Opinie

Herman Matthijs (UGent, VUB)

‘Meer geld naar Defensie? Regering-De Croo maakt nog altijd geen te beste beurt bij de NAVO’

Herman Matthijs (UGent, VUB) Hoogleraar Openbare Financiën aan de UGent en de VUB en lid van de Hoge Raad Financiën

Professor Herman Matthijs (VUB & UGent) is niet onder de indruk van het akkoord dat het kernkabinet bereikt heeft over de defensiebegroting. Hij blikt voorui naar de NAVO-top in Madrid eind deze maand.

Het kernkabinet heeft zaterdagavond een beslissing genomen omtrent de defensiebegroting in het kader van de NAVO-top van eind juni te Madrid. Volgens het NAVO-jaarverslag van 2021 besteedt dit land 1,07 procent van zijn BBP aan defensie en dat is het derde slechtste resultaat, na België volgen nog Spanje en het Groothertogdom Luxemburg.

De tweede NAVO-norm is gerelateerd aan de 20 procent minimale investeringen. Hier zit dit federale koninkrijk aan 16,8 procent. Deze norm is de laatste jaren gestegen en als gevolg van het militair investeringsprogramma van de Zweedse regering-Michel met Steven Vandeput (N-VA) op Landsverdediging. Reeds 21 NAVO-leden voldeden aan deze norm in het jaar 2021.  Gezien de betaling van de budgettair vastgelegde contracten gaat België deze norm van 20 procent spoedig halen. 

2 procent-norm

In het NAVO-jaarverslag leest men ook dat acht landen al over de 2 procent BBP aan defensie zitten. Volgens de afspraak in Wales van 2014 zou die norm door alle lidstaten moeten behaald worden tegen 2024. Gezien de verklaringen van Nederland en Duitsland en andere leden gaat deze 2 procent door een meerderheid der lidstaten behaald worden in 2024.

De Vivaldi-regering van premier Alexander De Croo (Open VLD) beslist dat België de 2 procent voor defensie gaat halen tegen het jaar 2035. Een eerste bemerking: wie gelooft dat? Om te beginnen is dat nog 12 jaren verwijderd van heden en drie regeringen verder. Ook is het opmerkelijk dat er zo’n lange tijd over moet gaan, want de NAVO stelt dat de Oekraïne oorlog nog jaren gaat duren en we zijn pas in het jaar 2022. Het is zoiets als dat men in 1939 zou gezegd hebben, ‘we gaan een leger uitbouwen tegen 1950’.

Het Belgisch akkoord zal geen indruk maken op de NAVO-top te Madrid en is ook geen publiciteit voor ons land, dat toch de locatie is van het NAVO- alsook SHAPE-hoofdkwartier. Als tussenstap gaat het defensiebudget naar 1,54 procent  BBP in het jaar 2030. Dat is het niveau waar Nederland nu al staat.  En 2030 is ook al twee federale regeringen verder.  

De nieuwe NAVO-lidstaten staan er al veel beter voor. Zweden gaat die 2 procent BBP-norm in 2024 halen en Finland heeft ze reeds bereikt. Er moet op gewezen worden dat beide Scandinavische regeringen centrumlinks zijn, met de groenen en  de socialisten alsook deels de liberalen erin.

Bovendien is de beslissing van de regering-De Croo inzake defensie ook nog eens gerelateerd aan zes voorwaarden. Ten eerste, er moet meer Europese samenwerking komen. Veel is daar niet merkbaar van, want de NAVO versterkingen naar de oostelijke grenzen zijn overwegend Brits, Amerikaans en Canadees.

Secundo, de militaire uitgaven moeten ten dienste staan van de samenleving. Dat is een punt waar men niet tegen kan zijn. Zo kan het leger zeker meedoen aan de politiek van cyberveiligheid en kan de genie de burgerlijke bescherming overnemen. De bewakingsopdrachten van het leger, na de terreuraanslagen, hebben zeker geleid tot een groter veiligheidsgevoel bij de bevolking.

Ten derde, de militaire aankopen moet de bedrijven ten goed komen. Iedereen weet toch dat dergelijke grootse aankopen (F35-gevechtsvliegtuigen, mijnenvegers, fregatten enzoverder) enorme voordelen opleveren voor de economie qua tewerkstelling, technologische kennis etc. Maar de grootste fout is reeds gebeurd eind der jaren negentig door de nalatigheid van de regering-Dehaene en alle volgende regeringen, om niet te willen meedoen aan de ontwikkelingsfase van de F-35. Daardoor is er veel onderzoek en ontwikkeling misgelopen voor de binnenlandse industrie.

Ten vierde, heeft de Vivaldi-regering het over het feit dat meer militaire uitgaven niet ten koste mogen gaan van de klimaat-uitgaven. Een duidelijke politieke eis van de groenen, maar de relevantie met dit militair dossier is volledig zoek.

In een vijfde punt spreekt de regering over meer hulp aan de natie. Daar kan niemand op tegen zijn: bescherming van kritische infrastructuur, bewakingsopdrachten door het leger, politionele taken door de militaire politie, de overname van de civiele bescherming, de inzet van de heli’s voor medische- en reddingsacties enz.… Dat komt de maatschappij ten goed en wordt meegeteld voor het bereiken van de 2 procent-norm.

Tenslotte zegt de regeringskern in zijn akkoord dat dit allemaal in een Europees kader moet gebeuren.  Dat Europees gegeven wordt wel een probleem. Want een EU-defensie is onbestaande en een Europese defensie zonder de Britten stelt niets voor. Bovendien is er een nieuw spanningsveld opgedoken. Namelijk de Duitse middelen voor defensie van 2 procent BBP, zoals aangekondigd door de sociaaldemocratische-liberale-groene regering te Berlijn, brengen het Duits defensiebudget op 70 miljard euro. Daar tegenover staat dat Frankrijk met 2 procent BBP maar aan 50 miljard geraakt. Ziet Parijs het zitten om de militaire leiding van Europa aan Duitsland te geven? Er zijn zeker andere Europese landen zoiets niet zien zitten.

Politieke onwil

Met deze beslissing zal de regering-De Croo zeker niet de beste beurt maken bij de NAVO. Bovendien werd er ook beslist om het budget voor de federale ontwikkelingshulp op te trekken van 0,4 naar 0,7 procent BBP tegen 2030. Dat is een verhoging van 75 procent. Als men dezelfde regel zou toepassen op defensie dan moest in het akkoord hebben gestaan dat het defensiebudget tegen 2030 op 1,85 procent BBP staat. Tevens moet erop gewezen worden dat defensie een exclusief federaal budgettair domein is. Ook de deelstaten en de lokale besturen besteden middelen aan ontwikkelingshulp.

In het jaarverslag 2021 van de NAVO staan de Belgische militaire uitgaven begroot op 5,3 miljard euro of 1,07 procent BBP. Het bereiken van de 2 procent BBP norm kost dus ruim 5 miljard euro. Vergelijkbare landen, Zweden en Nederland, halen dat. Maar er is duidelijk politieke onwil om dit in eigen land te verwezenlijken. Het is afwachten op het nieuwe investeringsprogramma van de minister, die wel al een goede beslissing heeft genomen met de aantrekkelijkere loonbarema’s voor de militairen. 

Gezien het belang van de Vlaamse zeehavens, met op kop ‘Port of Antwerp-Bruges’, de enorme handelsvloot alsook het feit dat ruim 90 procent van de wereldhandel per schip gebeurt, moet er zeker meer worden geïnvesteerd in de marine capaciteit. Daarnaast zijn er nog genoeg tekorten bij het leger: geen helikopters, geen voorraden, geen veldhospitaal, geen patriotsysteem, te weinig F-35’s enzoverder.

En ten slotte, zal Nederland het nog zien zitten om samen verder te werken met dit land als we beduidend minder blijven besteden aan het militair budget? Zo komen we snel in het communautaire twistpunt over dit militair dossier, de Waalse droom om het leger dan maar te integreren in dat van de Vijfde Franse Republiek en de meest Vlaamse partijen die het eerder zien zitten in het kader van de Benelux. Ongetwijfeld een dossier dat zeker nog niet gesloten is in dit land waar de electorale campagne is opgestart.

Partner Content