Bart Caron (Groen)
Bart Caron (Groen)
Vlaams Volksvertegenwoordiger voor Groen
Opinie

06/03/14 om 16:53 - Bijgewerkt om 16:53

De slappe kost van Joke Schauvliege

De aanpassing van het Participatiedecreet illustreert het totaal gebrek aan ambitie van Joke Schauvliege en de Vlaamse regering, schrijft Vlaams parlementslid Bart Caron (Groen).

Minister Joke Schauvliege (CD&V) wil het participatiedecreet, een decreet dat inzet op meer participatie aan cultuur, jeugdwerk en sport, wijzigingen. Dit decreet regelt geen specifieke sector, maar wil de participatie bevorderen via een flankerend en stimulerend beleid.

De aanpassing is een perfecte illustratie van het totaal gebrek aan ambitie van deze minister en bij de uitbreiding de Vlaamse regering. De CD&V had in de vorige beleidsperiode felle kritiek op dit decreet. En zie wat er nu uit de koker van vijf jaar Schauvliege komt: een decreet met veel minder ambitie, het schrappen van doelen op het vlak van interculturaliteit, het afbouwen van de sectoroverschrijdende aanpak (cultuur, jeugdwerk en sport in één decreet), het makkelijker toegankelijk maken van subsidies voor verenigingen van de bevriende zuilen, wat meer liefde (toegang tot aanbod verruimen, tweejaarlijkse projectsubsidie...) voor cultuur- en gemeenschapscentra enz.

Even bedreigend is het weghalen van de minimale bedragen voor de verschillende onderdelen (bijv. projecten) zodat de volgende regering nog makkelijker het budget kan verminderen en subsidies kan wegknippen.

Pijnlijk en ronduit schandalig is het schrappen van de specifiek aandacht voor interculturaliteit. In het aangepaste decreet is het begrip interculturaliteit systematisch geschrapt. Het motief is vreemd: het is niet 'bijzonder' genoeg. Dat is minstens eigenaardig want in alle beleidsdocumenten van Joke Schauvliege wordt het bevorderen van de interculturaliteit als prioriteit gesteld. Een knoert van een anomalie dus. Onder invloed van een welbepaalde regeringspartner? En bijzonder jammer dat de andere regeringspartijen dit laten passeren. Het is onaanvaardbaar omdat etnisch-culturele diversiteit absoluut een relevant criterium is bij het werken rond cultuur-, jeugdwerk en sportparticipatie. De toenemende culturele superdiversiteit is toch een grote uitdaging?

Minister Schauvliege vindt dat aandacht voor interculturaliteit deel uitmaakt van werkingen voor kansengroepen. Dat is fout. Aandacht voor kansengroepen is van een andere orde dan interculturaliseren. Dat laatste gaat over een wederkerig actief proces binnen het geheel van onze cultureel diverse samenleving.

De belangenbehartiger van het sociaal-cultureel werk (FOV) vraagt zich af of er sprake is van een zekere beleidsmatige 'interculturaliseringsmoeheid'. Het is duidelijk dat deze regering in dit verband steeds minder verantwoordelijkheid opneemt.

Zowat het enige wat Joke Schauvliege op dit terrein 'gepresteerd' heeft is het opdoeken van het actieplan interculturaliseren. Hoewel, ze zette het om in een engagementsverklaring dat het brede culturele veld zou ondertekenen. In de praktijk tekende een minoriteit van de gesubsidieerde organisaties. Het leidt op het terrein ook niet tot concrete acties. Verder is er een 'Kennisknooppunt Interculturaliseren'. Dat is niet meer dan een website met één medewerker. Fijn, maar zonder slagkracht. Interculturaliteit en superdiversiteit zijn toch geen uitdagingen die enkel aangepakt kunnen worden op het niveau van individuele organisaties. Helaas, de overheid trekt zich als ondersteunende partner steeds meer terug, en responsabiliseert organisaties.

Daarnaast wordt het mooie idee van een sectoroverschrijdende aanpak (cultuur, jeugdwerk en sport in één decreet) afgebouwd. Het wordt opnieuw verkaveld: iedereen terug naar zijn eigen speeltuin. Dat is een ingreep op een essentie van het Participatiedecreet en meteen een bewijs van bestuurskundig onvermogen om intersectoraal of interministerieel te werken. Ministers en overheidsdiensten willen niet echt samenwerken.

De projecten voor de participatie van kansengroepen moesten voldoen aan het criterium 'via een vernieuwend concept participatieve projecten toe te leiden naar culturele, jeugdwerk- of sportieve activiteiten'. Die vernieuwende concepten zijn geschrapt zodat de deur nu openstaat voor alle mogelijke projecten. Maar gezien de beperkte budgetten, moet een keuze worden gemaakt. Het is logisch dat de interessante concepten voorrang krijgen. Dit wordt ongedaan gemaakt en zo staat de deur open voor alle mogelijke projecten. Vriendendiensten en politiek favoritisme zijn niet uitgesloten.

Het weghalen van de minimale bedragen voor de verschillende onderdelen (bijv. projecten) is geen goede evolutie. De cijfers waren bedoeld om de verschillende werkvormen die in het decreet zijn geregeld, gegarandeerde minimale bedragen toe te kennen. Dat vergemakkelijkt een minister of de volgende regering om te schrappen in het totale budget en losjes om te springen met de interne verdeling.

Het krijgen van subsidies voor verenigingen van de bevriende zuilen, wordt gemakkelijker gemaakt. Tot nu mochten verenigingen die al een structurele werkingssubsidie krijgen, niet kandideren voor dergelijke projecten. Dat zou oké zijn mocht er extra-budget zijn. Nu dreigt een Mattheuseffect: reeds gesubsidieerde verenigingen die goed dossiers kunnen schrijven, kunnen nu de middelen wegkapen van originele en nieuwe werkingen.

Iets gelijkaardigs gebeurt voor de huidige beperking van de toegang tot subsidie voor het cultuurspreidende aanbod. Waar cultuurcentra en gemeenschapscentra enkel het 'vernieuwende' aanbod subsidie konden vragen, kan dit straks weer voor alles. Daarmee krijgen reeds gesubsidieerde organisaties alweer een extra-voordeel, dat wellicht leidt tot het sneller opgebruiken van het budget, wat zeker in het nadeel speelt van lokale organisaties en verenigingen.

Gelukkig zijn er ook enkele (beperkte) verbeteringen, voornamelijk op het administratieve vlak. Zo worden de projecten van de cultuur- en gemeenschapscentra tweejarig. Maar de deur wordt gesloten voor centra in gemeentelijk beheer, alleen vzw's krijgen voortaan nog projectmiddelen. Eigenlijk een achteruitgang.

De balans is echter zeer negatief. Het participatiebeleid wordt beetje bij beetje afgebouwd, de bevriende zuilen mogen de subsidiepot weer binnen sluipen, de vernieuwing wordt ongedaan gemaakt, de aandacht voor interculturaliteit wordt geschrapt ...

Stelde minister Joke Schauvliege in haar beleidsnota niet dat participatie één van haar topprioriteiten was? Naast de lancering van de UITpas waarvan de uitrol door de volgende regering zal worden betaald, heeft Vlaanderen er weinig van gemerkt...

Onze partners