Jan Nolf
Jan Nolf
Erevrederechter en justitiewatcher
Opinie

06/11/13 om 09:14 - Bijgewerkt om 09:24

Hoe zit het met de parlementaire onschendbaarheid van Wesphael na de dood van zijn vrouw?

De advocaten van Bernard Wesphael vroegen om de politicus vrij te laten op basis van zijn parlementaire onschendbaarheid. Maar 'heterdaad' is een evidente uitzondering van het gezond verstand waar de parlementaire onschendbaarheid tegen aanhouding niet kan tellen.

Hoe zit het met de parlementaire onschendbaarheid van Wesphael na de dood van zijn vrouw?

Bernard Wesphael © BELGA

De parlementaire onschendbaarheid wordt voorgeschreven door de Grondwet in artikel 59 en dat is geen toeval. Het gaat niet om een of andere "klassenjustitie" maar de bescherming van de democratie: bijgevolg iets wat de Franse Revolutie voor het eerst op papier zette in 1791 om willekeurige vervolging en politieke pesterijen tegen verkozenen uit te sluiten.

Parlementairen zijn mensen van vlees en bloed

Dus met alle passie die daar bij hoort: in 2008 vermoordde het Franse parlementslid Jean-Marie Demange zijn vriendin in Thionville nadat die gedreigd had hem te verlaten. Zijn parlementaire onschendbaarheid moest niet opgeheven worden, want hij pleegde zelfmoord met hetzelfde jachtgeweer.

Een meer politiek voorbeeld: toen de Griekse politie eind september een aantal partijleden van de neonazipartij Gouden Dageraad aanhield voor de moord op rapper Pavlov Fyssas, werden parlementairen niet zomaar opgepakt. Net zoals - in principe - bij ons de procedure voorziet werd de zaak eerst voor het parlement gebracht. Dat besliste op verzoek van de procureur-generaal half oktober tot vervolging van zes parlementsleden.

"Heterdaad" is een evidente uitzondering van het gezond verstand waar de parlementaire onschendbaarheid tegen aanhouding niet kan tellen.

Delen

Parlementaire onschendbaarheid is niet minnetjes

Wat is 'heterdaad'?

Dàt is pas een vraag die als hete procedure-aardappel in het onderzoek tegen Bernard Wesphael doorgespeeld wordt van politie naar parket, van parket naar onderzoeksrechter, van onderzoeksrechter naar raadkamer en van raadkamer nu naar de Kamer van Inbeschuldigingstelling (K.I.) . De hete patat belandt daarna in het Hof van Cassatie, dat geven we u op een briefje, wat de K.I. ook zal beslissen.

Wat 'heterdaad' is voelt iedereen wel met de klompen aan, maar toch geven we hier even de definitie van art. 41 Wetboek van Strafvordering (Sv).

Belangrijk: dat artikel bestaat uit 2 stukjes.

Het eerste luidt: "het misdrijf ontdekt terwijl het gepleegd wordt of terstond nadat het gepleegd is, is een op heterdaad ontdekt misdrijf". Sorry, enkel voor de duidelijkheid maar uw justitiewatcher is fan van de Franstalige versie die het heeft over "un crime qui se commet actuellement ou qui vient de se commettre". Heterdaad betekent dat het hoogstens "net gebeurd" is. Een andere Nederlandse vertaling (want dat wetboek werd uiteraard ooit eerst in het Frans opgesteld) luidt: "een misdrijf dat zoëven vastgesteld werd". Zo - even, daarnet dus. Rinkelt er een belletje ?

Het tweede lid van art. 41 Sv definieert de "met heterdaad gelijkgestelde gevallen", dus het meer uitgebreide begrip, namelijk "het geval dat de verdachte door het openbaar geroep wordt vervolgd en het geval dat de verdachte in het bezit wordt gevonden van zaken, wapens, werktuigen of papieren, die doen vermoeden dat hij dader of medeplichtige is, mits dit kort na het misdrijf geschiedt".

Groot probleem

Daar is voor de case Wesphael één groot probleem bij. Volgens de klassieke rechtspraak is die bijkomende reeks van "gelijkgestelde gevallen" niet toepasselijk als uitzondering op de parlementaire onschendbaarheid. Enkel "heterdaad" in de oorspronkelijke, zuivere - of enge - betekenis van het woord komt in aanmerking om een parlementair op te sluiten zonder toelating van zijn eigen parlement.

Hier toch nog eens geruststellen: die "uitzondering" van "heterdaad" belet geen latere vervolging, enkel dat een parlementslid bv. onmiddellijke aanhouding of voorhechtenis zou ondergaan zonder toelating van het parlement.

Eigenlijk is het in een democratische samenleving niet meer dan logisch: als een achtervolging door een meute of een "vondst" van wapens ook als "heterdaad" zou gelden, opent dat de poorten van de hel.

Dan is immers de verbeelding van de massa of de kunstgrepen van tegenstanders aan de macht. Die grendel is dus terecht: de strikte interpretatie van "heterdaad" is weerom geen klassenjustitie maar pure bescherming van een altijd tere en kwetsbare democratie. Meteen beschermt die "enge" interpretatie van 'heterdaad' onze rechtstaat waarvan we steeds mogen verwachten dat ze vandaag uw tegenstanders en morgen ... u zal beschermen tegen willekeur en dus tegen dictatuur.

Uitzondering

Misschien wordt voor de aanhouding van Bernard Wesphael op basis van stokoude rechtspraak toch een uitzondering gemaakt.

Inderdaad, ooit was 'overspel' een misdrijf waaraan ook parlementairen van vlees en bloed zich met overgave aan verspeelden.

Ons nog altijd elitaire Hof van Cassatie vond in 1928 dat voor de bewijslevering van overspel (toen nog verschillend misdrijf naargelang m/v !) "heterdaad" iets 'cooler' benaderd mocht worden. 'Heet in de daad' betrapt worden door de arm der wet, dat had voor die - eerder vleselijke dan vreselijke - daad ook toen zo zijn praktische problemen. Enkel de woeste bedrogene kwam dan wegens "passiemoord" in de slaapkamer voor assisen. De statistische kans door een parlementair bedrogen te worden vond slechts zelden zijn weg naar de juridische annalen.

Om dus in dat verband een juridisch heet verhaal kort te maken: "heterdaad" in het ondertussen lang afgeschafte misdrijf van 'overspel' mocht volgens Cassatie "een andere betekenis gegeven worden dan deze doorgaans voortvloeiend uit art 451 Sv.". Het zou dan volstaan dat "met zekerheid de geslachtsomgang met de gehuwde vrouw kan afgeleid worden".

Kunnen we uit dat soort van juridische brocante afleiden dat bij een verdenking van doodslag of moord door een volksvertegenwoordiger zo'n kort-door-de-bocht redeneringen 'pour les besoins de la cause' zouden voldaan om de 'heterdaad' te vervangen door een afgekoelde versie ? De redenering van het parket: we houden uw volksvertegenwoordiger aan en daarna openen we het échte onderzoek naar wat onmiddellijk duidelijk moest zijn: heterdaad. En enkele dagen later leggen we u op basis van die latere onderzoeken - tot een minutieuze lijkopening en een toxicologisch onderzoek toe - misschien uit waarom we dagen geleden voorspelden dat het om 'heterdaad' ging.

Ik heb lijkopeningen meegemaakt en herinner me ze tot vandaag, met de afschuw, stank - en soms het braken - dat daarbij hoort. Iets als "heterdaad" hebben mijn eminente professoren in de Gentse faculteit criminologie nooit ontdekt. Want 'heterdaad' is iets van het terrein en niet van het labo. Ook dat legendarisch academisch duo, Thomas en Timperman werkte slechts in de kilte van de operatiekamer achteraf: niet de hitte van de eerste actie.

Verdenking en verdachtmaking

We hebben het nu dus niet meer over heterdaad, maar verdenking en verdachtmaking, haaks op het vermoeden van onschuld dat niet alleen voor parlementairen, maar voor alle burgers geldt.

Die omgekeerde piste die de kar voor het paard spant opent dan de deur voor veel parlementaire - en dus democratische - onzekerheden. Het zet de deur op een gevaarlijke kier voor de belagers van de rechtstaat.

Het Brugse parket en het Gentse parket-generaal gokt er boven of er onder: dat blijkt alvast uit het antwoord van het Waalse Parlement dat zich niet aangesproken voelt want de vraag naar de opheffing van de onschendbaarheid werd 'as such' niet gesteld.

Het parket-generaal van Gent heeft het Waals parlement immers ook enkel "geïnformeerd". Dat is ook logisch, want bij 'heterdaad' is die opheffing van de parlementaire onschendbaarheid niet onmiddellijk nodig.

Op de persconferentie van donderdagavond deelde het Brugse parket een tekst rond over de verdachte "Westfaal". Voor het gerechtelijk onderzoek omtrent volksvertegenwoordiger Wesphael betekent dat slordigheidje in het perscommuniqué nog geen nietigheid.

Het is een hardnekkig misverstand, maar voorhechtenis is er niet om bekentenissen af te dwingen. Vrijgelaten verdachten verdwijnen inderdaad wel eens naar een ver land. Maar verdient dat niet de voorkeur boven de procedurevrijspraak van een aangehoudene.

Dat wordt nog een boeiend, zelfs letterlijk geboeid wespennest. Misschien zelfs een film: een nieuw Vonnis wenkt.

Onze partners