ter beschikking stellen van de gewone school.

Deze samenwerking tussen buitengewoon en gewoon onderwijs bestond vroeger al, maar was erg statisch. Het ondersteuningsmodel dat vlak voor de zomer door het parlement goedgekeurd werd, zorgt ervoor dat de middelen flexibeler en voor meer leerlingen ingezet kunnen worden. De uitbreiding van de middelen daarbij was hoogstnoodzakelijk, al zal er altijd gediscussieerd worden of het wel genoeg is.

Delen

Er zijn criteria vastgelegd die het onmogelijk maken om alle leerlingen de zorg te bieden die ze nodig hebben.

Om het ondersteuningsmodel uit te bouwen heeft het parlement beslist dat er netwerken moeten gevormd worden. In deze netwerken dienen scholen gewoon onderwijs en scholen buitengewoon onderwijs elkaar te vinden om samen te bekijken hoe er binnen de regio een zo goed mogelijke ondersteuning voor alle leerlingen kan uitgebouwd worden. CLB's en pedagogische begeleidingsdiensten zijn partners van de scholen binnen deze ondersteuningsnetwerken.

De praktische organisatie van die ondersteuningsnetwerken staat nog niet overal op punt. Hierdoor is het niet altijd duidelijk wat men mag verwachten. Dat is ook logisch. Als je net voor de zomervakantie beslist dat er ondersteuningsnetwerken moeten komen, dan zijn die niet onmiddellijk operationeel. Alle betrokkenen hebben zich uit de naad gewerkt om de maatregel van de overheid zo snel mogelijk georganiseerd te krijgen. Want niet alleen moesten die ondersteuningsnetwerken zelf opgericht en geoperationaliseerd worden, ook de leerlingen die erdoor geholpen zouden moeten worden, moesten op de juiste plek aangemeld worden om de ondersteuning te kunnen opstarten. Die vertraging voedt verwarring en frustratie bij álle betrokken partners en vooral bij ouders en leerlingen die daardoor te lang in het ongewisse blijven.

Hierbij mogen we niet vergeten dat bij de oprichting van de ondersteuningsnetwerken iedereen wel zijn eigen idee bleek te hebben over de beslissing die het parlement genomen heeft. Niet het minst de parlementsleden zelf. Zo werd onder meer de indruk gewekt dat er ook een aanvraag kan gedaan worden zonder voorafgaande schoolinterne zorg of zonder dat er een diagnostisch traject doorlopen werd. Dat heeft twee -voor ouders- erg frustrerende gevolgen: er worden erg veel aanvragen ingediend die allemaal behandeld moeten worden (lees: wachttijden worden groter) en er moet veel vaker extra zorg geweigerd worden. Die weigering wordt dan verpersoonlijkt door de CLB's, die de zwarte piet toegeschoven krijgen.

We willen niet blind zijn voor de uitdagingen waar we vanuit de CLB's en vanuit de ondersteuningsnetwerken voor staan. Op zijn minst kan de communicatie nog veel verbeteren. Tegelijk willen we duidelijk maken dat inclusief onderwijs alleen zal lukken wanneer iedereen zijn verantwoordelijkheid opneemt: scholen gewoon onderwijs via het uitbouwen van een sterk zorgbeleid, CLB's via diagnostische trajecten, scholen buitengewoon onderwijs via het delen van hun expertise met het gewoon onderwijs. We hebben vandaag geen nood aan simplistische of populistische oplossingen.

Zijn er vandaag knelpunten bij de implementatie van het M-decreet? Uiteraard. Er zijn criteria vastgelegd die het onmogelijk maken om alle leerlingen de zorg te bieden die ze nodig hebben. Laat ons die knelpunten samen aanpakken en concrete oplossingen zoeken voor onze jongeren. We zullen voor iedereen die zich hierin kan vinden een loyale partner zijn.

Onze partners