4 vragen aan justitiewatcher Jan Nolf: Wat nu in de zaak Jonathan Jacob?

25/02/16 om 16:32 - Bijgewerkt om 17:50

Vanmiddag bevestigde een Antwerpse rechtbank het vonnis dat vorig jaar werd uitgesproken in de zaak over de dood van Jonathan Jacob. Justitiewatcher Jan Nolf legt uit hoe de zaak nu verder in elkaar zit.

4 vragen aan justitiewatcher Jan Nolf: Wat nu in de zaak Jonathan Jacob?

Jonathan Jacob © Belga

Wat is de essentie van de uitspraak

Bij verstek waren de directeur en de hoofdgeneesheer van de psychiatrische instelling veroordeeld tot zes maanden voorwaardelijke gevangenisstraf. De uitvoerders, nl. de leden van het BBT kregen slechts 4 maand voorwaardelijke gevangenisstraf en een kleine geldboete (€275), eveneens voorwaardelijk.

De rechtbank herkwalificeerde de tenlastelegging voor de BBT-ers wel tot onopzettelijke doding, wat een minder ingrijpend is dan de dagvaarding van het parket, nl. opzettelijke slagen zonder intentie te doden maar met de dood tot gevolg.

Daar wordt vandaag niets aan veranderd.

De BBT-ers waren ook bij deze uitspraak niet aanwezig. Bij monde van meester Jan De Man waren zij wel akkoord om gehoord te worden vanuit een andere ruimte dan de rechtszaal: via videoconferentie én achter een scherm, kwestie van niet herkenbaar te zijn bij verdere opdrachten. Daar ging de rechtbank vandaag niet op in, en evenmin op de vraag tot een aanvullend getuigenverhoor.

De BBT-ers moesten niet zomaar blindelings een bevel opvolgen, stelde de rechtbank. Zij moesten integendeel de concrete situatie inschatten en voor de minst gewelddadige oplossing kiezen. Het was een inschattingsfout om enkel voor abrupt geweld te opteren, terwijl zij over alle informatie beschikten voor alternatieven, zoals onderhandelen of toch minstens waarschuwen vooraleer met zeven man een cel binnen te vallen.

Voor de rechtbank is de weigering van de psychiater en de directeur meteen een feit bij de eerste poging tot opname. Al wat daarna gebeurde aan onderhandelingen met het parket is van geen belang. Een politiecel cel "is wel de laatste plaats waar die patiënt mocht in terecht komen", stelde de rechtbank.

Hoe zit de procedure nu verder in elkaar?

In ieder geval komt er nog een proces in hoger beroep. Immers vielen er bij het verstekvonnis van 25 juni 2015 twee opmerkelijke vrijspraken. Zelfs zonder dat zij hun verdediging kwamen voordragen sprak de rechtbank de Mortselse politiecommissaris en één van de acht bottinekes vrij.

De rol van de Mortselse politiecommissaris bestond in het oproepen van de Antwerpse bottinekes. De BBT-er was niet in de cel zelf gegaan: hij had er de knaller in geworpen, waarna zijn collega's de cel binnenvielen.

Tegen dat vonnis tekende het parket hoger beroep aan. Het motief van het hoger beroep - vernamen we - betreft niet alleen de twee vrijspraken, maar ook de minder strenge kwalificiatie die de rechtbank toen hanteerde en nu opnieuw.

Het valt te verwachten dat het parket nu ook tegen dit vonnis van vandaag hoger beroep zal aantekenen zodat iedereen nu voor het hof van beroep zal moeten komen.

Uiteraard zullen alle vandaag opnieuw veroordeelden ook hoger beroep aantekenen.

Wat was de reactie van de familie Jacob en de veroordeelden?

De teleurstelling bij de hoofdgeneesheer en de directeur van de psychiatrische instelling is groot: "meedogenloos", klonk het. In de wandelgangen was te horen dat dit "een dag is om de toga aan de haak te hangen".

Tijdens de uitspraak was er al enkele malen verontwaardigd geroezemoes vanuit de grote groep aanwezige medewerkers uit de psychiatrische sector toen de rechtbank de verantwoordelijkheid van de beide beklaagden uit de sector fileerde. Na afloop was er ook een demonstratie van tientallen medewerkers onder het motto #geenmisdaad. Hun protesttekst: "ik kies voor de psychiatrische zorg, uit liefde voor mijn job, uit betrokkenheid. Dat wil ik blijven doen".

Vader Jan Jacob betwijfelt de deskundigheid van de betrokken psychiater niet, maar "die dag heeft ook hij een fout begaan". Hij heeft het er erg lastig mee dat niemand een fout erkent. Hij wou ook altijd de BBT-ers toch eens graag "in de ogen kijken" maar die kans kreeg hij ook vandaag niet.

Jan Jacob hecht veel belang aan "de warme boodschap" van de rechtbank die hem "goede moed" toewenste met het verder verloop.

Even opgemerkt was het slotwoord van de rechtbankvoorzitter aan de veroordeelde dokter en de directeur: "iedereen maakt fouten, wij ook".

Andere pistes voor onderzoek van de zaak?

Zelfs het UNO -comité tegen foltering noteerde de zaak Jonathan Jacob in haar jaarrapport van 22 november 2013.

Ondertussen blijft het vooral wachten op het verder onderzoek van de Hoge Raad voor de Justitie. In maart 2015 stelde de HRJ een (wat halfslachtige) hervorming voor van het zgn. 'voorrecht van rechtsmacht', de procedure die gevolgd wordt om een onderzoek tegen magistraten te voeren.

In een eerste rapport van 25 maart 2015 was de HRJ streng voor de commissie van 3 magistraten die het Antwerpse parket-generaal uitdokterde om het tweede onderzoek in verband met die vermeende vervalsing van het proces-verbaal van de Antwerpse subtituut te voeren: "voor de ongei?nformeerde buitenstaander kan dit echter als een kunstgreep worden gepercipieerd of als een teken dat het niet mogelijk is om via de normale procedure tot onpartijdige beslissing te komen. Hierdoor kan, in tegenstelling tot de doelstelling van deze bijzondere regeling, een schijn van partijdigheid ontstaan".

De klacht van de familie Jacob bij de HRJ dateert al van april 2011. Minister van Justitie Turtelboom vroeg op haar beurt aan de HRJ een onderzoek te voeren naar aanleiding van de Panorama-reportage van 21 februari 2013.

Sindsdien werden uitgerekend 2 toenmalige leden van de HRJ zélf verhoord in het kader van het gerechtsonderzoek naar de vermeende vervalsing van een proces-verbaal op het Antwerpse parket.

Gezien dat tot twee maal toe zonder gevolg geklasseerd werd, bleef de rol van het parket iets waarover de rechtbank nu niet kon oordelen. Nochtans verwezen alle advocaten, zowel van de BBT-ers als van de psychiatrie, als van de familie Jacob naar de rol van de parketmagistraat op die fatale dag.

Het proces bleef dus een half proces, en kon misschien hoogstens een halve waarheid opleveren.

Onze partners