Louis Ide (N-VA)
Louis Ide (N-VA)
Algemeen Secretaris van N-VA en arts.
Opinie

18/10/13 om 12:41 - Bijgewerkt om 12:41

De hervorming van de Senaat, of hoe een lege doos opnieuw gevuld wordt

De pijnlijke waarheid is dat de institutionele meerderheid nog steeds niet weet wat te doen met de Senaat.

Nadat Verhofstadt trachtte komaf te maken met het bicameraal systeem in België, waardoor de Senaat o.a. de controle op de begroting verloor, werd de hoogste vergadering nog een schim van wat de instelling ooit was. Politici noemden het smalend het sterfhuis van de politiek. Journalisten, zelfs Villa Politica, verloren elke interesse in de activiteiten in en rond de Senaat. Het duurde dan ook niet lang of de Senaat werd tevens in vraag gesteld door de publieke opinie en door een aantal politieke partijen, waaronder Groen! en N-VA. Ook al zijn er in elke fractie senatoren die bijzonder hard werken, de instelling slorpt nu eenmaal jaarlijks een slordige 80 miljoen euro op en sleept zijn reputatie van vergane - en dure - glorie mee. Die kostelijke grandeur werd meest recent nog belichaamd door Anne-Marie Lizin (PS), die wekelijks de patisserie van 'Wittamer' liet aanrukken en graag investeerde in een goede wijnkelder. Wijlen Daerden is die later komen legen.

Het Vlinderakkoord zou ook daar een einde aan maken. Een grondige hervorming van de Senaat moest een forse besparing opleveren. Beke klopte zich in het Belang van Limburg paginabreed op de borst dat de hervorming 40 miljoen euro zou opbrengen. In de zomer, terwijl iedereen op vakantie was, stelden de partijen van de institutionele meerderheid (de traditionele partijen en de groenen) echter 8 miljoen partijdotatie veilig door ze over te hevelen naar de Kamer. Ik stelde me toen al de vraag hoe Beke dan nog 40 miljoen euro zou kunnen besparen.

Ondertussen sleept de hervormingsprocedure zich tergend traag voort, zelfs naar de normen van die Senaat. Maar nu komt de kat op de koord.

Ziedaar het nieuwe reglement van de Senaat.

Nu de publieke opinie in de waan leeft dat de Senaat wordt afgeschaft (quod non) en de wetten in de bevoegde commissie gestemd zijn, moet het reglement van de Senaat volgen. Dit huishoudelijk reglement geeft inzicht in hoe de toekomstige Senaat zal functioneren. Nu wordt er kleur bekend. En wat blijkt?

Dat de Senaat nog slechts acht keer per jaar bijeen zal komen, is zand in de ogen van de mensen strooien. Zo kan de Senaat volgens het nieuwe reglement steeds bijkomende "bijzondere" plenaire vergaderingen houden. Daarnaast blijft ook het aantal commissies zo goed als behouden. Momenteel zijn er zes commissies en een deel werkgroepen in de Senaat. Aan elke commissie hangt personeel vast. Zo werken er nog steeds 338 mensen in de Senaat, gaande van vertaler-tolken, onderhoudspersoneel, juristen tot technisch personeel. Dat is met 29,3 miljoen euro de grootste uitgavenpost, de politici zelf zijn verantwoordelijk voor 14.7 miljoen euro uitgaven. In mei 2012 verkondigde senator Bert Anciaux dat er van deze mensen nog maar 75 werkzaam zouden kunnen blijven in de Senaat. Van bij het begin heeft mijn partij echter op tafel geklopt om deze 338 mensen niet het slachtoffer te laten worden van excessen gecreëerd door politici van de vorige generatie. We hadden geen zin in een sociaal bloedbad. Voorstellen van onze kant om te detacheren naar de Kamer, het Rekenhof, herscholing... werden op de lange baan geschoven. Feitelijk werd het personeel meer dan twee jaar in het ongewisse gelaten. En nu blijkt waarom.

Delen

De hervorming van de Senaat, of hoe een lege doos opnieuw gevuld wordt.

Louis Ide

Men bouwt de Senaat namelijk niet af, want er blijven tot vijf vaste commissies en het daarbij horende personeel. Ook de werkgroepen en adviescomités blijven gewoon bestaan. Zelfs bij de politici wordt er enkel wat gesnoeid: er zullen weliswaar geen politieke quaestoren meer zijn, maar er komen twee vaste bureauleden voor in de plaats. Ook zendingen naar het buitenland zijn nog steeds mogelijk, dus de Senaat blijft een veredeld reisbureau. En dat er geen rechtstreeks verkozen senatoren meer zullen zetelen, is op termijn een besparing, maar niet van die orde die men de burger voorhoudt.

Kortom, ondanks het feit dat de bevoegdheden van de Senaat nog beperkter worden, wordt de Senaat dus als instelling niet wezenlijk afgebouwd.

De pijnlijke waarheid is dat de institutionele meerderheid nog steeds niet weet wat te doen met de Senaat. Dit zal er toe leiden dat de instelling as such zal blijven bestaan, maar dat het inhoudelijke werk meer dan ooit beperkt zal zijn. Er is geen garantie op besparingen de komende paar jaren. En uiteindelijk zal er dus een halfslachtige en nog zinlozer Senaat blijven bestaan. Het enige grote verschil voor u en mij is dat we de senatoren niet meer moeten verkiezen.

Voor zo ver de grondige hervorming van de Senaat. Waar men wel in slaagde, was de afschaffing van het verbod op zaktelefoons in de Senaat. Nu enkel nog hopen op een goede ontvangst van het 4G signaal uit Brussel.

Lees meer over:

Onze partners