Opinie

Jonathan Holslag

‘Tovenarij versus een Italiaanse staatsman’

Jonathan Holslag Politoloog en publicist.

Jonathan Holslag (VUB) kijkt somber naar wat in Italië aan de gang is.

Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

Italië is vitaal voor Europa. Je kunt je geen Europees project indenken, noch op het vlak van waarden, noch op het gebied van geopolitiek of economie zonder de Italianen. De voorspoed van Italië belangt ons allen aan. Dat het land opnieuw in een politieke impasse is beland, is zorgwekkend. Maar het ontslag van eerste minister Mario Draghi wijst op een probleem waar heel Europa mee kampt: dolzinnige burgers die het gewoon zijn geworden dat populisten hen naar de mond praten.

Tovenarij versus een Italiaanse staatsman

Nu denkt u misschien dat ik niet goed wijs ben om met een vermanende vinger naar de burger te wijzen. Die verduivelde politici zijn toch het probleem? Laten we een vergelijk proberen te vinden: het gaat om een gedeelde verantwoordelijkheid van burgers die een soort tovenarij lijken te verwachten als het op hun welvaart aankomt en politici die pretenderen tovenaars te zijn, van burgers die gewend zijn geraakt aan welvaart zonder inspanning en politici die beweren hun dat soort welvaart te kunnen bieden.

Mario Draghi is niet zo’n tovenaar, maar een staatsman. Hij beseft dat als je wilt consumeren je zelf ook moet produceren. Hij wilde meer Italianen aan het werk krijgen en meer geld besteden aan het soort van infrastructuur dat ervoor zorgt dat de rekeningen betaald kunnen worden. Draghi beseft ook dat gratis geld niet bestaat. Je kunt als land schulden aangaan, maar als de bevolking verarmt, dan moet je aankloppen bij buitenlandse kredietverstrekkers. Die eisen boter bij de vis: hoe zwakker de economie, hoe hoger de rente.

Fascisten hadden vroeger nog de moed om gehoorzaamheid te eisen.

Draghi hield de Italianen een perspectief op vooruitgang voor, maar eiste inspanningen. Die politiek sloeg aan bij welwillende burgers. Tot voor kort was hij een van de populairste eerste ministers in tijden. Zijn nuchterheid stemde ook buitenlandse geldverstrekkers gunstig. Maar de populistische partijen, de Vijfsterrenbeweging op kop, trokken de stekker uit de regering. Peilingen tonen aan dat vooral rechts kans maakt om de volgende verkiezingen te winnen. De Broeders van Italië zouden met steun van de Lega of de Vijfsterrenbeweging en Berlusconi wellicht een regering kunnen vormen.

Daar verschijnen de tovenaars. De Broeders dansen in hun programma kundig om de hete brij heen: de gigantische buitenlandse schuld. Zij beloven lastenverlagingen en tezelfdertijd genereuze uitgaven. Viktor Orban van Hongarije is hun voorbeeld, maar ze vergeten klaarblijkelijk dat een doorsnee-Hongaar meer werkt voor minder dan de helft van het Italiaanse loon. En de toeschouwers van dat politieke circus vinden het allemaal geweldig.

Je komt dan uit bij het soort burgers dat het normaal vindt om karretjes vol te laden in de oprukkende hallen van Aldi en Lidl, maar tezelfdertijd steen en been klaagt over de invloed van Berlijn. Of bij het type burgers dat niet terugschrikt voor zakendoen met Bunga-Bunga-Berlusconi of zich suf zapt tussen vulgaire televisie als Grande Fratello Vip en Uomini e donne, maar voor de bühne wel vindt dat de Italiaanse beschaving hersteld moet worden en bij gelegenheid vroom zit te prevelen in de kerk.

De Broeders worden fascistisch genoemd, maar, en nu zal ik even heel stout wezen: de fascisten van vroeger hadden tenminste nog de moed om van hun volgvee gehoorzaamheid en nederigheid te eisen. Niets van dat alles bij de Broeders vandaag. Grote visioenen zonder verantwoordelijkheid. Zo’n partij heeft maar één overlevingsstrategie en dat is onrust stoken.

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

Partner Content