Opinie

Oleksandra Matviychuk

‘Onderhandelen om Poetin een ‘uitweg’ te bieden? Dat is een kwetsende en gevaarlijke misvatting’

‘Met het oog op de genocide die onafgebroken voortwoedt, mag het Oekraïnse volk niet worden gedwongen tot een onderhandeling over hun bestaansrecht’, schrijft de Oekraïense mensenrechtactiviste Oleksandra Matviychuk.

Bijna honderd dagen na het begin van de ongeprovoceerde Russische invasie van Ukraïne schat de VN dat er minstens 4.000 burgerslachtoffers zijn gevallen. Het werkelijke aantal ligt ongetwijfeld aanzienlijk hoger. De conclusie van een rapport dat op vrijdag werd gepubliceerd door een team van onafhankelijke juristen, luidt dat de Russische gruweldaden in Oekraïne gelijkstaan aan volkerenmoord. En toch heerst in het Westen steeds meer de mentaliteit dat de slachtoffers met hun moordenaars moeten onderhandelen en meer bloedvergieten en verdere bezetting moeten aanvaarden – enkel om Poetin een ‘uitweg’ te bieden. Dit is een kwetsende en gevaarlijke misvatting.

Vorige week, tijdens een toespraak in Davos, raadde Henry Kissinger Oekraïne aan de oorlog te beïndigen door ‘wijsheid’ te tonen en terug te keren naar de ‘status quo ante’. Met andere woorden, Oekraïne moet het reeds door Rusland veroverde grondgebied in de Krim en Donbas afstaan, als beloning voor een drie maanden durend bloedbad en het veroorzaken van de grootste Europese vluchtelingencrisis sinds de Tweede Wereldoorlog.

De aanhangers van realpolitik moeten zich realiseren dat Oekraïne niet enkel om grondgebied strijdt alsof ze in een spelletje Risk zijn verwikkeld, maar ook om de mensen die er wonen. De naam van de beruchte voorstad van Kiev, Boetsja , zal voor altijd in het geheugen gegrift staan als een plek waar de Russische troepen al na enkele weken van bezetting gruwelijke oorlogsmisdaden begingen. Elke locatie die door het leger van Poetin is ingenomen, wordt voorgoed getekend door hartverscheurende  misdrijven zoals marteling, verkrachting, moord en gedwongen verdwijningen. Civiele en vitale infrastructuur zijn doelbewust aangevallen en hele steden zoals Marioepol zijn van de kaart geveegd en onbewoonbaar achtergebleven.

In slechts enkele maanden is ontelbaar leed veroorzaakt, het is haast niet voor te stellen welke schade er binnen het bestek van jaren zou kunnen worden aangericht. Wanneer de Oekraïners te horen krijgen dat zij hun grondgebied moeten ‘afstaan’, betekent dit dat onze landgenoten aan deze tirannie worden overgeleverd.

En de terreur stopt niet wanneer de Russische troepen een stad hebben ‘bevrijd’. Deze invasie draaide nooit om het veiligstellen van grondgebied, maar om grootschalige maatschappelijke ontwrichting door een regime dat niet gelooft in de Oekraïnse identiteit of staat. In videoboodschappen afkomstig uit Telegramkanalen, opgenomen in de inmiddels bezette steden Cherson en Zaporizja, zijn doodsbange inwoners te zien die gedwongen bekentenissen afleggen en bevestigen dat zij ‘een volledige denazificatiecursus hebben voltooid’. Dit groteske experiment doet denken aan de hersenspoeling van Oeigoerse moslims door de Chinese overheid in de concentratiekampen in Xinjiang. Maar blijkbaar moet Oekraïne onze burgers overleveren aan deze barbaren omwille van niet bestaande ‘vreedzame onderhandelingen’ met Rusland.

Als de levens van onderdrukte Oekraïners niet voldoende aanleiding vormen om actie te ondernemen, wil ik beroep doen op het pragmatisme van de beleidsmakers. De oorlog in Oekraïne begon niet in 2022, maar in 2014, toen de Russische troepen de Krim, Donetsk en Loehansk onrechtmatig binnenvielen. Er volgde destijds slechts een timide reactie van de internationale gemeenschap. Heeft deze afwachtende houding mogelijk Poetin’s honger naar nieuwe doelwitten aangewakkerd? Hebben de Westerse democratieën het Kremlin tevredengesteld om van een periode van vrede te kunnen profiteren? Van het bombarderen van de inwoners van Aleppo tot het inzetten van chemische wapens in de straten van Engeland en het aanmoedigen van het geweldadige Wit-Russische optreden tegen protestacties – Poetin heeft een wereldwijde destabiliseringscampagne gevoerd en zal dat blijven doen tenzij er krachtig tegen hem wordt opgetreden.

Het woord ‘compromis’ behoort niet tot Poetins vocabulaire. Dat blijkt uit het bedrog waaraan hij zijn eigen burgers heeft blootgesteld. Nadat Poetin in 2000 als president van Rusland werd aangesteld, stelde hij een effectief sociaal beleid op voor het land – in ruil voor een sterke economie die de armoede van het Sovjettijdperk zou doorbreken, werden de politieke vrijheden drastisch ingeperkt. Wat volgde was een autoritaire kleptocratie. De opbrengsten van de immense olie- en gasvoorraden verdwenen naar de bankrekeningen van de elite en werden voornamelijk in het Westen uitgegeven. De belofte aan het Russische volk werd vanaf het eerste begin al verbroken en de staat leidde de aandacht af van dit verraad door regelmatig aangrenzende staten binnen te vallen.

Het oorspronkelijke oorlogsdoel van het Kremlin was om het hele land binnen enkele dagen te bezetten. Het is vrijwel zeker dat, als zij hierin geslaagd waren, andere landen zoals Moldavië of Kazachstan het volgende doelwit zouden zijn geweest. En die mogelijkheid ligt nog steeds op tafel. Wit-Rusland is in alle opzichten geannexeerd, behalve in naam. Wat Kissinger, een aantal Europese regeringen en anderen vragen, is een feitelijke overgave en verzoening die enkel zal leiden tot een nog grotere bedreiging voor de veiligheid.

Het is misschien waar dat de inflatie een groter probleem vormt voor de meeste stemgerechtigden en dat de ontwrichting van de wereldwijde voedsel- en energiemarkten de komende maanden zal verergeren. Maar het idee dat dit te wijten is aan de Oekraïnse volharding in hun overlevingsstrijd, in plaats van een gevolg van de Russische blokkade van de Oekraïnse havens aan de Zwarte Zee, waardoor tientallen miljoenen graan hun bestemming niet zullen bereiken, is een grove misvatting van hetgeen dat zich voor onze ogen afspeelt. De recente suggestie van Rusland dat het de graanexport van Oekraïne weer zou kunnen toestaan in ruil voor versoepeling van de sancties, zou bij iedereen alle twijfel moeten wegnemen over de bron van de huidige mondiale onrust.

Met het oog op de genocide die onafgebroken voortwoedt, mag het Oekraïnse volk niet worden gedwongen tot een onderhandeling over hun bestaansrecht. De afgelopen dagen heb ik gesproken met collega’s die zich inzetten voor de mensenrechten in Syrië en Libië, beide landen waar Russische troepen en huurlingen volkomen ongestraft dood en verderf zaaien. De wereld kan niet toestaan dat Oekraïne aan deze lijst wordt toegevoegd. Wij zullen niet de laatste zijn. Degenen die hun cynisme verhullen met zogenaamd pragmatisme moeten terug naar de schoolbanken en leren dat de enige manier om een pestkop te verslaan, is door hem het hoofd te bieden.

Oleksandra Matviychuk, voorzitter van Center for Civil Liberties, IRF-bestuurslid en een toonaangevende mensenrechtenactivist in Oekraïne

Partner Content