Stijn Bruers

‘Onzuivele waarheid: ook met correcte informatie kan je consumenten misleiden’

Stijn Bruers Moraalfilosoof en voorzitter van Effectief Altruïsme België.

‘Met “Vlees van bij ons” en “Melk van bij ons – De zuivele waarheid” voerde het Vlaams Centrum voor Agro- en Visserijmarketing (VLAM) de afgelopen maanden promotiecampagnes voor de Vlaamse veeteelt. Toegegeven, de informatie in die campagnes is niet fout, op een paar details na’, schrijft Stijn Bruers. ‘Maar ze is zo bijzonder eenzijdig dat ze het toonvoorbeeld is van hoe consumenten te misleiden met correcte, wetenschappelijk onderbouwde informatie.’

Het is waar wat er op de podcast De Zuivele Waarheid wordt gezegd: de koolstofvoetafdruk van een liter Vlaamse koemelk is ongeveer 1 kg CO2-equivalenten. Dat is drie keer lager dan het wereldgemiddelde, dus Vlaamse koemelk is relatief klimaatvriendelijker dan buitenlandse koemelk. Dat wil nog niet zeggen dat Vlaamse koemelk klimaatvriendelijk is, want de koolstofvoetafdruk van bijvoorbeeld sojamelk is ongeveer een derde van die van Vlaamse koemelk. Sojamelk is dus drie keer klimaatvriendelijker. En dat belangrijke gegeven wordt verzwegen door VLAM. Voor alle duidelijkheid: de meeste sojamelk heeft ongeveer dezelfde voedingswaarde als koemelk (eiwitten van dezelfde kwaliteit en evenveel calcium, vitamine D en B12). En wat vlees van bij ons betreft: nergens in de VLAM campagnes wordt vermeldt dat de broeikasgasuitstoot bij de productie van vlees drie tot acht keer meer is dan bij de productie van een plantaardige vleesvervanger met dezelfde voedingswaarde.

Het is waar dat de Vlaamse veeteeltsector voor ongeveer 7% bijdraagt aan de totale emissies van broeikasgassen in Vlaanderen. Dat lijkt weinig, maar dat maakt vlees en zuivel nog niet klimaatvriendelijk.

Ten eerste zegt de bijdrage van een sector aan de totale emissies nog niets over de duurzaamheid van wat die sector produceert. Het kan namelijk zijn dat er nog andere onduurzame sectoren in Vlaanderen zijn die veel CO2-uitstoten. Denk aan de petrochemische industrie. Mocht die industrie toevallig net buiten Vlaanderen gelokaliseerd zijn, dan stijgt het aandeel van de veeteelt tot 9%. En mochten de Vlaamse woningen beter geïsoleerd zijn en de wagens elektrisch zijn, dan stijgt dat percentage van de veeteelt nog verder. Hoe kun je dan concluderen of vlees duurzaam is? Dan kun je evengoed beweren dat privévliegtuigen duurzaam zijn, want die dragen in totaal voor minder dan 0,5% bij aan de klimaatverandering.

Ten tweede worden de CO2-emissies van geïmporteerde veevoeders niet meegeteld. Kijken we mondiaal, dan draagt de veeteelt voor ongeveer 16,5% bij aan de uitstoot van broeikasgassen.

En ten derde, en dit wordt zelfs door klimaatactivisten nog onderschat: bovenstaande cijfers en percentages gaan enkel over de uitstoot van CO2 en andere broeikasgassen. Maar dat is nog niet de hele klimaatimpact. Wat niet werd meegeteld, is de ‘carbon opportunity cost’: CO2 die niet wordt opgenomen. Door veeteelt verliezen we een opportuniteit of mogelijkheid om koolstof op te slaan, en dat heeft een klimaatkost. Veel landbouwgrond is namelijk geschikt voor herbebossing, en die bossen zouden veel CO2 kunnen opnemen. Maar vooral de veeteelt heeft veel behoefte aan land voor veevoeders. Door de veeteelt hebben we dus niet de mogelijkheid om tonnen CO2 op te nemen via herbebossing. En het gaat over veel tonnen. Als we mondiaal diervrije (veganistische) producten in plaats van dierlijke producten zouden eten, dan komen er enkele miljoenen vierkante kilometers landbouwgrond vrij die geschikt zijn voor spontane herbebossing. Die bossen kunnen 800 miljard ton CO2 opnemen. Dat is meer dan de helft van alle CO2 die sinds de industriële revolutie is uitgestoten door de verbranding van fossiele brandstoffen. Recentere schattingen spreken zelfs van 1,7 biljoen ton CO2-opname bij een mondiale veganistische voedingsproductie. De veeteelt is het belangrijkste obstakel in een van de goedkoopste en effectiefste manieren om CO2 uit de atmosfeer te halen.

In De Zuivele Waarheid wordt niets gezegd over de koolstofopportuniteitskost van melk. De VLAM-campagne vermeldt dat de graslanden voor de veeteelt belangrijke CO2-opslagplaatsen zijn. Maar als dat grasland gebruikt wordt voor productieve veeteelt, dan kan het minder CO2 opnemen dan wanneer het natuurgebied was. Drinken we plantaardige melk, dan komt grasland dat geschikt is voor herbebossing, en veel akkerland dat nu gebruikt wordt voor voedermais, vrij voor herbebossing. Als we dan naast de koolstofvoetafdruk (de directe broeikasgasemissies) ook rekening houden met de onmogelijk gemaakte koolstofopslag door het landbeslag van de veeteelt, dan is de totale klimaatimpact van koemelk meer dan tien keer hoger dan die van sojamelk. Ook op vlak van verzuring en vermesting van het milieu is koemelk ongeveer 10 keer schadelijker dan sojamelk. Zeg nu zelf, een dergelijk groot verschil negeren, en insinueren dat koemelk toch duurzaam is, is toch echt wel het misleiden van consumenten die begaan zijn met het milieu?

Het is waar dat de veeteelt ook gebruik maakt van grasland dat niet geschikt is voor herbebossing, en van voedselafval dat niet geschikt is voor menselijke consumptie. De VLAM-campagne is gericht aan consumenten, maar bekijkt de situatie niet vanuit het oogpunt van de consument. Een consument kan redelijk gemakkelijk kiezen tussen dierlijk vlees en diervrij, plantaardig ‘vlees’. Maar ga als consument maar eens op zoek naar dierlijk vlees dat duurzamer is dan plantaardige producten omdat het afkomstig is van veeteelt dat enkel gebruik maakt van voedselafval en van graslanden die geen andere landbouwtoepassingen kennen en niet waardevol zijn als natuurgebied. De campagne verzwijgt ook dat veel van dat voedselafval op andere manieren gevaloriseerd kan worden: als energiebron, compost of basisingrediënt in de voedselnijverheid. Sojaschroot kan bijvoorbeeld gebruikt worden voor de productie van plantaardig vlees.

De Zuivele Waarheid-podcastaflevering over dierenwelzijn vermeldt niets over de dierziektes van melkkoeien. Door de intensieve productieomstandigheden, met snel op elkaar volgende zwangerschappen en een hoge melkproductie per koe, krijgt een kwart tot de helft van de melkkoeien in Vlaanderen binnen het jaar klinische melkklierontsteking. Een op twee koeien heeft een klauwletsel, bijna één op drie is kreupel en een op vijf krijgt een chronische baarmoederontsteking na bevalling. Stel dat er een land is waar 30% van de vrouwen kreupel is en borstontstekingen krijgt, wat zou je dan concluderen over de algemene gezondheidstoestand van die vrouwen? Zouden die percentages onbesproken mogen blijven in een podcast over het welzijn van vrouwen in dat land?

Ook het mentale welzijn ten slotte, blijft onbesproken. Kalfjes in de melkveeteelt worden weggenomen van de moederkoe. Net zoals baby’s krijgen kalfjes emotionele en gezondheidsproblemen als ze op jonge leeftijd gescheiden worden van hun moeder. De kalfjes worden dan depressief, zoals aangetoond werd in onderzoek. Als wij depressief zijn of veel stress of pijn hebben, gaan wij pessimistischer oordelen in onzekere situaties. De kalfjes in het onderzoek leerden om naar een wit scherm te lopen voor een beloning en om weg te blijven van rode schermen. Maar hoe reageerden de kalfjes op roze schermen? De kalfjes die weggenomen werden van de moederkoe, gingen pessimistischer oordelen en bleven vaker weg van de roze schermen. Ze verwachtten er geen beloning. Deze pessimismeneiging is een aanwijzing van een negatieve gemoedstoestand bij die kalfjes.

De laatste jaren werden we geconfronteerd met veel desinformatie (over corona, vaccins, complottheorieën enzomeer). Als antwoord zagen we de opkomst van de factcheckers die onwaarheden te lijf gingen met wetenschappelijk onderbouwde argumenten. Maar dergelijke factcheck is onvoldoende: de VLAM-marketing toont aan dat mensen ook ernstig te misleiden zijn zonder beroep te doen op onwetenschappelijke onwaarheden. VLAM presenteert geen foute feiten, maar eenzijdige feiten. Heel belangrijke feiten worden niet vermeld en waarschijnlijk bewust verzwegen. Ook dat is desinformatie dat onderwerp moet zijn van een factcheck.

Partner Content