Bart Caron (Groen)
Bart Caron (Groen)
Vlaams Volksvertegenwoordiger voor Groen
Opinie

19/04/15 om 13:14 - Bijgewerkt om 14:37

Het vergeten werk van de etnisch-culturele verenigingen

'De werkingen van etnisch-culturele verenigingen wordt vergeten in het debat over radicalisering en racisme. Nochtans hebben ze een groot emancipatorisch effect en dragen ze bij tot verdraagzaamheid', schrijft Bart Caron (Groen).

Het vergeten werk van de etnisch-culturele verenigingen

Migrantenvereniging © BELGA

De voorbije maanden debatteerde het Vlaams parlement haast permanent over radicalisering, over racisme en discriminatie, over inburgering en integratie. De sterkste uitwassen krijgen de meeste aandacht. Begrijpelijk maar niet zo logisch als je de antwoorden op de problemen wil geven. Minder spectaculair, en daarom bijna vergeten zijn de werkingen van de etnisch-culturele verenigingen. Elke dag, met veel inzet, veel vrijwilligers en weinig centen timmeren ze aan emancipatie, aan inburgering en integratie. Ze hebben een heel groot emancipatorisch effect en ze dragen bij tot verdraagzaamheid aan Vlaamse kant, en tot ontwikkeling en empowerment van mensen met een andere etnisch-culturele achtergrond.

Zoals de Vlaamse sociaal-culturele emancipatie

Onze eigen geschiedenis bewijst het. Hoe belangrijk voor arbeiders en landbouwers zijn hun sociaal-culturele organisaties niet geweest? De KWB, de Landelijke Gilde, de Gezinsbond of het Davidsfonds hebben parallel met de sociaaleconomische stappen, de sociale en culturele ontwikkeling van hun leden, grote groepen in de samenleving, bewerkstelligd. Wie durft hun belang te onderschatten voor hun gestage groei op de maatschappelijke ladder?

Delen

Het vergeten werk van de etnisch-culturele verenigingen

Wat de etnisch-culturele federaties doen, is niks anders dan een hedendaagse variant van hetzelfde soort emancipatorisch werk. Vandaag heet het werk maken van 'integratie', vroeger van 'volksverheffing'. Ze halen mensen uit de marginaliteit en stimuleren hen, individueel en in groep, actief en volwaardig deel uit te maken van de samenleving. De verenigingen hebben al altijd een belangrijke hefboom gefungeerd om integratie en emancipatie te bevorderen en te versnellen.

In 2011 stelde het Onderzoeksinstituut voor Arbeid en Samenleving (HIVA) vast dat die migrantenorganisaties, zoals ze vroeger werden genoemd, een zeer breed actieterrein hebben en eigenlijk veel meer doen dan alleen maar sociaal-cultureel werk. Ze blijken ook heel veel te worden bevraagd door de civiele samenleving, lokaal en met andere initiatieven van overheden op het Vlaamse en provinciale niveau, om hun mening te geven over thema's als Welzijn en Onderwijs. Dat kan alleen goed zijn.

Bij wijze van anekdote: tijdens heel levendig debat over integratie, met de vorige minister van Inburgering, bleek hij de etnisch-culturele verenigingen niet eens te kennen. Laat staan dat hij ze een rol toebedeelde in het integratiebeleid. Ze werden gesubsidieerd uit het potje van Cultuur, dus bleven ze buiten het gezichtsveld van het beleidsdomein 'Integratie en Inburgering'. Het verkokerde Vlaanderen ten top.

Delen

De spectaculaire groei van het aantal afdeling staat dus haaks op de dalende subsidie

Een sterke groei

Nogal wat mensen denken dat het sociaal-cultureel werk in Vlaanderen een neergaande trend vertoont. Dat is zeker niet het geval voor de etnisch-culturele federaties, integendeel. Het aantal aangesloten lokale verenigingen kende de afgelopen jaren een spectaculaire groei. Er zijn niet minder dan 1.751 lokale groepen. Tussen 2007 en 2013 kent meer dan de helft van de federaties een groei van meer dan 50%. Twee organisaties zijn zelfs verdubbeld in het aantal afdelingen. Gezamenlijk groeiden ze met 62% in 7 jaar tijd, van 1.078 naar 1.751. Het gaat om organisaties als de Federatie van Zelforganisaties in Vlaanderen (FZO-VL),de Federatie van Marokkaanse en Mondiale Democratische Organisaties (FMDO), de Unie van Turkse Verenigingen (UTV) of de Vereniging voor Ontwikkeling en Emancipatie van Moslims (VOEM). Er zijn er twaalf, van diverse pluimage.

Een afnemende ondersteuning

Hun groei staat in schril contrast met hun ondersteuning. De etnisch-culturele federaties verloren een pak middelen: 30% omdat hun aanvullende subsidie niet werd gehonoreerd en 11% via diverse kaasschaven. Ze krijgen nu nog (samen) 3.181.1450 euro. Het resultaat laat zich voelen. Het aantal beroepskrachten daalt. Het komt neer op 1 voltijdse kracht voor de ondersteuning van 29 afdelingen in 2013 tegenover 1 kracht voor 16 afdelingen in 2007.

Sven Gatz

Sven Gatz © Belga

De spectaculaire groei van het aantal afdeling staat dus haaks op de dalende subsidie. Dat is jammer. Want in de praktijk zien we dat het etnisch-cultureel middenveld een enorm groeipotentieel heeft , maar dat bij de federaties het water aan de lippen staat.

Dat de subsidie zo gedaald is, is 'te danken' aan de vorige minister van Cultuur, Joke Schauvliege (CD&V). Bij de vorige subsidieronde werden te weinig middelen vrijgemaakt om de groei te honoreren. Nieuwe erkenningen van verenigingen werden binnen het bestaande budget gehonoreerd. De taart werd niet groter, zodat de stukken kleiner werden. Het huidige decreet biedt deze organisaties ook te weinig groeikansen. Het bevestigt veeleer een status quo dan dat het uiting geeft aan de dynamiek binnen de sociaal-culturele sector.

Honoreer de rol van de etnisch-culturele verenigingen

Werk aan de winkel dus voor minister Sven Gatz (Open VLD). Voor hem is het een evidentie dat de etnisch-culturele federaties een belangrijke rol spelen in het diversiteitsbeleid. Zo stelde hij in een antwoord op mijn parlementaire vraag. De visitatiecommissie die de etnisch-culturele federaties mee evalueerde, geeft de grote sterktes van de etnisch-culturele federaties aan. De commissie stelt dat ze met relatief weinig middelen (en personeel) een erg grote impact creëren en dat het enorm relevante spelers zijn in het superdiversiteitsdebat in onze samenleving.

De minister zelf pleit in zijn beleidsteksten voor innovatie in het sociaal-cultureel werk om de diversiteit in de samenleving, maar ook in het sociaal-cultureel werk te versterken. Vooruit dus.

Het is hoog tijd dat de minister, samen met zijn collega's in de Vlaamse regering, de interculturaliserende en bruggenbouwende functie van deze organisaties erkent én honoreert. In onze superdiverse samenleving zouden we niet minder mogen verwachten. Zeker als we integratie willen bevorderen en radicalisering willen tegengaan.

Bart Caron, Vlaams volksvertegenwoordiger (Groen)

Onze partners