16 procent van Vlamingen is bereid om na 65e nog te werken

13/11/13 om 06:54 - Bijgewerkt om 06:54

De werkende Vlaming zou graag op 61 jaar met pensioen gaan, maar vreest door de strengere regels tot zijn 64 aan de slag te moeten blijven. Dat blijkt uit een grote pensioenenquête in opdracht van Knack.

16 procent van Vlamingen is bereid om na 65e nog te werken

© Zaza

De werkende Vlaming vindt een pensioen vanaf 61 jaar redelijk, maar schat dat zijn pensioen pas echt rond 64 jaar zal ingaan, na iets meer dan 42 loopbaanjaren. Dat blijkt uit een grote pensioenenquête, die iVox in opdracht van Knack heeft uitgevoerd. Aan de bevraging namen ruim 1470 werkende en bijna 1400 gepensioneerde Vlamingen deel.

De ondervraagden die jonger zijn dan 34 blijken nog pessimistischer over het moment van hun pensionering: zij schatten dat ze pas op 65 jaar en zes maanden het werkplunje aan de wilgen kunnen hangen.

Uitkering

Hoge verwachtingen over hun pensioenuitkering hebben werkende Vlamingen niet. Ze mikken gemiddeld op een wettelijk pensioen van net geen 1265 euro per maand.

Met pensioensparen, groepsverzekeringen en andere spaarvormen denkt men het wettelijk pensioen wel met bijna 400 euro per maand te kunnen aanvullen. Pensioensparen is veruit de populairste inspanning (71 procent van de ondervraagden).

Ongerust

Het pensioenstelsel moet hervormd worden, zeggen werkenden en ook gepensioneerden in koor. Het systeem is onduidelijk, ongunstig voor de lagere inkomens, te voordelig voor ambtenaren en in de toekomst onhoudbaar. 65 procent van de werkenden geeft aan ongerust te zijn over zijn of haar pensioen. De ongerustheid ligt het hoogst bij de jongste generatie (bijna 70 procent).

Taboes

Meer dan acht op de tien werkende Vlamingen is er ook van overtuigd dat het pensioensysteem er volledig anders uit zal zien wanneer ze zelf met pensioen zullen gaan. Bij de leeftijdscategorie jonger dan 34 is dat zelfs 90 procent.

Taboes rond de hervorming van het huidige systeem blijven intussen welig tieren. Voorstellen om de pensioenleeftijd of het aantal loopbaanjaren te verhogen, krijgen met voorsprong de minste steun. Slechts 16 procent van de Vlamingen is bereid om ook na zijn 65e verjaardag de mouwen op te stropen.

62 procent vindt bovendien dat de regeling voor vervroegd pensioen niet strenger mag worden. Een vervroegd pensioen mag ook niet automatisch leiden tot een lager pensioen, meent ongeveer de helft van de ondervraagden.

Oplossingen

Anderzijds laten de ondervraagden ook openingen. Voor de helft van hen mag het systeem van brugpensioen verdwijnen. Het overgrote deel van hen zit evenwel bij de gepensioneerden (68 procent), bij de werkenden is slechts 40 procent voorstander.

Zes op de tien respondenten zien niet in waarom werknemers, zelfstandigen en ambtenaren geen gelijkgeschakelde pensioenformule hebben. Ook het idee om de pensioenleeftijd en het aantal loopbaanjaren aan de levensverwachting te koppelen, vindt ingang.

Zowel gepensioneerden en werkenden vinden ten slotte dat meer mensen aan het werk moeten. Voor 38 procent van de werkenden is het terugdringen van de jeugdwerkloosheid een absolute prioriteit.

Het volledige artikel over het eerste deel van de grote pensioenenquête leest u deze week in Knack. Aansluitend geven econoom Gert Peersman, Itinera-directeur Marc De Vos en de voormalige baas van de ACV-studiedienst, Gilbert De Swert, commentaar.

Lees meer over:

Onze partners