Imane Elmrabet
Imane Elmrabet
Afgestudeerd aan de Erasmushogeschool Brussel als leerkracht Nederlands en islamitische godsdienst.
Opinie

29/09/17 om 11:58 - Bijgewerkt om 11:59

'Ik voel me niet onderdrukt door mijn religieuze overtuiging, wel door wie in mijn plaats keuzes wil maken'

'Als ik te horen krijg dat een school een weerspiegeling is van de maatschappij en dat hierbij geen religieuze symbolen horen, dan vraag ik mij af met welke bril we rondlopen in deze samenleving', schrijft Imane Elmrabet, die ook reageert op het boek 'Een tip van de sluier', van Karin Heremans.

'Ik voel me niet onderdrukt door mijn religieuze overtuiging, wel door wie in mijn plaats keuzes wil maken'

© istock

Karin Heremans, de directrice van het Koninklijk Atheneum in Antwerpen, vindt dat leerkrachten geen religieuze symbolen mogen dragen, meer specifiek een hoofddoek, omdat scholen streven naar neutraliteit. Maar wat betekent dit concreet?

Zelf ben ik leraar Nederlands en islamitische godsdienst van opleiding. Momenteel geef ik enkel islam, omdat het zogezegde neutraliteitsprincipe mij niet toelaat om als leerkracht Nederlands aan de slag te gaan, tenzij onder de voorwaarde: zonder een hoofddoek.

Als we op zoek gaan naar de betekenis van neutraliteit, dan komen we terecht bij: onpartijdig zijn, verbondenheid stimuleren, diversiteit erkennen en respecteren. Bovenal dient men deze diversiteit als meerwaarde te benutten.

Delen

Ik voel me niet onderdrukt door mijn religieuze overtuiging, wel door wie in mijn plaats keuzes wil maken

De hoofddoek die ik en vele anderen dragen, behoort tot onze identiteit. Het feit dat dit niet erkend of gerespecteerd wordt, door een verbod op te leggen voor leraren of eender welke functie, spreekt de neutraliteit tegen. Voor mij wordt het gebruik van deze term toegepast om de monden te snoeren van zij die graag hun job willen uitvoeren, mét hun hoofddoek aan. Het gaat nochtans om iemands kwaliteiten.

Verder merk ik op dat tegenreacties of opmerkingen omtrent deze kwestie, tijdens sollicitaties of gesprekken met politica, worden afgewimpeld of in andermans schoenen worden geschoven. Net zoals toen ik Karin Heremans te woord heb proberen te staan op dag van de nascholing 'Polarisering in de samenleving en hoe ermee omgaan'.

Zij zei toen: "Het beleid heeft voor deze maatregel gekozen, een hoofddoek vanuit religieuze overtuiging mag simpelweg niet gedragen worden bij bepaalde functies, lijkt mij nogal logisch." Naar wie concreet verwijst u wanneer u spreekt over hét beleid? En over welke logica gaat het? Voor mij zijn dit onbeantwoorde vragen. Men durft zelfs grondwetten, die tevens tegenstrijdigheden vertonen met zulke verboden, erbij te betrekken, maar duidelijke, onderbouwde argumenten zijn er niet. Zelfs op juridisch vlak behandelen rechters zaken met betrekking tot het hoofddoekenverbod niet op éénzelfde wijze. De ene vindt deze maatregel absurd, de andere stemt er mee in. Begrijpelijk, want volgens mij is dit veeleer een politieke kwestie.

Als ik te horen krijg dat een school een weerspiegeling is van de maatschappij en dat hierbij geen religieuze symbolen horen, dan vraag ik mij af met welke bril we rondlopen in deze samenleving. De diversiteit is zo groot, dat we er haast niet naast kunnen kijken. Uitspraken zoals deze verbazen mij, zeker in een democratisch land anno 2017. Men moet dringend accepteren dat de maatschappij niet meer diezelfde is van 50 jaar terug. Samenlevingen veranderen nu eenmaal. Dat Heremans de diversiteit dan als een meerwaarde ziet, betwijfel ik ten zeerste. Net zoals de vaak gehoorde bekommernis om het pluralisme. Integendeel, zulke verboden zorgen net voor voor verdeeldheid.

Delen

Zo voelt het aan: alsof ik niet geaccepteerd word.

In haar boek 'Een tip van de sluier' vertelt Heremans dat vrouwen de kans moeten krijgen zich te ontplooien, uit te gaan werken en zelf hun keuzes moeten maken. Waar in heel dit verhaal wordt deze uitspraak bevestigd? Want ik voel me alleszins beperkt in kansen door deze situatie. Het wordt mij moeilijk gemaakt om van een democratie te spreken wanneer mensen belemmeringen of beperkingen ondervinden op vlak van godsdienstvrijheid en de vrije openbare uitvoering (op vlak van kledij) daarvan. Iemands overtuiging zou niet in de weg mogen staan bij het proces van acceptatie. Want zo voelt het aan; alsof ik (we) niet geaccepteerd word(en). Hoe goedbedoeld het ook lijkt.

En de vraag of ik mij onderdrukt voel? Ja, ik voel mij onderdrukt, maar niet door mijn religieuze overtuiging of de mannen uit de islamitische samenleving, zoals geschreven wordt in 'Een tip van de sluier'. Eerder door mensen zoals Heremans zelf, die denken betere keuzes te kunnen maken voor mij.

Onze partners