Opinie

Vrije Tribune

‘Lerarentekort? Extra handen uit de beroepswereld kunnen helpen om gaten op te vullen’

Vrije Tribune Hier geven we een forum aan organisaties, columnisten en gastbloggers

‘Net zoals in de bedrijfswereld moeten we kinderen vaker uitleggen waarom ze iets moeten leren. En niemand kan die vertaalslag beter maken dan iemand die een vak in de beroepspraktijk toepast’, schrijft Rudi Maelbrancke van Coderdojo.

Met de start van het nieuwe schooljaar kennen we nog steeds een nijpend lerarentekort. Zo staan er vandaag volgens VDAB een goede 3.000 vacatures open in het onderwijs. Uit cijfers die het Vlaams Parlement opvroeg zou de aanwervingsbehoefte in het schooljaar 2023-2024 maar liefst 28 procent hoger zijn dan in het schooljaar 2017-2018. Het lerarentekort van vandaag zal dus alleen maar groeien.

De overheid lanceerde intussen een campagne om mensen uit de privésector naar het onderwijs te lokken, al lijkt dat momenteel een doekje voor het bloeden. Nochtans is de oplossing eenvoudiger dan we denken. Waarom schakelen we de beroepswereld niet in om de professionals van morgen op te leiden?

Wie terugdenkt aan z’n beste of favoriete leerkracht op school komt meestal uit bij iemand die een vak met de nodige passie wist te brengen. Een leraar die je op het einde van het schooljaar het gevoel gaf echt iets te hebben bijgeleerd. Hoewel de meeste leerkrachten zeker over een goede dosis passie beschikken, kan het enthousiasme nergens groter zijn dan bij een professional die een vak dagelijks in de werkelijkheid beleeft. Waar een leerkracht wiskunde een hele loopbaan binnen de muren van de school met cijfertjes goochelt, gebruikt een ingenieur cijfers en bewijzen in de praktijk. Bijvoorbeeld door wiskunde toe te passen om analytics en artificiële intelligentie te ondersteunen.

Een professional heeft bijgevolg iets wat bij de gemiddelde leerkracht ontbreekt: ervaring in een beroepscontext. Die extra bagage kan een belangrijke impact op de leerlingen hebben. Hoe vaak horen we kinderen niet zeggen dat ze een vak, zoals Frans, niet graag doen. Tot ze ontdekken dat die taal meer is dan een reeks woorden en grammaticale regels die ze uit het hoofd moeten leren, en dat ze Frans echt nodig hebben om bijvoorbeeld een carrière als jurist uit te bouwen. Net zoals in de bedrijfswereld moeten we kinderen vaker uitleggen waarom ze iets moeten leren. En niemand kan die vertaalslag beter maken dan iemand die een vak in de beroepspraktijk toepast.

Lesgeven blijft een vak apart

Natuurlijk moet het gros van de leerkrachten wel een echte leerkracht blijven. Net zoals bij een dokter of een mecanicien is lesgeven een stiel waar je met specifieke kennis en skills een verschil kunt maken. Bovendien hoort er bij de kinderen een leereffect te zijn en moet je als lesgever in staat zijn om af te toetsen of je leerlingen klaar zijn om aan het volgende hoofdstuk te beginnen. Maar dat wil niet zeggen dat een paar extra handen uit de beroepswereld niet kunnen helpen om de gaatjes op te vullen.

Skills hoeven voor dit soort beroepsleerkrachten zeker geen premisse te zijn, al mag je wel verwachten dat ze zich toch enigszins bijscholen om het tekort aan didactische vaardigheden op te vangen. Maar in principe moet het perfect mogelijk zijn om iemand zonder veel voorbereiding voor de klas te zetten en die persoon te laten begeleiden en evalueren door een collega die wel is opgeleid als leerkracht.

Aan motivatie geen gebrek

Onmogelijk is het dus niet om het leerkrachtentekort voor een stuk met beroepsmensen op te vangen. En motivatie mag ook geen probleem zijn. Zelf ben ik vrijwillig coach bij CoderDojo, een non-profit die gratis bijeenkomsten voor jongeren organiseert om samen te leren programmeren. In onze organisatie rekenen we voornamelijk op mensen uit de beroepswereld die geen onderwijservaring hebben. Wat opvalt is dat de meeste van onze coaches intrinsiek heel gemotiveerd zijn om hun kennis aan een nieuwe generatie door te geven. Vaak zitten zij met een ei dat ze tijdens hun werk niet kwijt geraken. Doorgaans zijn het ook mensen die ooit wel zin hadden om leerkracht te worden, maar om diverse redenen voor een andere carrière hebben gekozen.

In het onderwijs moeten we die motivatie bij beroepsmensen mogelijk wel nog wat aanwakkeren. In het weekend kinderen coachen is één ding, maar het is iets helemaal anders om een stuk van je comfort op te geven door wekelijks in een schoolschema mee te draaien. Behalve een compensatie zal er ook vanuit de bedrijfswereld zelf een inspanning nodig zijn. Bedrijven kunnen bijvoorbeeld mensen voor de klas zetten die aan het uitlopen zijn en niet meer volledig inzetbaar zijn. Zo houd je hen aan de slag en kunnen deze werknemers hun volwaardige loon blijven krijgen, terwijl het bedrijf er vanuit het onderwijs een kleine vergoeding voor terugkrijgt.

Geef leerkrachten meer vrijheid

Om beroepsmensen in het onderwijs te laten passen, moeten we de extreem gestructureerde aanpak van het schoolsysteem ook wel een beetje loslaten. Professionals uit bedrijven mogen daarom geen rechtstreekse vervanger van een leerkracht zijn. Ze moeten de ruimte krijgen om bepaalde ervaringen uit hun beroepscontext naar de klas te brengen. Zo wordt mislukken in het onderwijs bijvoorbeeld niet getolereerd, terwijl de meeste ondernemers juist succesvol zijn omdat ze leren uit de fouten die ze maken. Beroepsmensen kunnen dat fail fast, learn faster-principe ook in de klas helpen introduceren.

Hoewel didactische technieken belangrijk blijven, kan een meer coachende stijl in elke klas zeker een meerwaarde bieden. Een coach gaat er niet van uit dat er maar één antwoord voor een probleem bestaat en geeft z’n leerlingen liever een toolbox met methodes waarmee ze tot een oplossing kunnen komen. Het levert verrassende resultaten op als je kinderen zonder theoretische basis een probleem laat oplossen. Terwijl een klassieke leeromgeving vaak éénrichtingsverkeer is, zal een coach interactie stimuleren. Op termijn gaan kinderen elkaar helpen en coachen. En wanneer ze met hun eigen ogen vaststellen dat iets (niet) werkt, is de kans groter dat ze er iets van opsteken.

Niet alleen voor beroepsmensen wordt lesgeven op die manier toegankelijker, het kan het beroep ook voor fulltime leerkrachten terug een stuk aantrekkelijker maken. Uiteraard zijn er momenten waarop je de theorie moet neerleggen en blijven de eindtermen voor iedere leerkracht een cruciale leidraad. Maar de manier waarop je leerdoelen bereikt, mag gerust wat vrijer. Het kan ervoor zorgen dat iedere lesgever straks weer dezelfde passie overbrengt als die ene leerkracht van vroeger die we ons allemaal nog levendig herinneren.

Tot slot biedt het inschakelen van beroepsmensen ook voor bedrijven een unieke kans om de kloof tussen onderwijs en arbeidsmarkt te helpen dichten. Heel wat profielen geraken maar niet ingevuld en zeker in ICT zullen we straks steeds meer mensen nodig hebben. Het enthousiasme van een beroepspersoon kan er misschien voor zorgen dat meer kinderen een STEM-richting kiezen. En dat scholen en bedrijven eindelijk weer beter op elkaar zijn afgestemd. Een win-win voor iedereen dus!

Rudi Maelbrancke is Lead Coach en lid van de Raad Van Bestuur bij CoderDojo, een non-profitorganisatie die gratis bijeenkomsten organiseert om jongeren te leren programmeren.

Partner Content