Sven Biscop

‘Sabotage drijft nu onze gasprijzen op, maar op termijn snijdt dit vooral in Ruslands vel’

Sven Biscop Docent UGent en programmahoofd Egmont – Koninklijk Instituut voor Internationale Betrekkingen

‘Momenteel proberen we hybride aanvallen af te schrikken door een sterke verdediging op te bouwen. Maar je moet ook kunnen afschrikken door te dreigen met vergelding’, schrijft Sven Biscop over de meest recente ontwikkelingen in de oorlog in Oekraïne.

“In oorlog is alles zeer eenvoudig, maar het eenvoudigste is moeilijk. Die moeilijkheden stapelen zich op en veroorzaken frictie, die niemand zich werkelijk kan voorstellen die nog geen oorlog gezien heeft”. Aldus Clausewitz. Een goed aanvalsplan steunt op een simpel idee, want als het plan te complex is om uit te leggen aan de eigen bevelhebbers, zal het ook niet uitgevoerd worden. Maar zelfs de beste plannen lopen mis, om te beginnen omdat de tegenstander natuurlijk ook een plan heeft. Dat maakt oorlog bij uitstek onvoorspelbaar, zoals Poetin heeft ondervonden, maar ook de vele militaire en academische analisten bij ons.

Ik had eigenlijk verwacht dat de oorlog al lang voor de zomer uitgedoofd zouden zijn. Na enkele weken was het voor iedereen duidelijk dat Rusland zijn initiële doel, nl. een nieuw regime vestigen in Kiev en (minstens) half Oekraïne tot aan de Dnjepr bezetten, niet kon bereiken. Mijn inschatting was dat Rusland, eens de landbrug tussen de Krim en de Donbas veroverd, de offensieve operaties zou staken en zich daar zou ingraven.

Terugblikkend, hadden ze dat beter gedaan. Op dat moment was het Oekraïense leger niet in staat een tegenaanval te lanceren. Rusland had zijn controle over de bezette gebieden kunnen consolideren, zodat een later tegenoffensief nog moeilijker zou zijn. Er zouden in het Westen ongetwijfeld enkele stemmen opgegaan zijn om wel sancties op te leggen, maar zich toch maar bij de voldongen feiten neer te leggen.

Door echter te blijven aanvallen, heeft Rusland paradoxaal genoeg zichzelf meer verzwakt dan Oekraïne. Weliswaar heeft het nog meer grondgebied veroverd, maar dan wel door boven de (onverwachte lage) limieten van zijn militaire slagkracht te gaan. Tegelijk heeft Rusland de eenheid van het Westen en de bereidheid om Oekraïne volop te steunen en Rusland te straffen alleen maar vergroot. De brutale oorlogsmisdaden door het Russische leger versterken die dynamiek nog. Dankzij de eigen vechtkracht en onze steun heeft Oekraïne de Russische opmars niet alleen gestuit, maar in sommige sectoren van het front ook fors teruggedrongen.

Alles wat we nu zien – bluffen over kernwapens, ongeloofwaardige referenda in de bezette gebieden en de sabotage van de Nordstream 1en 2 gaspijplijnen – zijn eigenlijk tekenen van zwakte en frustratie over  de nederlaag op het slagveld. De eigenlijke impact op de oorlog zal beperkt zijn. Poetins discours over Westerse agressie, waartegen desnoods kernwapens ingezet kunnen worden, moet het Russisch falen verhullen voor de eigen publieke opinie. Want hoe verklaren dat een zogezegd onbestaande Oekraïense natie zich zodanig weet te verzetten dat de mobilisatie afgekondigd moet worden, tenzij door een Westers complot? De referenda en zelfs de annexatie van grondgebied door Rusland zal Oekraïne er niet van weerhouden te blijven proberen zijn hele territorium te bevrijden.

De sabotage van de gasleidingen drijft op korte termijn alweer de energieprijzen op, wat Europa pijn doet. Maar op lange termijn snijdt dit vooral in Ruslands vel: het zijn hun pijpleidingen. Voor de oorlog schreef ik dat de EU aan Rusland zou moeten duidelijk maken: eens het gas afgekoppeld, gaan we het nooit meer terug aansluiten. Dat wordt nu wel heel zeker.

Niettemin is deze sabotage, een vorm van “hybride aanval”, toch een escalatie. Wij (de EU- en NAVO-landen) zijn niet in oorlog met Rusland en de onuitgesproken verstandhouding blijft dat een directe oorlog tussen de kernmachten vermeden moet worden. Zulke hybride aanvallen, die onder de drempel van militair geweld blijven en zolang ze geen mensenlevens kosten, zal het Westen dan ook niet snel als een oorlogsdaad beschouwen (al heeft de NAVO in juni van dit jaar voor het eerst expliciet beslist dat die optie wel bestaat). Maar we moeten er wel op reageren mocht zulke sabotage (of een andere verregaande hybride actie) op ons eigen grondgebied plaatsvinden.

Momenteel proberen we hybride aanvallen af te schrikken door een sterke verdediging op te bouwen. Maar je moet ook kunnen afschrikken door te dreigen met vergelding. Wie in eender welk EU- of NAVO-land een haven lamlegt door een cyberaanval of een pijplijn opblaast, moet er op rekenen dat de EU of NAVO als geheel een tegenaanval op hun infrastructuur zal uitvoeren. Dat zou onze strategie moeten zijn, maar dit debat was voor de oorlog nog maar net begonnen.

Dit is met name voor België van cruciaal belang, want wij zijn als gastland van de EU- en NAVO-hoofdkwartieren een hoofddoelwit voor hybride aanvallen en wij zijn als eerste verantwoordelijk om die te vermijden. Dat is een kernboodschap van onze eerste Nationale Veiligheidsstrategie, die de regering eind 2021 heeft aangenomen.

Laat ons ondertussen niet vergeten dat Rusland militair nog lang niet is uitgeteld. We zien de protesten, maar het regime (dat veel meer is dan Poetin alleen) zit nog altijd stevig in het zadel. We zien de velen die zich aan de mobilisatie proberen te onttrekken, maar tienduizenden zijn ondertussen onder de wapens en zullen binnen afzienbare tijd de Russische stellingen in Oekraïne versterken. Dat Rusland grote nieuwe delen van Oekraïne zou veroveren, is erg onwaarschijnlijk geworden. Maar is helaas ook erg onwaarschijnlijk dat Oekraïne het aanzienlijke grondgebied dat Rusland nog altijd bezet volledig kan bevrijden.

Zoals gezegd, oorlog is bijzonder onvoorspelbaar. Op dit moment is de meest waarschijnlijke uitkomst nog steeds dat beide partijen elkaar op een bepaald moment tot stilstand vechten en dat het front dan minstens tijdelijk stabiliseert – hopelijk zo ver mogelijk naar het oosten. Mogelijk ook onder druk van de winter, al wordt vaak vergeten dat in 1941, toen Nazi-Duitsland de Sovjet-Unie binnenviel, tot ver in december heftig werd gevochten.

Schept een (tijdelijke) pauze in de gevechten kansen op gesprekken of laait de oorlog in de lente gewoon weer op? Niemand die dat nu kan weten. Hoe dan ook moet het Westen zich er op voorbereiden om Oekraïne structureel te ondersteunen, militair en economisch, en om zijn economie structureel onafhankelijk te maken van Rusland. Een vredesakkoord blijft het ideaal, maar zeer onwaarschijnlijk tenzij Rusland grote toegevingen zou doen. We stellen ons dus maar beter in, als de actieve oorlog ooit eindigt, op een langdurig bevroren conflict, met een permanent risico op hernieuwde escalatie.

Prof. Dr. Sven Biscop, hoofddocent aan de UGent en directeur aan het Egmont Instituut, is de auteur van Hoe de grootmachten de koers van de wereldpolitiek bepalen (Kritak, 2021).

Partner Content