Opinie

Herman Matthijs (UGent, VUB)

‘Ook Vlaanderen zal eens een ernstig kerntakendebat moeten voeren’

Herman Matthijs (UGent, VUB) Hoogleraar Openbare Financiën aan de UGent en de VUB en lid van de Hoge Raad Financiën

Op de Vlaamse feestdag staat professor Herman Matthijs  Herman Matthijs (UGent & VUB) stil bij het vele politieke werk dat de Vlaamse overheid nog op de plank heeft liggen.

Maandag 11 juli viert Vlaanderen de ‘Guldensporenslag ‘ uit 1302 . Toen  versloeg het leger van het Graafschap Vlaanderen (ongeveer het huidige gebied van West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen ten westen van de Schelde, het land van Aalst, Zeeuws-Vlaanderen onder de Schelde gelegen en Frans-Vlaanderen) de Franse koninklijke troepen. Maar 720 jaar later heeft Vlaanderen een andere territoriale invulling met Antwerpen, Brabant en Limburg, maar zonder Zeeuws-Vlaanderen en Frans-Vlaanderen. Desalniettemin stellen er zich vandaag ook vele uitdagingen voor het Vlaanderen in het tweede decennium van de 21ste eeuw.

Hierbij een overzicht van de ‘to do‘ dossiers in Vlaanderen.

  1. Er is meer dan ooit nood aan een aanpak van de overdreven regelgeving. Hele domeinen van de maatschappij worden stilgelegd door te veel regels. Voorbeelden zijn het onderwijs, stedenbouw-ruimtelijke ordening en milieu.  Moest Kafka terug neerdalen op deze planeet, hij zou zeker een doctoraat beginnen te schrijven over de regelgeving in dit land. Uiteraard heeft dit gegeven ook te maken met de explosie van Vlaamse administratieve diensten. Een grondige sanering van de Vlaamse administratie om de efficiëntie alsook effectiviteit te bevorderen, kan de begroting en de welvaart alleen maar ten goede komen.
  2. Onderwijs (15,5 miljard euro) en welzijn (14 miljard euro) zijn de twee belangrijkste uitgavenposten in de Vlaamse begroting  op een totaal van ongeveer 54 miljard euro. Het zijn twee gemeenschapsmateries die het merendeel van de uitgavenzijde voor hun rekening nemen. Desalniettemin wijst men terecht op het dalende niveau van het onderwijs. Er zijn, over de laatste jaren heen, miljarden bijgekomen in de begroting voor onderwijs, maar het niveau zakt. De hoofdreden ligt in het feit dat er niet meer geïnvesteerd wordt in het lesgeven en het onderwijs ook gebukt gaat onder een loodzware administratieve regelgeving, die weinig aandacht heeft voor de corebusiness: de kennisoverdracht. Het zelfde fenomeen doet zich voor in de welzijnssector met het bestaan van vele diensten, die niet bezig zijn met de kernzaken. Ten aanzien van deze beide materies moet het beleid structureel ingrijpen.
  3. Vlaanderen is nog het enige deel van de Belgische federatie, waar de totale geconsolideerde schuld (ongeveer 40 miljard euro) minder is dan de jaarlijkse som van de begrotingsmiddelen (ongeveer 50 miljard). Waardoor er een positieve ratio bestaat om de totale schuld in één jaar te kunnen terug te betalen.  Maar om deze situatie te behouden zal er toch werk moeten worden gemaakt van een budgettaire ingreep. Ook Vlaanderen zal eens een ernstig kerntakendebat moeten voeren. De omvang van de vele subsidies (6 miljard euro) kan best gereduceerd worden. Deze beide laatste ingrepen zijn voor Vlaanderen de mogelijkheid om gezonde openbare financiën te behouden.  
  4. De verkeersinfrastructuur is ondermaats onderhouden in Vlaanderen en dat merkt de burger alleen al aan een autotocht over de Vlaams-Nederlandse grens. De absoluut noodzakelijke Antwerpse ringwerken dreigen ook dit decennium niet meer klaar te geraken, en dan moet men nog beginnen aan de Brusselse ring. Bovendien is het wegennetwerk niet meer aangepast aan de stijgende bevolking van de laatste decennia.   
  5. Al twee legislaturen wordt in Vlaanderen doorgezet met het dossier van de  vrijwillige fusies van gemeenten. Maar dat dreigt intussen een onbetaalbaar dossier te worden. Daar komt nog bij dat er voorlopig geen enkel bewijs is dat fusies gaan bijdragen tot een beter beheer van de gemeenten. Wat wel veel noodzakelijker is: het kerntakendebat van de lokale besturen. Daaraan zijn al vele dure studies besteed, doch politiek gebeurt er niets mee. Het  bestuursniveau tussen de Vlaamse overheid en de gemeenten is veel te uitgebreid en te duur geworden: provincies, regio’s, polders en wateringen, intercommunales, politiezones, veiligheidszones etc. Een rationalisering van de Vlaamse bestuursniveaus kan alleen maar bijdragen tot een beter bestuur.
  6. Ook wordt Vlaanderen geconfronteerd met de problemen omtrent de elektriciteits- en energievoorzieningen. Door het heterogene bevoegdheidspakket in de wetgeving als gevolg van de de staatshervorming, heeft de Vlaamse overheid hier te weinig slagkracht. Net zoals het waterbeleid lijkt een volledige overdracht van dit beleid aan de deelstaten een logische stap en dan kan Vlaanderen resoluut kiezen voor een strategisch energiebeleid op basis van kernenergie.  
      
  7. Een uiterst belangrijke factor is het monetair beleid van de ECB te Frankfurt. Na jarenlang geleuter over te weinig inflatie, weet men nu geen blijf met de hoge inflatiecijfers. Laat ons realistisch zijn, de inflatie zal nog voor de rest van het lopend decennium  hoog blijven. Bovendien is de lage rente een drama voor de spaarders. De hoge spaarquote in Vlaanderen is een van de grootste slachtoffers van dit ECB beleid. Tenslotte moet er ook op gewezen worden dat de koers van de euro al een hele tijd in dalende lijn evolueert, het imago van een sterke munt is ook al lang weg.  
  8. Gezien er vervroegde federale verkiezingen worden aangekondigd en de verkiezingen van mei 2024 snel naderen, zal Vlaanderen ook een visie op tafel moeten leggen wat een zevende staatshervorming betreft. Hieromtrent kunnen vandaag meer vragen gesteld worden dan er antwoorden gegeven kunnen worden: dient Brussel de Vlaamse hoofdstad te blijven? Wordt het een staatshervorming met 2,3 of 4? Wat wordt de band met Brussel, en wat doen we met de grenzen van dit Gewest? Hoe moeten we de bijzondere financieringswet herzien? Dient er een normenhiërarchie te komen? Gaat  art. 35 van de grondwet  worden uitgevoerd en welke bevoegdheden komen in aanmerking voor een overdracht? Enzoverder. 

Met andere woorden, op de Vlaamse regeringstafel liggen nog vele dossiers die dringend moeten opgelost worden. De politieke vraag is of mogelijkse federale vervroegde verkiezingen en de introductie van de techniek van de lopende zaken, hun gevolgen kunnen hebben voor het Vlaamse beleid tot in mei 2024?  

Partner Content