Bea Cantillon: 'Kinderarmoedefonds is gemorrel in de marge'

06/02/14 om 08:17 - Bijgewerkt om 08:17

Kinderpsychiater Peter Adriaenssens is de eerste voorzitter van het Kinderarmoedefonds, dat deze week van start gaat. Knack sprak met hem en met armoede-experte Bea Cantillon. Fragment uit een pittig en geëngageerd dubbelgesprek.

Bea Cantillon: 'Kinderarmoedefonds is gemorrel in de marge'

Peter Adriaenssens en Bea Cantillon © Tom Verbruggen

Professor Adriaenssens, u vindt dat een samenleving waarin één op de tien kinderen arm is zich aan kinderverwaarlozing bezondigt. Dat is een straffe uitspraak.

Adriaenssens: 'Toch is het zo, en het meest giftige mechanisme daarbij is ons onbewuste. We blijken niet zo gevoelig te zijn voor het thema. Nee, als we het over arme mensen hebben, wagen we ons aan verhalen over foute geldbesteding of profitariaat.'

Cantillon: 'En ook daar zie je die polarisatie. De groep hardwerkende Vlamingen kijkt fronsend naar de groep onder hen die maar niet van de grond komt - ondanks alle inspanningen, activeringen en lastenverlagingen. Men denkt: wat is er mis met die mensen die niet overeind krabbelen?'

'Ze doen niet genoeg hun best', wil het cliché dan.

Cantillon: 'Precies. De armen worden verantwoordelijk gesteld voor hun situatie. Ik hoor een maatschappelijke verharding in dat discours. Arme mensen staan trouwens vaker dan rijkere mensen onder druk. Recent verscheen een heel interessant boek over armoede, waarin glashelder wordt aangetoond dat mensen die in een financiële stresssituatie zitten vaker verkeerde beslissingen nemen. '

Adriaenssens: 'Wij bezorgen hen ook stress. Mensen in de armoede voelen dat wij de hand niet uitsteken, tenzij onder voorwaarden. En welke voorbeelden dragen wij intussen aan? We discussiëren over managers die niet meer voor een paar honderdduizend euro willen werken, over artsen die naar regionale ziekenhuizen trekken omdat ze daar meer verdienen. Het lijkt wel alsof geld de belangrijkste drijfveer is voor iedereen. Je hoort zelden de boodschap dat we op een gelijkwaardige manier moeten leven om de samenleving in evenwicht te krijgen.'

'Tegelijk krijg ik wel hoop als ik naar mijn jongere collega's kijk. Ik merk dat voor hen vier dagen per week werken en een kleiner huis kopen evident wordt. Ze kijken naar onze generatie, schudden van nee en zeggen: 'Ik ben niet bereid die prijs te betalen en zo hard door te doen, ik heb andere prioriteiten.' '

Cantillon: 'We zijn op een kantelmoment gekomen. Kijk naar de discussie over de vermogensbelasting. Tot vijf jaar geleden werd die alleen in vakbondskringen gevoerd, nu wordt ze besproken in Davos. Idem voor de discussie over de toplonen: die bestaat ook al langere tijd, maar er werd nooit over gedebatteerd. Nu wel. Bepaalde elites beginnen in te zien dat ongelijkheid niet optimaal is.'

Redeneren die elites dan niet weer vanuit een economisch in plaats van uit een moreel besef?

Cantillon: 'Heel zeker. Kijk, de sociale zekerheid kwam er ooit omdat de samenleving moest stabiliseren, ze diende bijgevolg het algemeen belang. Grote ongelijkheid is op termijn niet goed voor de hele groep. Maar het blijft wachten op een visie, over hoe je deze samenleving structureel anders ordent. Het spijt me voor een initiatief als het Kinderarmoedefonds, maar zonder globaal plan blijft dit gemorrel in de marge.'

(ML)

Het volledige dubbelgesprek met Bea Cantillon en Peter Adriaenssens leest u deze week in Knack.

Neem hier een supervoordelig abonnement op Knack.

Onze partners