Ludo Bekkers
Ludo Bekkers
Kunst- en fotografierecensent
Opinie

03/04/14 om 19:36 - Bijgewerkt om 19:36

De historische episode die in de herdenking van 100 jaar radio vergeten werd

In de vele herdenkingsprogramma's en de tentoonstellingen die '100 jaar radio' begeleiden is er een opvallend manco dat niet zonder belang is voor de overgang van het oude radiobestel naar het actuele.

Geen kwaad woord over de huidige radioprogramma's en de manier waarop ze gemaakt en gepresenteerd worden. Er is voldoende differentiatie om jong en oud te informeren, te ontspannen en cultuur te brengen. Het medium dat nu honderd jaar bestaat heeft een geschiedenis die, zowel cultureel als politiek, bepalend is geweest voor de ontvoogding van de bewoners van dit land van noord tot zuid. Er zijn diverse boeken over geschreven o.m. door de vroegere directeur-generaal Cas Goossens (Radio en Televisie in Vlaanderen, Davidsfonds, 1998), dr. Greta Boon (De Belgische Radio-omroep tijdens de tweede wereldoorlog, De Gulden Engel, 1988), Wilfried Bertels "Die dingen behoren allemaal tot het verleden", (Afstudeerthesis RITCS).

In de vele herdenkingsprogramma's en de tentoonstellingen die dit eeuwfeest begeleiden is er een opvallend manco dat niet zonder belang is voor de overgang van het oude radiobestel naar het actuele. Het betreft de periode van 1944, onmiddellijk na de oorlog, tot de intrede van de televisie in 1953. Direct na de bevrijding werden de radio-uitzendingen hervat met de roepnaam BNRO (Belgische Nationale Radio Omroep) die, tijdens de oorlog in Londen, door de uitgeweken regering was bepaald. Later werd die gewijzigd in NIR/INR en nog later in BRT en VRT.

De eerste naoorlogse radio-uitzendingen knoopten aan met het patroon van het radioschema van voor 1940. Met dit verschil dat de programma's van de politiek geïnspireerde uitzendingen (het katholieke KVRO, het socialistische SAROV, het liberale LIBRADO, en het Vlaams Nationale VLANARA) hun zendtijd verloren. Ook de privézenders met provinciale en commerciële teneur verdwenen en werden vervangen door een gewestelijk maar nationaal beheerd net wat later Radio 2 zou worden. Die gewestelijke omroepen opereerden vanuit Antwerpen, Kortrijk en Gent en werden later uitgebreid met Hasselt en Brabant die een eigen programmering ontwikkelden.

Zoals voor 1940 werd de stijl en de algemene teneur opnieuw sterk geënt op de BBC die als voorbeeld van ernstige radio gold. Er werd streng op toegezien, vooral door de toenmalige directeur-generaal Jan Boon en zijn adjunct Gust De Muynck, vroegere sterreporter, dat de radio een weerspiegeling werd van een hoogstaande cultuur, zowel voor de gesproken als de muzikale luiken. De bezetting van de leidende posten was daarvoor exemplarisch. Paul Collaer, die gezaghebbend was geweest en bleef voor de moderne muziek en later de etnische muziek introduceerde en ook Karel Albert die zijn sporen als componist en vroegere medewerker zijn sporen had verdiend bij het Vlaams Volkstoneel, zoals ook Jan Boon zelf, waren verantwoordelijk respectievelijk voor de ernstige en lichte muziek. De auteur Raymond Brulez en de dichters Marcel Coole en Jos de Haes stonden garant voor de woordprogramma's. Componisten als Louis de Meester, David van de Woestijne, Raymond Chevreuille en Victor Leglez vervulden verantwoordelijke functies. Franz André leidde het Radio symfonieorkest waarin eminente eerste partijen ingevuld werden door musici die nu een grotere reputatie zouden kunnen opbouwen maar die toen discreet buiten alle merchandising bleven.

Die uitzonderlijke personeelsbezetting stond borg voor een hoogstaande uitstraling van de toenmalige radio. Maar ook werd heel bewust gewaakt over de stemkwaliteit en de onbesproken uitspraak van de omroepers (nu presentatoren) en de nieuwslezers. Wekelijks werden die onderworpen aan de kritische evaluatie van prof.dr. Willem Pée (RUG) die er op toezag dat het Algemeen Beschaafd Nederlands geen geweld werd aangedaan. In één woord, de omroep gold als standaard zowel voor taalgebruik als voor uitspraak en dat werd door onderwijzers en leraars dan ook de maatstaf die ze aan de leerlingen meegaven.

Die strenge regels hadden ook hun keerzijde want enige fantasie werd niet getolereerd en daardoor was het vrijwel onmogelijk om buiten de rigoureuze lijnen te kleuren. De ernst en de deugdelijkheid pasten trouwens in de moeilijke eerste naoorlogse jaren met zware politieke en maatschappelijke problemen. De koningskwestie, het schuren langs een burgeroorlog en in 1956 de enorme mijnramp in Marcinelles met 262 doden. Maar dat belette niet dat sommigen, die onvoldoende bevrediging vonden in het voorlezen van waterstanden en de prijzen van het slachthuis, poogden via sluipwegen wat leven in die steriele programmering te brengen. Ze konden, met moeite en veel reserves, soms een platenprogramma opfleuren met minder conventionele presentatieteksten maar dat was het dan.

Doorslaggevend voor een nieuwe mentaliteit was het initiatief van Paul van Dessel toen muziekprogrammator (later hoofd van de afdeling "ontspanning" bij de televisie) die meewarig opkeek naar de wat saaie muzikale zondagavondconcerten die Karel Albert programmeerde met het Omroeporkest. Hij creëerde, met Jan Briers sr. van de schooluitzendingen en reporter Bert Leysen een muzikale show "De Antenne zingt" waarin figuren als o.m. Bobbejaan Schoepen en de organist Gerd Mertens hun debuut maakten. Dit levend programma doorbrak het routineuze verloop van de zondagavond en de bedenkers er van werden spilfiguren bij de aanvang van de televisie uitzendingen.

De radio werd pas voorgoed wakker bij de komst van de televisie. Een aantal talentvolle radiomedewerkers werden uitgekozen om die van de grond te tillen en daardoor kreeg die radio een zware klap. Het heeft nog jaren geduurd vooraleer men is gaan inzien dat een vernieuwing noodzakelijk was om de televisie niet zozeer te counteren maar te zoeken naar nieuwe formules die het auditieve medium aantrekkelijk moest maken in een veranderde omroepwereld.

Het is deze historische episode die in de herdenkingsprogramma's tot nu toe verborgen bleef, maar waarvan de geschiedenis niet verwaarloosbaar is.

Lees meer over:

Onze partners