Jules Gheude
Jules Gheude
Politiek essayist en stichtend voorzitter van de Staten Generaal van Wallonië, dat pleit voor de aanhechting van Wallonië bij Frankrijk mocht België uit elkaar vallen.
Opinie

28/07/15 om 11:08 - Bijgewerkt om 18:48

'Bart De Wever laat niets aan het toeval over'

Wie Bart De Wever verwijt dat hij niet voor Vlaanderen werkt, schiet tekort inzake strategisch inzicht, schrijft Jules Gheude. Hij maakt de berekening die De Wever wellicht ook heeft gemaakt alvorens in de federale regering te stappen: die van de verdeling van de Belgische staatschuld.

Wie Bart De Wever verwijt dat hij niet voor Vlaanderen werkt ('N-VA = Nul voor Vlaamse Ambitie'), schiet tekort inzake strategisch inzicht.

Vlaanderen is een natie geworden. De N-VA wil er op termijn een soevereine staat van maken. Maar de voorzitter van de N-VA wil dat dit proces zich in de best mogelijke omstandigheden voltrekt. Daarom heeft hij een deelname van zijn partij aan de federale regering aanvaard: om de Belgische staatsschuld te doen dalen.

N-VA-voorzitter Bart De Wever

N-VA-voorzitter Bart De Wever © BELGA

Vandaag bedraagt die schuld 404,239 miljard euro, dat komt neer op 106,6% van het bruto binnenlands product (BBP) ofwel: de totale productie van goederen en diensten van het land. Hoe we dit kolossale bedrag best kunnen terugdringen, daarover valt te redetwisten. Maar het zal zonder meer serieuze inspanningen vergen om te beantwoorden aan de Europese normen.

De Wever weet ook dat deze stand van zaken ongunstige gevolgen voor Vlaanderen zou hebben als het vandaag al zou opteren voor een onafhankelijke staat.

Stel: we verdelen vandaag de Belgische staatsschuld, op basis van het bevolkingsaandeel. Dan ziet het resultaat er zo uit:

Vlaanderen, met 57,75% van de bevolking, zou dan 233,449 miljard euro op zich dienen te nemen. Dat is 106% van zijn BBP van om en nabij de 219 miljard euro.

Voor Wallonië is dit vooruitzicht niet te verdragen : met 32,11% van de bevolking erft het 129,801 miljard euro van de staatsschuld, terwijl zijn BBP 90,229 miljard bedraagt. Een ratio van zo'n 144%.

Wat Brussel betreft, vertegenwoordigen zijn inwoners 10,14% van de Belgische bevolking. Het zou dus 39,8 miljard van de staatsschuld overnemen. Met een BBP van ongeveer 68 miljard, hebben we hier een ratio van zo'n 58,5%.

Volledigheidshalve hier het bedrag van de eigen schulden van de drie landsdelen : Wallonië: 18,6 miljard euro in 2013 (volgens de Waalse minister voor Begroting);

Vlaanderen: 20 miljard euro in 2015;

Brussel: 4,5 miljard euro in 2014.

De Waalse minister-president Paul Magnette (PS) beweert wel eens dat een onafhankelijk Wallonië leefbaar is, welnu, dat is een illusie. Voor de Walen wacht dan een vreselijk sociaal bloedbad, dat onvermijdelijk zou doen denken aan wat de Grieken vandaag meemaken.

Met deze cijfers voor ogen is het ook begrijpelijk dat de Brusselaars, blijkens de peilingen, het Wallo-Brux-scenario niet zien zitten en een onafhankelijk statuut verkiezen.

De Belgische schuldeisers zijn gewaarschuwd

In artikel 40 van de Conventie van de Verenigde Naties van 1983 betreffende de goederen, de archieven en de schulden van een staat die wordt opgeheven, luidt het dat de verdeling op een rechtvaardige manier moet gebeuren, op basis van de activa. Maar België heeft deze Conventie niet ondertekend. Het is een van de zeldzame gevallen waarin België een VN-akkoord niet formeel heeft goedgekeurd.

Het internationaal recht houdt zich ook alleen bezig met de buitenlandse schulden van een staat die ophoudt te bestaan. Over de interne schulden wordt met geen woord gerept. De Belgische schuldeisers zijn bij deze gewaarschuwd.

Dit alles betekent dat de splitsing van België niet door een permanent en voorspelbaar recht zal worden beslecht, maar veeleer dat ze op een bepaald ogenblik op een krachtmeting zal uitdraaien tussen de verschillende protagonisten.

In het geval van het vroegere Joegoslavië gebeurde de verdeling volgens de aard van de activa. Voormalig Tsjechoslowakije daarentegen hanteerde het criterium van het aantal inwoners.

De geschiedenis kan niet vooraf geschreven worden

Toen de Belgen het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden in 1830 verlieten, moest men tien jaar wachten om tot een schuldverdeling te komen. Op 19 april 1839 leidde het Verdrag van Londen (artikel 13) tot een rechtvaardige verdeling. En die schuld was belachelijk laag in vergelijking met de onze. Bovendien bevond België zich niet in een machtpositie tegenover Nederland. Waar zou het gestaan hebben zonder de Franse militaire hulp (meer bepaald die onder de leiding van maarschalk Gérard)? Het zou inderdaad nog tot 1832 duren vooraleer Antwerpen door de Fransen werd 'bevrijd'.

De geschiedenis kan dus niet bij voorbaat worden geschreven.

Zoals wijlen Xavier Mabille, de voorzitter van het onderzoekscentrum Crisp, ooit zei: 'Met alle gevolgen van dien maakt men van een binnenlands debat al gauw een internationaal geschil, en dat kan consequenties hebben die veelal niet te voorspellen zijn.' ('Ce serait le passage - avec toutes ses conséquences - d'un débat interne dans les limites d'un Etat à un contentieux international aux multiples implications parmi lesquelles de nombreuses imprévisibles à ce jour.')

Intussen is het Departement Internationaal Vlaanderen een volwaardig ministerie van Buitenlandse Zaken geworden, op voorstel van N-VA-minister-president Geert Bourgeois.

Onze partners