Annemie Turtelboom
Annemie Turtelboom
Minister van Justitie (Open VLD)
Opinie

24/02/14 om 15:46 - Bijgewerkt om 15:46

Een naam voor uw kind: een discriminatie opheffen verstoort inderdaad de rust

Ons land staat geïsoleerd in het handhaven van het verzet tegen de mogelijkheid dat vrouwen een evenwaardige kans als mannen krijgen om hun kind hun naam te geven.

Kunnen we ons vandaag nog voorstellen dat vrouwen geen stemrecht hebben? Of dat de loonkloof tussen man en vrouw een vaststaand gegeven is, waarvan we vooral niet moeten proberen ze te dichten? Of dat vrouwen zodra ze kinderen krijgen, thuis moeten blijven om het huishouden te runnen?

Toch stuit ik vandaag op verzet bij mijn poging om aan vrouwen een evenwaardige kans als mannen te geven om hun kind naar hen te noemen. Met mijn wetsontwerp op de naamsoverdracht aan het kind (Kamer, stuk 53/3145) vang ik behoudsgezinde reacties: alles gaat toch goed, niemand vraagt hier om, dit verstoort de stabiliteit, er is meer debat nodig.

Nochtans staan we geïsoleerd met het handhaven van die discriminatie. In Duitsland, Nederland, Frankrijk en Luxemburg kunnen man en vrouw samen beslissen welke van hun beide namen zij doorgeven aan al hun gezamenlijke kinderen. In Frankrijk hebben de ouders bovendien ook de keuze hun beide namen samen te voegen (of één van hun namen, bij een al bestaande dubbele naam) . In al die landen bestaan uiteenlopende procedures voor conflictsituaties, meestal vrij eenvoudig.

Onze buren hebben dat gedaan onder impuls van het internationaal recht. Sinds 1979 bestaat een VN-verdrag tegen discriminatie van vrouwen, dat in artikel 16 aan echtgenotes 'het recht een achternaam te kiezen' verzekert, op gelijke voet met de echtgenoot. In opvolging van een aantal uitspraken van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, heeft ook de Raad van Europa al verscheidene malen resoluties aangenomen opdat aan de discriminatie inzake naamkeuze een eind zou worden gemaakt.

Vandaar dus dat onze Raad van State, in zijn advies op mijn wetsontwerp, aandringt om verder te gaan, als we inderdaad consequent willen zijn met de internationale rechtsevolutie. In de uitleg bij de wet (Memorie, p. 11-12) hebben we overigens beschreven waarom we de Raad niet zijn gevolgd in zijn aanbeveling de systemen van Luxemburg en Frankrijk tot inspiratie te nemen.

'Een belangrijk element van herkenbaarheid en afstamming, en dus van continuïteit tussen generaties, wordt nog maar eens opgeofferd aan ideologische trofee-wetgeving', zo tweette Fernand Keulenaar enkele dagen geleden. Toe maar, als we een van de laatste landen in Europa nog zo'n discriminatie handhaven tussen mannen en vrouwen, is dat dan een te verwaarlozen detail?

Toegegeven, dit is een tikkeltje ingewikkelder dan de eenvoud van de discriminatie. De emancipatie van de vrouw maakt het leven nu eenmaal ingewikkelder, zoals elektrisch licht ingewikkelder was dan kaarsen en de democratie een stuk ingewikkelder is dan de monarchie of de dictatuur. Onze moderne maatschappij heeft al lang afscheid genomen van het patriarchaat, en vindt steeds meer variaties op het klassieke huwelijk. Het maakt het allemaal een stuk ingewikkelder. Maar zijn we inmiddels niet voldoende ontwikkeld en geschoold om precies dat aan te kunnen èn daar voordeel in te vinden?

Ik heb de voorbije twee jaar nieuwe juridische kaders verkend, via het erfrecht, het huwelijksvermogensrecht, de pensioencompensatie voor vrouwen, de meemoeders. Soms ben ik vooruit kunnen gaan in het aanpassen van de wet aan nieuwe samenlevingsvormen en minder vrouwendiscriminatie. Vaak ben ik echter ook op een zandbank gestuit: verandering is in het Vlaanderen van vandaag teveel onzekerheid, meer nog dan in onze buurlanden blijkbaar

Nochtans, als bijna de helft van alle huwelijken tegenwoordig op een scheiding eindigt, dan kan je twee dingen doen: constateren dat de zeden verwilderen, en klagen, of die realiteit onder ogen zien en trachten nieuwe juridische kaders te verkennen om nieuwe vormen van stabiele relaties te ontwikkelen. Met vallen en opstaan uiteraard, trial and error. Ik ben geen blinde vooruitgangsoptimist.

Tot slot nog dit: de basisbeginselen van de nieuwe wet zijn niet eens ingewikkeld. Ze zijn heel eenvoudig:

- het kind draagt de naam van de vader of de moeder, of één van hun namen in de volgorde door hen bepaald (art.2)

- die bepaalde naam geldt ook voor de andere kinderen waarvan de afstamming later ten aanzien van dezelfde vader en moeder komt vast te staan (art. 3)

We geven aan mannen en vrouwen die dat willen, en die daar over overeenkomen, de mogelijkheid om ook de naam van de vrouw mee te geven aan hun gezamenlijk kind. Het gaat om een keuze, die overleg vereist, die tot niets verplicht, en die het automatisme van de louter mannelijke transfer van naam onverlet laat voor wie dat verkiest, of als de partners het niet eens geraken.

Dat is overigens de zachtst denkbare manier om een toestand weg te werken die alle internationale organisaties als discriminerend boekstaven. Het systeem dat we voorstellen is immers, via de dubbele naam, milder dan dat van enkele buurlanden, waar een keuze tussen één van beide namen verplicht is, desnoods via de rechtbank. En mocht het sommigen hun slaap terug bezorgen, geven wij graag nog dit argument weg: zelfs aan verstokte patriarchen schenken wij de zekerheid dat de naam van de man minstens toch nog één generatie meegaat.

Lees meer over:

Onze partners