Vrije Tribune
Vrije Tribune
Hier geven we een forum aan columnisten en gastbloggers
Opinie

26/04/17 om 15:38 - Bijgewerkt op 10/08/17 om 15:26

'Hoe komt het dat studenten die uit het secundair onderwijs komen basiskennis van het Frans missen?'

'Je gooit een kind toch niet in het zwembad in de hoop dat het vanzelf leert zwemmen', schrijft Stijn Van Hamme (UGent). 'Zo is het ook voor wie vandaag Frans leert op school. Een harmonische samenhang tussen kennen en kunnen, daar wringt vandaag het schoentje.'

'Hoe komt het dat studenten die uit het secundair onderwijs komen basiskennis van het Frans missen?'

© /

Uit de voorstelling van de Onderwijsspiegel 2017 blijkt dat er ernstige problemen zijn met de kennis van het Frans bij één derde van de leerkrachten uit het basisonderwijs. De leraren geven zelf aan dat zij de Franse taal onvoldoende beheersen.

Dit verontrustende cijfer roept enkele serieuze vragen op. Ten eerste dient de vraag gesteld hoe deze leerkrachten erin geslaagd zijn een diploma te halen. Frans maakt immers deel uit van het te volgen curriculum. Wanneer de gediplomeerde leerkrachten zelf aangeven dat zij dat vakgebied eigenlijk onvoldoende beheersen, impliceert dit dat het in de lerarenopleiding aangeboden vak totaal niet aansluit bij de klasrealiteit (en dus niet of slechts onvoldoende voorbereid op het geven van Frans) van het lager onderwijs ofwel dat diploma's kunnen behaald worden zonder de vooropgestelde eindcompetenties (voldoende) te verwerven. Beide gevallen zijn ronduit onaanvaardbaar aangezien zij eigenlijk aantonen dat de lerarenopleiding zelf ernstige gebreken heeft.

Bovendien blijken de lacunes of het gebrek aan kennis van het Frans reeds bij aanvang van de lerarenopleiding. "Uit de eerste resultaten van de niet-bindende instapproef voor toekomstige leraren basisonderwijs blijkt trouwens ook dat de toets Frans het grootste struikelblok vormt", volgens onderwijsminister Crevits. De bewering van minister Crevits bewijst dat de lerarenopleiding er duidelijk niet in slaagt om gebrekkige kennis naar een hoger niveau te tillen. Opnieuw stelt zich de vraag of de inhoudelijke kwaliteit van deze opleiding (voor het vak Frans in dit concreet geval) wel afdoende hoog is en op welke manier er gequoteerd wordt.

Delen

'Hoe komt het dat studenten die uit het secundair onderwijs komen basiskennis van het Frans missen?'

Daarnaast dringt een tweede vraag zich op: hoe komt het dat studenten die uit het secundair onderwijs komen basiskennis van het Frans missen? Het behalen van een diploma secundair onderwijs is gelinkt aan de door de overheid bepaalde eindtermen. Voor het vak Frans zijn er dus een reeks basisbeginselen (gaande van werkwoorden correct kunnen vervoegen tot het kunnen interpreteren van een tekst) die moeten bereikt worden vooraleer men kan slagen. Dit is, op basis van de niet-bindende instapproef, duidelijk niet het geval. Hoe kunnen deze studenten dan hun diploma secundair onderwijs behaald hebben? Aangezien herexamens enorm zeldzaam zijn in het middelbaar betekent dit dat bepaalde scholen (en blijkbaar zeer veel) diploma's cadeau geven. Een afgrijselijke vaststelling, die echter verklaart waarom de resultaten van de internationale PISA-test in dalende lijn lopen voor Vlaanderen. Toch weigert minister Crevits deze conclusie om een of andere reden te trekken.

Ten derde zijn er eindtermen en de leerplannen. Deze zijn momenteel volledig gericht op de vaardigheden en dan hoofdzakelijk op het mondeling aspect hiervan. De basisidee hierbij is dat een taal wordt geleerd door deze te spreken. Deze insteek geldt niet alleen voor het basis onderwijs maar evenzeer voor het secundair. De huidige generatie leerkrachten zijn dus zelf het product van dit vaardighedenonderwijs. Het resultaat is dat zij zelf ervaren de taal, in dit geval het Frans, onvoldoende te beheersen. De methode dat alles cirkelt om de vaardigheden heeft dus duidelijk haar gebreken.

Delen

'Een harmonische samenhang tussen kennen en kunnen: daar wringt vandaag het schoentje.'

Hoe kan iemand zich correct uitdrukken zonder eerst de grammaticale kennis te verwerven? Deze kennis hoeft uiteraard geen doel op zich te zijn, maar is een basisvereiste. Men gooit een kind toch niet in het zwembad in de hoop dat het vanzelf leert zwemmen? De theorie van de zwembeweging is daarbij geen doel op zich, wel het kunnen toepassen van deze beweging. Hetzelfde geldt bij het leren van een nieuwe taal: eerst het theoretisch kader kennen en deze pas aansluitend kunnen toepassen. Kortom, een harmonische samenhang tussen kennen en kunnen. Daar wringt vandaag het schoentje: het utilitaire heeft dermate veel gewicht gekregen dat de kenniscomponent verwaarloosd wordt. Ik merk dit zelf bij mijn lessen Frans in het hoger onderwijs: de studenten zeggen zelf dat zij in het middelbaar eigenlijk weinig Frans geleerd hebben. Zo is het bijvoorbeeld (en vooral: helaas) niet ongebruikelijk dat leerstof uit het derde middelbaar herhaald moet worden wegens niet gekend.

Bindende instapproef?

Een dringende en vooral effectieve aanpak van dit probleem dringt zich dan ook op. Het niveau van de lerarenopleiding kan opgetrokken worden door de instapproef bindend te maken. Naar analogie met het toegangsexamen geneeskunde kunnen dan enkel de geslaagde studenten aan de lerarenopleiding beginnen.

Bijkomend zal ook het curriculum van de opleiding inhoudelijk versterkt moeten worden. Het is duidelijk dat het vak Frans de studenten niet (voldoende) voorbereidt op hun taak als leerkracht Frans (wat uiteraard slechts een onderdeel van hun uiteindelijke opdracht is). Men zal dus moeten nadenken over een hertekenen van dit vakgebied.

Tot slot zal ook de visie op taalonderwijs in het basisonderwijs en het middelbaar geoptimaliseerd moeten worden. Het vaardighedenonderwijs vertoont duidelijk gebreken die voor problemen zorgen. Men hoeft geen tabula rasa te maken, maar zal deze lacunes toch moeten aanpakken. Een herbalancering van het taalonderwijs, waarbij de kenniscomponent niet langer stiefmoederlijk behandeld wordt, is dan ook nodig.

Hopelijk gebruiken de beleidsvoerders deze resultaten om grondige conclusies te trekken, en het probleem bij de wortel aan te pakken.

Stijn Van Hamme is lesgever Frans aan de UGent, en werkt als praktijkassistent binnen de opleiding Bestuurskunde en Publiek Management. Hij gaf ook verschillende jaren Frans in het secundair onderwijs en is politiek actief bij Vlaams Belang.

Onze partners

Deze website maakt gebruik van cookies om uw gebruikservaring te verbeteren. Door verder te surfen, stemt u in met ons cookie-beleid. Meer info