Vorig jaar gold Radja Nainggolan als een ontdekking. Vandaag wordt hij door vriend en vijand als een van de meest begeerde middenvelders van de Serie A beschouwd. Hij wil met België naar het WK in 2014.

Na een veilige landing op de luchthaven van Cagliari gaat de autorit noordwaarts. Een smalle geasfalteerde weg leidt naar een mooi hoteldomein, waar de spelers van Cagliari zich voorbereiden op het seizoen en voor elke thuiswedstrijd op afzondering gaan.

De spelers geven zich – zelfs tijdens de training – voor de volle honderd procent, en een van die trainingsbeesten is de jonge Belg Radja Nainggolan (23), die door de fans met de bijnaam ‘De Leeuw van Antwerpen’ werd bedacht. Cagliari vecht, naar jaarlijkse gewoonte, voor het behoud in de Serie A. Het ziet er goed uit, maar op mathematische zekerheid zullen ze nog wat moeten wachten.

Voor Nainggolan persoonlijk was dit het jaar van de bevestiging, zo zegt hij: “Dit was het jaar waarin ik meer continuïteit in mijn prestaties moest zien te leggen. En ik vind dat ik daar vrij goed in ben geslaagd. De supporters verwachtten veel van mij en ze lieten me weten dat ik hun vertrouwen niet heb beschaamd.”

Werkpunt: efficiëntie

Net als vorig jaar prijk je ook nu weer in de top vijf van de spelers met het grootste aantal gewonnen duels. Op welk vlak boekte je de meeste vooruitgang?

Radja Nainggolan: “Ik ben sluwer geworden, want ik slaag er nu in om respect af te dwingen zonder dat ik fouten hoef te maken waar ik een gele kaart voor krijg. Ook op het vlak van concentratie ben ik vooruitgegaan. Ik heb steeds minder momenten waarop ik even wat minder aandachtig ben en dat is maar goed ook want in een competitie als de Serie A kan dat dodelijk zijn. Mijn efficiëntie blijft evenwel een werkpunt. Vorig seizoen scoorde ik twee keer en dit seizoen zit ik na 32 wedstrijden aan amper één doelpunt en twee assists. Dat is te weinig voor iemand die zo vaak op doel trapt als ik. Het feit dat we zowat de minst productieve ploeg van de Serie A zijn, maakt het er alleen maar erger op.”

Dit seizoen werd je voornamelijk als linker centrale middenvelder uitgespeeld. Is dat jouw favoriete positie?

“Neen, ik speel daar omdat de coach me daar zet en ik blijf daar staan omdat ik het klaarblijkelijk goed doe. Ik zou het niet erg gevonden hebben om net als vorig seizoen op alle posities in het middenveld te worden uitgespeeld. Ik ben ervan overtuigd dat ik ook op een andere plaats met dezelfde verbetenheid aan de wedstrijd zou beginnen. Als je het mij vraagt, is polyvalentie een grote troef in het hedendaagse voetbal. Ik ben het niet eens met mensen die vinden dat een polyvalente speler vaak als noodoplossing wordt gebruikt.”

Vorig seizoen was je een ontdekking, terwijl Cagliari dit seizoen eigenlijk al te klein is geworden voor jou. Het gaat hard.

“Ik voel me hier nochtans goed. En als ik mijn contract, dat loopt tot 2014, zou moeten uitdoen, zou ik dat helemaal niet erg vinden.”

Je noemt jezelf koppig, gul, respectvol en prikkelbaar zoals de meeste Sardiniërs, maar je bent ook ambitieus en met Cagliari kun je die stap hoger niet zet-ten …

“Het klopt dat de eerste zorg hier het behoud is, maar toen we na de eerste speeldagen op een Europese plaats stonden, geloofde ik er wel in. Ik dacht dat we er klaar voor waren, maar ik moest al snel een toontje lager zingen na de drie verlieswedstrijden op rij.”

Manchester City

De voorbije winter toonde Juventus interesse in jou.

“Daar denk ik niet aan. Momenteel ben ik alleen bezig met wat ik met Cagliari wil bereiken. En er is geen sprake van dat ik gas ga terugnemen, ook niet als we zeker zijn van het behoud. Al zal ik niet ontkennen dat een transfer een uitdaging is die ik maar wat graag wil aangaan.”

Voor alle duidelijkheid: het ging hier niet om een transfergerucht dat door een paar spelersmakelaars in de media werd gebracht. Het was voorzitter Cellino zelf die met het Juventusbestuur samen zat.

“Dat klopt. Ik denk dat de voorzitter een soortgelijke constructie als die met AlessandroMatri, onze spits die in januari 2011 naar Juve trok, wilde opzetten. Matri werd na een testperiode van zes maanden, in de vorm van een uitleenbeurt, overgenomen voor 15,5 miljoen euro. Maar dat ik momenteel nog bij Cagliari speel, kan niets anders betekenen dan dat het voorstel van Cellino niet bij iedereen in goede aarde viel.”

Er was ook concrete interesse van CSKA Moskou, waar je zo’n twee miljoen euro per jaar kon verdienen. En dan was er nog sprake van Manchester City en Zenit Sint-Petersburg …

“Geld is belangrijk, maar op dit moment heb ik hoegenaamd geen zin om te vertrekken. We zullen zien hoe de zaken ervoor staan aan het einde van de competitie. Ik weet dat de voorzitter niet de gewoonte heeft om spelers tegen hun zin hier te houden. Zeker niet als hij er goed aan kan verdienen. Ik ben uiteraard trots dat al die grote clubs interesse tonen. Ik heb heel vroeg alles op het voetbal gezet omdat ik al snel besefte dat studeren niets voor mij was. Het was hier in Italië aanvankelijk lang niet allemaal rozengeur en maneschijn want ik miste mijn familie en vrienden echt ongelooflijk hard. Het was een zware tijd, maar ik wist dat ik die kans moest grijpen.”

“Als er mensen zijn die dat dachten, dan zitten ze ernaast. Ik heb me voor de volle honderd procent gegeven. Het klopt dat ik wat minder in vorm was, maar elke voetballer maakt weleens zo’n periode door in het seizoen. Als ik echt met mijn gedachten ergens anders had gezeten, dan had ik wel gezegd dat ik vooral aan mijn vrouw dacht, die toen op het punt stond om te bevallen. Maar niemand heeft me ooit enig excuus horen inroepen.”

Live of op dvd

In november vorig jaar was je dolblij dat je voor de Rode Duivels werd opgeroepen.

“Ik heb er altijd al van gedroomd om voor de nationale ploeg te spelen. Logisch ook als je weet dat ik steevast voor de nationale jeugdteams werd geselecteerd. Ik liep daarvoor wel wat te mokken omdat ik niet begreep dat ik in 2009 wel werd geselecteerd om mee naar de Kirin Cup te gaan – terwijl ik toen nog in de Serie B speelde – en er nu zelfs niemand naar mijn wedstrijden in de Serie A kwam kijken. Elke keer dat ik de lijst met geselecteerde spelers zag, viel het me op dat spelers die nog in België actief zijn of die er lang gespeeld hebben makkelijker de kans kregen om zich te tonen. Ik heb vaak aan Jean-François Gillet gedacht. Die speelde meer dan twintig wedstrijden met de U21, maar moest wel tot zijn dertigste wachten op een kans bij de Rode Duivels. En dan waren er nog mijn ploegmaats die zich elke keer verbaasden over het feit dat ik niet geselecteerd was. ‘Hebben ze dan zulke goede middenvelders in België?’, vroegen ze me steeds weer.”

Hoe werd je op de hoogte gebracht van het feit dat je dan eindelijk weer geselecteerd was voor de Rode Duivels?

“Ik was verrast. Daarvoor zat ik immers al tweemaal in de voorselectie, maar haalde ik telkens de definitieve selectie niet. Toen het bestuur me zei dat ik eindelijk echt geselecteerd was voor de wedstrijden tegen Roemenië en Frankrijk dacht ik eerst dat ze me in de maling namen. Maar wat me echt verraste, was dat Georges Leekens me zei dat hij me een aantal keren had zien spelen en dat hij onder de indruk was van mijn prestaties. Ik twijfel eraan dat hij zelf naar Cagliari is gekomen. In de stad zou hij wel incognito kunnen rondlopen, maar op de club zelf zouden ze hem dan wel herkend hebben. Maar het maakt me eigenlijk helemaal niet uit of de bondscoach me live kwam bekijken of dat hij zich baseerde op een dvd of een scoutingverslag. Ik weet gewoon dat ik mijn kans moet grijpen om deel te blijven uitmaken van deze spelersgroep, waarmee we naar het WK 2014 willen.”

Herinner je je nog wat je deed toen je in de 78e minuut mocht invallen tegen Roemenië? Je gaf bijna een assist aan de tegenstander.

“Inderdaad, gelukkig straften de Roemenen dat niet af. Er waren er die beweerden dat ik te veel wilde doen, maar niets is minder waar. Ik heb de beelden inmiddels opnieuw gezien en het was een beweging die je zo vaak doet in een wedstrijd. Ik was gewoon niet rustig genoeg. Nu weet ik dat ik wedstrijden bij de Rode Duivels net zo sereen moet aanpakken als mijn wedstrijden bij Cagliari.”

Hoe komt het dat je die avond niet sereen genoeg was? Je hebt toch al voor hetere vuren gestaan in je carrière?

“Het is een kwestie van context. Ik werd nochtans goed opgevangen in de groep. MoussaDembélé, Jan Vertonghen en Toby Alderweireld kende ik nog van mijn tijd bij Beerschot.”

Eind februari werd je opnieuw opgeroepen voor de interland tegen Griekenland en weer mocht je invallen. Slechts enkele minuutjes weliswaar, maar dat weerhield je er niet van om in het shirt van de nationale ploeg op de training bij Cagliari te verschijnen.

“Acht minuten is inderdaad niet lang, maar het belangrijkste is dat Leekens me heeft gevraagd om rustig te blijven en dat hij me heeft gezegd dat hij zou zien op welke positie hij me zou uitspelen. Ik voel me klaar om de uitdaging aan te gaan. Ik heb erg veel respect voor TimmySimons en ik weet dat de coach hem wil meenemen naar het WK, maar toch denk ik dat ik de ploeg iets kan bijbrengen. Ik weet dat ik een goed alternatief kan zijn en dat ik mijn plaats in de kern heb.”

Waar ontbreekt het de nationale ploeg aan om een wedstrijd van belang tegen een sterke tegenstander te winnen?

“Dat vraag ik me ook af. Talent is er in elk geval genoeg, maar dat volstaat niet. Het feit dat we een groep vol jonge jongens zijn, is wat mij betreft ook geen excuus. Als ik zie wat iemand als Vincent Kompany bij Manchester City presteert, kun je hem toch niet bepaald onervaren noemen. Als hij er niet bij is, pakken we overigens veel makkelijker tegengoals. Wat wel zou kunnen meespelen, is dat we iets te zelfverzekerd zijn tegen teams zoals Azerbeidzjan. Het staat evenwel buiten kijf dat elke Rode Duivel zich maar wat graag wil kwalificeren voor een groot toernooi.”

DOOR NICOLAS RIBAUDO

“Vorig seizoen scoorde ik tweemaal. Dit seizoen zit ik aan een doelpunt en twee assists in 32 wedstrijden. Dat is te weinig!”

“Ondanks het respect dat ik heb voor Timmy Simons, denk ik echt dat ik de groep iets kan bijbrengen.”

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

Partner Content