Frank Van Laeken
Frank Van Laeken
Zelfstandig journalist en blogger.
Opinie

29/10/13 om 14:52 - Bijgewerkt om 14:52

De opkomstplicht is niet meer van deze tijd

Opkomstplicht en stemrecht staan dezer dagen weer in het middelpunt van de belangstelling. Dat heeft alles te maken met de schrijnende opkomstcijfers bij de gemeenteraadsverkiezingen van vorig jaar, toen in het Brusselse Gewest meer dan vier op de tien kiezers thuis bleven, ondanks de verplichting om te gaan stemmen. Ook in Vlaanderen en Wallonië loopt het aantal effectieve stembusgangers terug, zij het veel minder dramatisch dan in Brussel.

Zondag werd er een debat aan gewijd op televisie, de professoren Vermeersch en Hooghe schreven er opiniestukken over in een kwaliteitscourant. CD&V en sp.a willen dat het huidige systeem behouden blijft, de andere partijen neigen in min of meerdere mate naar de afschaffing ervan. Voor Etienne Vermeersch zijn de verkiezingen een ideaal moment om als burger iets terug te doen voor de samenleving. Marc Hooghe stoort zich vooral aan de houding van de minister van Justitie, die enkele dagen vóór de verkiezingen meldde dat overtredingen niet zouden worden bestraft en daardoor een vorm van toegestane wetteloosheid introduceerde. Hooghe hekelt ook de dubbelzinnigheid van sommige standpunten. Zijn verwachting is dat de afschaffing van de opkomstplicht het aantal kiezers, dat vandaag in Vlaanderen bijvoorbeeld rond de negentig procent circuleert, met twintig tot dertig procent zal doen dalen.

So what?! Ons huidige kiessysteem heeft er, in combinatie met de ontzuiling en het gebrek aan partijtrouw van een toenemend aantal kiezers, voor gezorgd dat ons politieke landschap danig versnipperd en quasi onbestuurbaar is geworden. Wie verplicht is om te gaan stemmen, maar daar eigenlijk geen zin in heeft, stemt vaak uit balorigheid. Heel wat foertstemmers zouden gewoon thuis blijven als er geen verplichting zou zijn om deel te nemen aan het 'feest van de democratie'.

In tegenstelling tot professor Vermeersch vind ik niet dat burgers op dit vlak een verplichting hebben tegenover de maatschappij. Zelf zal ik bij leven en welzijn altijd naar de stembus trekken. Ik volg de politieke actualiteit, bestudeer partijprogramma's en maak een gemotiveerde keuze. Maar ik kan me voorstellen dat andere kiesgerechtigde landgenoten niet zo gemotiveerd zijn. Dat ze liever denigrerend praten over 'politiekers', in plaats van over politici. Dat ze niets te maken willen hebben met 'dat geldverslindend gespuis in Brussel'. En dat ze, omdat ze er nu eenmaal toe verplicht worden, vandaag hun mening vormen op basis van uiterlijk, charisma, vlotbekkende oneliners, vooroordelen, desnoods leugentjes-om-bestwil die hen worden opgedist, omdat partijprogramma's nu eenmaal niet zo vlot lezen.

Voor mij hebben die mensen even veel recht om hun stem uit te brengen als ik, maar ontsla hen alstublieft van de plicht, want zo krijg je een vertekend beeld van de democratische werkelijkheid! Mij maak je niet wijs dat bij de Vlaamse verkiezingen van juni 2004 één op vier Vlamingen vóór de onafhankelijkheid van Vlaanderen, tégen de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, xenofoob en islamofoob was. Nochtans haalde Vlaams Blok toen 24,2% van de stemmen en werd het de tweede partij in Vlaanderen. Was in oktober 2006 één op de drie Antwerpenaren er werkelijk van overtuigd dat Vlaanderen zich moet afscheuren van België en ging ie meteen ook maar akkoord met het veelbesproken 70-puntenplan? Je kan veel zeggen over de gemiddelde Antwerpenaar, maar zoveel onverdraagzaamheid schrijf ik hem niet toe.

Delen

De foertstemmen verhuisden de jongste jaren van Vlaams Belang naar N-VA

Frank Van Laeken

Hoe kan het dat een partij die in 2003 flirtte met de kiesdrempel nauwelijks zeven jaar later bijna 28 procent van de stemmen behaalde? Op het gevaar af dat de mailbox weer zal uitpuilen van de verontwaardigde reacties durf ik poneren dat een flink aantal foertstemmen de jongste jaren verhuisd zijn van Vlaams Belang naar N-VA, misschien wel meer dan dat er oprecht overtuigde Vlaams-nationalisten opnieuw voor die partij stemmen omwille van wat er in artikel 1.1, zin 3, van de partijstatuten staat over de 'onafhankelijke republiek Vlaanderen, lidstaat van een democratische Europese Unie'.

Dat is goed voor de N-VA - ook al dwingt het die partij tot een merkwaardig spagaat en wordt er nu rond de hete confederalistische brij gedanst - maar slecht voor het democratisch besluitvormingsproces. Partijprogramma's en ideologie worden zo ondergeschikt gemaakt aan de waan van de dag: een zoveelste peiling, iemand die iets stevigs roept in de media, een druk becommentarieerd opiniestuk.

Negentien jaar geleden hield Guy Verhofstadt, toenmalig oppositieleider namens de Vlaamse Liberalen en Democraten, in zijn boek 'Angst, afgunst en het algemeen belang' een vurig betoog tegen de opkomstplicht: 'Niet de belangrijkste maar in de tijd wel de allereerste hervorming waar we aan toe zijn, is de afschaffing van die plicht en de invoering van het stemrecht. De veel bezongen democratische plicht om in beginsel elke vier jaar naar de stembus te gaan, is absurd. Met even veel logica zou men kunnen voorschrijven dat iedereen op 11 juli de Vlaamse Leeuw hoort te zingen, op straffe van gerechtelijke vervolging.'

En Verhofstadt ging in zijn bevlogen, maar ook ietwat drammerige stijl door: 'De stemplicht is namelijk een borstwering tussen de politici en de afkeuring die het kiezerskorps gebeurlijk voor ze voelt. De bewindslieden hoeven geen voorafgaande inspanning te doen, om de kiezer ervan te overtuigen aan de democratie deel te nemen. Dit verklaart mee de in ons land gangbare schraalheid van het electorale debat. Geen burger kan zeggen: mij niet gezien.'

Dat laatste klopt niet helemaal. De 'Mij niet gezien' werd in het kieshokje vertaald in een foertstem. De traditionele partijen die zich vastklampten aan de opkomstplicht, omdat ze nog volop in het verzuilde denken zaten, werden afgestraft. Maar vreemd genoeg blijven christen- en sociaal-democraten zich ook vandaag nog vastklampen aan een ideeël beeld van het kiezerskorps. Misschien was de opkomstplicht een goed idee in ver vervlogen tijden, om de burger dichter bij de politiek te brengen. Maar het systeem is niet meer van deze tijd.

Vergis u niet: ik heb er alle respect voor dat onze voorvaderen gestreden hebben voor het algemeen enkelvoudig stemrecht, dat er uiteindelijk pas in 1948 kwam. Dit is een verworvenheid die we moeten koesteren en eventueel zelfs uitbreiden. Ik herinner me nog dat ik op mijn achttiende niet mocht gaan stemmen, nu wordt zelfs gepraat over stemrecht vanaf zestien en dat is goed. Maar ik geloof niet in die verdomde plicht. Dat werkt contraproductief. 'Moeten is dwang en huilen is kindergezang,' zei men daar vroeger over. Vrij vertaald: ik wil dat wel doen, maar verplicht me er niet toe.

CD&V en sp.a verdedigen een verouderd model, eentje waarin ze via hun zuilen tot de diepste geledingen van de samenleving konden doordringen. Die verdeel en heers-tijden zijn voorbij, al merk je hier en daar nog hardnekkige pogingen om het ancien régime in stand te houden. Denk aan de benoemingencarrousels. Het zijn de laatste stuiptrekkingen van een oude politieke cultuur die op sterven na dood is.

Ik vind dat de burger de kans moet krijgen om 'Mij niet gezien' te zeggen op verkiezingsdagen. Als het resultaat dan is dat figuren als Fortuyn en Wilders in Nederland of Le Pen in Frankrijk veel bijval genieten, dan moet je dat als democratie maar aanvaarden. Als dan blijkt dat er, zoals professor Hooghe schrijft, tot dertig procent, en wie weet zelfs meer, van de huidige kiezers thuisblijft, dan is dat maar zo. Net zoals het mij niet stoort dat de Amerikaanse president door minder dan de helft van de Amerikanen verkozen wordt. Dat staat lelijk in een statistiek, dat klopt, maar het belangrijkste is dat álle burgers vanaf een bepaalde leeftijd in staat worden gesteld om deel te nemen aan het democratische proces. Doen ze dat niet, dan leggen ze zich de facto neer bij het resultaat.

De plicht tegenover de samenleving, waarover het Vermeersch het heeft, is in mijn ogen in de eerste plaats een plicht tegenover jezelf: wil ik dat mijn stem gehoord word, ja of neen?

Lees meer over:

Onze partners