Andreas Tirez
Andreas Tirez
Kernlid Liberales en blogt op Economieblog.be
Opinie

14/04/14 om 14:14 - Bijgewerkt om 14:14

De onvervreemdbare, individuele grondrechten van de vervelende Karel De Gucht

In de hetze rond Karel De Gucht en diens strijd met de fiscus, lijken we te vergeten dat we niet zomaar in een democratie leven waar de wil van de meerderheid wet is, schrijft Andreas Tirez. 'We leven in een liberale democratie waar er een aantal individuele én onvervreemdbare grondrechten en vrijheden zijn.'

Er was afgelopen week een hele hetze rond Karel De Gucht, Eurocommissaris en liberaal politicus. De BBI heeft een onderzoek gevoerd naar mogelijke fraude door De Gucht en zijn vrouw. De ambtenaar die het onderzoek voert, Karel Anthonissen, zou volgens De Gucht zijn macht misbruikt hebben, door onder meer onderzoeksdaden te stellen die onnodig waren. Het Hof van Beroep heeft hem hierin gelijk gegeven. Er hangt Anthonissen ook een blaam boven het hoofd (volgens wat De Gucht deze week in TerZake zei, is dit reeds een feit). Er lijken dus sterke aanwijzingen te zijn dat de BBI wel degelijk haar macht misbruikt heeft.

Merkwaardig genoeg gaat de hetze niet over dit mogelijke machtsmisbruik, maar om drie of vier brieven die De Gucht naar Frank Philipsen gestuurd heeft, de overste van Anthonissen. In die brieven vraagt De Gucht om bepaalde stukken aan zijn dossier toe te voegen die in zijn voordeel kunnen pleiten en die de BBI niet aan het dossier heeft toegevoegd. Ook vraagt De Gucht aan Philipsen of Anthonissen niet van de zaak kan gehaald worden, aangezien het onderzoek volgens De Gucht niet objectief gevoerd wordt.

Op zich kan men deze stappen merkwaardig vinden. Er loopt een onderzoek, iets zint je niet en je schrijft brieven naar de hiërarchie om tussen te komen. Maar blijkbaar heeft de fiscus geen specifieke beroepsinstantie en controle-orgaan zoals de politie dat heeft met het comité P. Fiscaal expert Michel Maus pleitte in De Tijd voor de oprichting van een dergelijk comité voor de fiscus. Omdat een dergelijk comité niet bestaat, is er immers geen andere weg dan naar de rechter te stappen als je vindt dat je rechten geschonden worden, zoals het ontbreken van bepaalde stukken in je dossier. Dat vraagt tijd, wat De Gucht niet had. Zo lijken de brieven van De Gucht eerder een legitieme manier om zijn positie als individu te kunnen verdedigen tegenover mogelijk misbruik door de staat. Voor alle duidelijkheid: dit betekent uiteraard niet dat de BBI geen onderzoek mag doen naar mogelijke fraude door De Gucht.

Delen

Niemand wil het opnemen voor die vervelende De Gucht, maar ook hij heeft onvervreemdbare individuele grondrechten

Maar het is dus wel opmerkelijk dat de manier van verdediging tegenover het mogelijk misbruik door de staat, namelijk het schrijven van brieven, het voorwerp van de commotie is en niet zozeer het mogelijke misbruik zelf. Ik denk dat dit verklaard kan worden door de persoon De Gucht. Als toppoliticus kan hij sowieso op weinig sympathie van de man in de straat rekenen. Hij wordt in de media en sociale media bovendien steevast omschreven als arrogant. En dat is volgens mij de reden waarom het mogelijk misbruik door de staat zo weinig aandacht krijgt. De media schrijven voor de massa en wie wil het opnemen voor die vervelende De Gucht?

Maar hier gaan de media voorbij aan de essentie van onze samenleving: we leven niet zomaar in een democratie, waar de wil van de meerderheid wet is. Het doet denken aan wat de Nederlandse christendemocratische politicus Piet Hein Donner zei: 'Voor mij staat vast: als tweederde van alle Nederlanders morgen de sharia zou willen invoeren, dan moet die mogelijkheid toch bestaan? Zoiets kun je wettelijk niet tegenhouden. Het zou ook een schande zijn om te zeggen: dat mag niet! De meerderheid telt. Dat is nou juist de essentie van democratie.'

Neen, we leven in een liberale democratie, waarbij 'liberaal' niet in de partijpolitieke betekenis mag begrepen worden, maar in de ideologische betekenis. We leven in een democratie waar er een aantal individuele grondrechten en vrijheden zijn. Die individuele grondrechten zijn onvervreemdbaar: niemand kan die afnemen van een individu. Ze zijn onttrokken aan het oordeel van de democratische meerderheid. Zelfs als zou het Belgische parlement unaniem oordelen dat De Gucht geen recht op verdediging heeft, dan nog zou dit recht blijven bestaan. De Gucht zou zich desnoods kunnen wenden tot het Europees Hof voor de Rechten van de Mens.

Ik ben van mening dat er een onvoldoende besef is wat het betekent dat we elk als individu die onvervreemdbare individuele grondrechten hebben. Het is één van de grootste verwezenlijkingen die onze maatschappij heeft gerealiseerd en we lijken te denken dat dit vanzelfsprekend is. Maar dat is het niet. En het feit dat er meer aandacht is voor de mogelijke poging van Karel De Gucht om het onderzoek te beïnvloeden dan voor het mogelijke machtsmisbruik door de staat bewijst dit.

Onze partners