13/09/13 om 09:18 - Bijgewerkt om 10:12

Het minimalisme van Di Rupo I

Twee cijfers gelanceerd door begrotingsminister Olivier Chastel (MR) leggen de koers van Di Rupo I naar de verkiezingen vast: veel praten, veel claimen en vooral weinig doen.

Het minimalisme van Di Rupo I

Elio Di Rupo en Olivier Chastel © Belga

200 miljoen euro voor een economisch herstelprogramma en 400 miljoen euro die nog moeten gevonden worden voor de begroting van 2014. Dat zijn de twee kerncijfers waarmede Olivier Chastel (MR), de federale minister van Begroting, in een interview met de krant Le Soir uitpakt. Chastel behoort nu niet direct tot de zwaargewichten binnen de regering-Di Rupo I maar met deze twee cijfers zet hij toch de toon voor wat het resterende traject van de federale regering tot aan de verkiezingen van eind mei volgend jaar zal gaan worden.

Gemeten aan de hand van het Bruto Binnenlands Product staat de Belgische economie dit jaar voor afgerond 380 miljard euro. Een stimuleringsprogramma ter waarde van 200 miljoen euro vertegenwoordigt dus ... 0,06% van het BBP. Een klassieke homeopathische behandeling is veel straffer voor een patiënt dan de kuur welke Chastel in het vooruitzicht stelt voor de Belgische economie. Uiteraard zou men ook diverse maatregelen in overweging kunnen nemen die de economie ten goede komen en geen of nauwelijks geld kosten aan de overheid. We denken dan aan ingrepen op de arbeidsmarkt (ontslagvergoedingen bv.) en aan vereenvoudigingen en stroomlijningen in ons regulatoir spinnenweb. Chastel rept met geen woord over dit type van ingrepen.

Delen

'De weg van Di Rupo I naar de verkiezingen: veel praten, veel claimen en vooral weinig doen'

Johan Van Overtveldt

400 miljoen euro om de begroting voor volgend jaar op koers te houden, is het tweede kerncijfer meegegeven door Olivier Chastel. Dit jaar zullen we over het geheel van onze overheden uitkomen op een begrotingstekort van 2,7% van het BBP of afgerond 10 miljard euro. Met die 400 miljoen nu aangekondigd, komen we ergens tussen de 2% en 2,5% uit qua deficit, afhankelijk van hoe men de evolutie van de groei en de inflatie naar volgend jaar toe inschat. Het laat zich raden dat men terzake aan de zeer optimistische kant zal gaan zitten. Zulk een aanpak typeert alle regeringen en zal dus zeker aan de orde zijn voor een verkiezingsjaar.

De genoemde deficits zijn omwille van twee redenen veel te groot voor België. Ten eerste, onze overheidsschuld klom recent terug boven de 100% van het BBP uit. Ontstaat er commotie op de markten - en er kan gif op ingenomen worden dat die er komt (denk aan de afbouw van de monetaire stimuleringsprogramma's) - dan ben je extra kwetsbaar met dergelijke schuldniveaus, zeker binnen de eurozone. Bovendien is er ook het gegeven dat eens overheidsschuld boven de 80 à 90% van het BBP gaat uitsteken er een constante afremming van de economische groei optreedt. Minder groei maakt de budget- en schuldenproblematiek sowieso acuter.

Ten tweede volstaat het om de rapporten van de Vergrijzingscommissie en de commentaren van instellingen als het IMF en de OESO er op na te lezen om te beseffen dat we in België absoluut onvoldoende voorbereid zijn op de vergrijzingsgolf die de komende twee tot drie decennia over het land gaat spoelen. Chastel mag beweren dat de begroting onder controle is maar zou er eerlijkheidshalve moeten aan toevoegen dat dit hooguit geldt voor de korte termijn. Op langere termijn blijven onze publieke financiën op een volstrekt onhoudbare koers. De situatie inzake de ambtenarenpensioenen mag tekenend heten voor dat gegeven.

De twee net opgesomde elementen zijn op zich al voldoende om een strengere begrotingsaanpak dan die gehuldigd door Di Rupo I (en de andere geledingen van onze staat) te verrechtvaardigen. Het vaak gehoorde tegenargument dat je bij forsere terugdringing van het begrotingsdeficit de economie nog meer in de wielen rijdt, snijdt geen hout, zeker niet als er bij verdere sanering vooral de nadruk wordt gelegd op vermindering van de uitgaven. België is een zeer open economie waarbij grosso modo de helft van de koopkracht sowieso naar het buitenland vloeit. Koppel sterkere vermindering van het begrotingstekort aan herstelmaatregelen voor het concurrentievermogen en de economie gaat er op vooruit, niet achteruit.

Bij monde van begrotingsminister Olivier Chastel laat de regering-Di Rupo I weten dat ze de rest van haar parcours gaat uitrijden op dezelfde wijze als het tot nu toe afgelegde traject. Er gaat heel veel gepraat worden over ingrepen allerhande, diverse initiatieven gaan genomen worden maar aan het einde van de rit blijken die nauwelijks wat voor te stellen. Denken we bijvoorbeeld aan de zogenaamde grote pensioenhervorming (een maat voor niets), aan de ingrepen inzake loonkosten (een uitslaande brand bestrijden met een waterpistool) en aan het terugdringen van de fiscale druk (nam enkel maar toe). Wat we zeker ook gaan vernemen, is dat als de herneming zich echt doorzet de pluimen daarvoor op de hoed van Di Rupo I mogen. Zet dat herstel zich niet door dan zal de schuld daarvoor overvloedig bij de internationale context en/of de vermaledijde financiële markten gelegd worden.

Onze partners