Leo Neels
Leo Neels
Docent Mediarecht aan de K.U. Leuven en UAntwerpen en algemeen directeur van de denktank Itinera.
Opinie

05/02/16 om 17:02 - Bijgewerkt om 13:07

'Gentse verkrachtingszaak: moeten we niet voorzichtiger leren omgaan met rechtspraak?'

Recht brengt rationaliteit en proces in emotionele zaken, schrijft Leo Neels. 'Krijgen we die ook in journalistiek?'

Er werd met verontwaardiging en ongeloof gereageerd op het vonnis van de Gentse rechtbank in een verkrachtingszaak. Een vrijbrief voor mannelijke verkrachters, een signaal aan verkrachte vrouwen dat justitie hun klacht niet ernstig neemt. Dat is vandaag de overheersende teneur in commentaren op het vonnis.

"Rechter praat verkrachting goed", titelt De Morgen. Doet een rechtbank - drie magistraten, twee vrouwen en een man - dat wanneer zij de verkrachter schuldig verklaart? Wanneer zij aan de publieke veroordeling haar negatieve kwalificaties toevoegt die geen enkele twijfel laten over de afkeuring voor zijn daad?

Rechtspraak onttrekt misdrijven aan standrechtelijke veroordeling, brengt rede in de beoordeling, weegt rationeel af in vaak emotionele zaken. Dat is een van de grote verworvenheden van de rechtsstaat. Geen wraak, maar recht.

Magistraten oordelen op grond van een omstandig schriftelijk dossier, zij horen de strafvordering van het Openbaar Ministerie, zij ondervragen slachtoffer en beschuldigde, zij laten de advocaten van beide partijen aan het woord en lezen hun schriftelijke conclusies en documenten.

Geen enkele commentator beschikt, bij de uitspraak van het vonnis, over dat dossier en die kennis. Geen enkel magistraat zou durven oordelen, laat staan veroordelen, op een zo dunne basis als de commentatoren van het vonnis. Geen enkel commentaar onderneemt een poging om de emotie van de zaak te overstijgen, om naar de kern te gaan.

Delen

Gentse verkrachtingszaak: moeten we niet voorzichtiger leren omgaan met rechtspraak?

Die kern is dat een strafrechter uitspraak doet over drie elementen: schuld, strafmaat en schadevergoeding.

Eerst de schuld. De Gentse rechtbank sprak een forse schuldigverklaring uit verkrachting.

Het tweede onderdeel is de passende strafmaat. Die moet gemotiveerd worden op basis van alle elementen van feitelijke en emotionele aard, rekening houdend met alle omstandigheden. Dat gaat niet meer over de vraag of er verkrachting was, dat gaat enkel nog over de passende strafmaat. Hier heeft de rechtbank opschorting uitgesproken. Opschorting is niet niets, de schuldige dader krijgt later, bij de eerste veroordeling voor andere strafbare feiten, meteen een straf voor het eerste feit. Opschorting dient uitgebreid gemotiveerd.

Juist die motivering werd aangegrepen om het vonnis zonder meer weg te honen, ook door sommige strafrechtexperten. Dat verwondert, omdat het een wettelijk volkomen geldige wijze van rechtspreken is. Niemand die daar de aandacht op vestigde.

Het derde onderdeel was de schadevergoeding, en naar verluidt werd de integrale vergoedingseis van het slachtoffer ingewilligd.

Er is dan recht gesproken. Voorlopig, in eerste aanleg.

Zouden we met rechtspraak niet iets voorzichtiger moeten leren omgaan? Zou het denkbaar zijn dat commentatoren en buitenstaanders zouden aannemen dat personen die beroepshalve rechtspreken op grond van een volledig schriftelijk dossier en van hun ondervraging van de beide partijen, in redelijkheid tot een rechterlijke beoordeling komen die niet noodzakelijk spoort met de emotie van de dag? Zou het ook kunnen normaal gevonden worden dat een rechtbank oordeelt over de daad van de éne, concrete beschuldigde en de effecten daarvan op diens slachtoffer, en niet over verkrachtingen in het algemeen of seksuele vrijpostigheid in de vaart der volkeren? Zou het ook kunnen dat de rechtbank zich zo nauwgezet mogelijk van haar taak heeft willen kwijten in een schriftelijke en uitputtende motivering die men misschien grondig en genuanceerd moet afwegen?

Ja, dat kan allemaal, en al zulke zaken zouden geleid hebben tot goede, zelfs zeer goede journalistiek. Die moet immers kritisch zijn, zeker ook ten opzichte van de onafhankelijke rechterlijke macht. Media functioneren als publieke waakhond daarvan, maar niet als keffer of als vechthond. Ze mogen stelling nemen, zeker, maar toch liefst op grond van een voldoende feitelijke basis. Die leek hier toch vooral te bestaan op uit emotionele golf. En opvallend is dat sommige experten daar gewoon in meegaan.

Magistraten kunnen zich niet verdedigen: zij spreken recht, en zijn met de motivering van hun vonnis uitgesproken. Dat verhindert geen kritische pers, maar ze moet er misschien wel eens aan denken dat magistraten nooit mogen en kunnen reageren.

Dat deed gelukkig toch wel de Gentse persrechter, Mevr. Dossche. In het VRT-journaal zag u slechts een fractie van haar reactie. Spijtig toch, waarom wegvluchten voor de nuance en het kader? Niemand anders gaf het, de persrechter verwoordde het perfect. Als de redactie zulke reacties heeft, waarom dan de emoties uit alle hoeken blijven belichten en de toelichting weglaten? Zijn daar goede redactionele redenen voor? Andere dan oppervlakkigheid, emotionaliteit of populisme?

In de Kamer moest de Justitieminister al direct vragen beantwoorden van Kamerleden. Koen Geens zal hogere straffen voorbereiden voor verkrachting, en wacht "met vertrouwen" het hoger beroep af, zo zie hij prompt. Ai ai ai, een lid van de uitvoerende macht dat impliciet maar duidelijk kritiek geeft op een concrete rechterlijke uitspraak van de onafhankelijke rechterlijke macht, in een zaak die nog aanhangig is, en met een allusie op de behandeling in hoger beroep. Ongepast in een rechtsstaat. Daarover geen Kamervraag, daarover geen journalistiek commentaar.

Kortom, recht is een hardnekkig fenomeen in de samenleving: het brengt rationaliteit en proces in emotionele zaken. Krijgen we die ook in journalistiek?

Onze partners