Opinie

Mark Malloch-Brown

‘Verdeelde wereld? Overal zijn mensen het eens over de grootste uitdagingen voor de mensheid’

Mark Malloch-Brown Voorzitter Open Society Foundations

Mark Malloch-Brown staat stil bij de resultaten van een wereldwijde bevraging over de internationale aanpak van mondiale crises. 

Bittere gevechten in Oekraïne. Een groeiende schuldencrisis in de armste landen van de wereld. Overal stijgende prijzen, aangewakkerd door de Russische agressie tegen Oekraïne, en door de lockdowns en verstoringen van de Covid-19 pandemie. Een verergering van de klimaatproblemen.

In het afgelopen decennium lijkt het erop dat de internationale gemeenschap is tekort is geschoten. De opkomst van het populisme, gevoed door groeiende ongelijkheid en verkeerde informatie die door nieuwe technologie wordt verspreid, heeft velen wanhopig gemaakt over de mogelijkheid van collectieve actie. Het is mogelijk dat door een gebrekkig informatie-ecosysteem, mensen niet langer konden worden overgehaald om het soort beleid te steunen dat de wereld beter zou kunnen maken.

Maar temidden van deze schijnbare spiraal van rampspoed is er een sprankje hoop. Uit een van de grootste opiniepeilingen die ooit wereldwijd is gehouden, waarbij burgers in 22 zeer verschillende landen zijn ondervraagd, blijkt dat de mensen vooruitlopen op hun leiders – en veel meer openstaan voor ambitieuze mondiale oplossingen dan hun regeringen lijken te willen geloven. Ze zijn echter duidelijk over hun ontevredenheid over de prestaties van de internationale gemeenschap.  

Veelzeggend is dat slechts 36% van de respondenten de reactie van de Verenigde Naties op de invasie in Oekraïne als “redelijk” of “zeer goed” beoordeelt.

De poll vroeg meer dan 21.000 mensen in 22 landen naar hun eigen leven, hun mening over wereldwijde dreigingen en hoe die kunnen worden aangepakt. Het was een uitgebreide momentopname van de wereldwijde opinie, aangezien meer dan twee derde van de respondenten in Afrika, Latijns-Amerika, het Midden-Oosten en Azië woont, terwijl ook een meerderheid van alle G20-lidstaten aan bod kwam.

In tegenstelling tot de berichten over een verdeelde wereld, zijn de mensen in de hele wereld het eens over de grootste uitdagingen voor de mensheid. Zij maken zich de meeste zorgen over de klimaatverandering, gevolgd door de Russische invasie in Oekraïne. De bezorgdheid over de stijgende prijzen overheerst, en bijna driekwart van de respondenten is van mening dat er een wereldwijd voedseltekort is. De mensen waren verrassend optimistisch over hun eigen persoonlijke leven: een meerderheid (55%) was van mening dat het de goede kant op gaat met hen. In schril contrast daarmee was minder dan een vijfde van mening dat het met de wereld de goede kant op gaat. Overal heerste een diep pessimisme over het vermogen van de internationale gemeenschap om de veelvuldige, in elkaar grijpende crisissen van dit moment aan te pakken.

Het meest opvallend waren de reacties op een reeks internationalistische beleidsideeën – waarvan er vele nog niet tot het internationale debat zijn doorgedrongen, omdat politici voorstellen vermijden die als radicaal zouden kunnen worden beschouwd, ondanks de noodzaak van radicale actie. Het stereotype dat bevolkingen overal in de richting van nationalisme en parochialisme zijn opgeschoven, wordt in twijfel getrokken wanneer mensen moedige oplossingen worden voorgesteld.

Als de mogelijkheid zou worden geboden om de schulden van de armste landen kwijt te schelden en de schuldenlast van andere landen te verlichten, is meer dan twee derde (72%) van de ondervraagden voorstander. Uit de opiniepeiling bleek voorspelbaar dat de lagere- en middeninkomenslanden, die de belangrijkste begunstigden zouden zijn, enthousiaster waren over schuldkwijtschelding.  Maar na jaren van MAGA-beleid in de VS en de sterke opkomst van populistische partijen in West-Europa, zijn er nog steeds meerderheden voor kwijtschelding van schulden (respectievelijk 56% en 57%), tegenover respectievelijk 27 en 29 procent  tegenstanders.


In drie West-Europese landen steunde 58% van de respondenten een voorstel waarbij rijkere landen volgend jaar 2% van hun begroting zouden bestemmen voor wereldwijde solidariteit om de meest kwetsbaren in de wereld te beschermen. In Frankrijk, de bakermat van een verzet tegen het “globalisme” in de vorm van de gele hesjes-protestanten, was dat 65%. Zelfs in de Verenigde Staten, waar dit als politiek suïcidaal zou kunnen worden beschouwd, was 53% voorstander.

Deze bereidheid om progressieve beleidsvoorstellen te onderschrijven was ook duidelijk bij kwesties die verband houden met de klimaatcrisis. Vijfenzeventig procent van alle respondenten was het ermee eens dat rijke landen “het voortouw moeten nemen bij een wereldwijd verzekeringsfonds ter bescherming tegen de wereldwijde gevolgen van klimaatverandering”. En 77% was van mening dat rijke landen “veel meer financiële middelen moeten toezeggen om de verliezen en schade te dekken die het gevolg zijn van de wereldwijde effecten van klimaatverandering”. Beide voorstellen werden gesteund door tweederde van de respondenten in West-Europa, en door 50% en 49% in de Verenigde Staten.

Interessant genoeg was het populairste beleidsvoorstel het idee om “een snelle-reactieteam voor de wereld op te richten, zodat wanneer zich een crisis voordoet, regeringen, het bedrijfsleven, liefdadigheidsinstellingen, de wetenschap en andere delen van de samenleving snel kunnen samenkomen om een actieplan overeen te komen”. Slechts 10% van de ondervraagden was op enigerlei wijze tegen dit voorstel gekant, terwijl 80% zijn steun uitsprak – een ontroerende uitdrukking van de hardnekkigheid van het wereldwijde idealisme in zo veel verschillende naties te midden van de heersende somberheid.

Natuurlijk is dit slechts één opiniepeiling – hoewel de respondenten als nationaal representatief werden geselecteerd. De ideeën, de kosten en de afwegingen werden niet volledig toegelicht, maar eerder als mogelijkheden naar voren geschoven. De voorstellen hier zijn niet blootgesteld aan jaren van demonisering door goed gefinancierde advertenties. Maar het laat wel zien dat als leiders een manier vinden om dit beleid te onderbouwen, bevolkingen overal kunnen worden overgehaald om moedige en visionaire actie te steunen.

Aan het einde van de Tweede Wereldoorlog lanceerde George Marshall, minister van Buitenlandse Zaken van de Verenigde Staten, een plan om de economieën van de Europese landen die door de gevechten waren verwoest, weer op te bouwen – een inspanning die 2% van het toenmalige budget van de Verenigde Staten vergde. Marshall zag de urgentie van de uitdaging in – en ging die aan, hij reisde het land door om politieke steun voor zijn visie te krijgen.

Vandaag blijft de internationale reactie versnipperd. Terwijl de wereldleiders zich voorbereiden op de opening van de Algemene Vergadering van de VN in New York, staan veel van deze opties niet op de mondiale agenda. De resultaten van dit onderzoek werpen nog een vraag op: waarom eigenlijk niet?

Mark Malloch-Brown is de voorzitter van de Open Society Foundations, ’s werelds grootste particuliere financier van mensenrechten en democratie, die zojuist het rapport, “Fault Lines: Global Perspectives on a World in Crisis” heeft gepubliceerd.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content