‘Grote verbinding tussen Vlaams-nationalisten en socialisten? In Antwerpen werkt ze alvast niet’

Archiefbeeld van het Antwerps stadhuis. © Getty Images
Wim Vermeersch
Wim Vermeersch Hoofdredacteur van Sampol en verbonden aan Stichting Gerrit Kreveld.

‘De Antwerpenaar verdient beter dan deze zakelijke deal tussen twee partijen met tegenovergestelde wereldbeelden’, schrijft Wim Vermeersch in de jongste editie van Sampol.

Vorige maand nam Ruth Lasters ontslag als stadsdichter van Antwerpen omdat haar kritisch gedicht over onderwijs geweigerd werd door schepen van Cultuur, Nabilla Ait Daoud (N-VA). Te weinig ‘verbindend’, zo was de uitleg. Het geval-Lasters was niet alleen een pijnlijk voorbeeld van de lange tenen van Vlaams-nationalisten, het legde ook de onnatuurlijke coalitie bloot tussen N-VA en Vooruit in Antwerpen. Ruth Lasters komt namelijk uit de Spectrumschool Deurne van Christine Hannes, die in 2018 nog op de verkiezingslijst van SP.A Antwerpen stond.

Ten gronde hebben N-VA en Vooruit dan ook twee fundamenteel verschillende politieke projecten. Ze gingen in 2018 met bijna tegengestelde programma’s de campagne in. Na de stembusgang sloten beide partijen echter een zakelijke deal. De Grote Verbinding, zo werd het bestuursakkoord 2019-2024 gedoopt. Een verwijzing naar de Oosterweelverbinding, maar evenzeer naar de verbinding tussen Vlaams-nationalisten en socialisten. Een coalitie die, als ze zou werken, later ook op andere niveaus kon worden uitgerold.

De socialisten kregen de bevoegdheden Onderwijs en Jeugd voor Jinnih Beels, Sociale Zaken, Armoedebestrijding, Sociale economie, Leefmilieu en Erediensten voor Tom Meeuws, en Gelijke Kansen, Integratie en inburgering, en Samenlevingsopbouw voor Karim Bachar. N-VA zwaait met 35 procent van de stemmen evenwel de plak met, naast burgemeester Bart De Wever, schepenen Koen Kennis, Annick De Ridder, Nabilla Ait Daoud, Peter Wouters en Fons Duchateau (nadien Els Van Doesburg). Open VLD moest zich tevreden stellen met één schepen (Claude Marinower, nadien Erica Caluwaerts). De afspraak om in januari 2022 een tweede schepen aan de Antwerpse liberalen te geven, werd door Bart De Wever niet gehonoreerd, waardoor Vooruit haar derde schepen kon behouden.

Er werd overeengekomen om elkaars bevoegdheden met rust te laten. Elke partner mocht op het eigen domein zijn ding doen. Daarmee werd aangeknoopt met een oude, politieke cultuur in Antwerpen, waarmee Patrick Janssens had gebroken. Vandaag, over halfweg in deze legislatuur, blijkt inderdaad dat de schepenen en de kabinetten onafhankelijk van elkaar werken. Op dit vlak is alvast weinig sprake van verbinding, eerder van een verkaveling. Dit is duidelijk een zakelijke deal. De relaties zijn collegiaal, maar niet bepaald hartelijk. Hamvraag, voor de Antwerpse socialisten, is echter: halen ze er genoeg uit om deze coalitie te kunnen verantwoorden?

De bevoegdheden van Jinnih Beels en Tom Meeuws

Jinnih Beels kreeg, met Onderwijs, een belangrijke portefeuille toegewezen. Ze maakte van gezonde en betaalbare maaltijden meteen een speerpunt. In februari van dit jaar trok de stad 40 miljoen euro uit om de zowat 65.000 leerlingen uit het Antwerpse basisonderwijs een gezonde maaltijd aan te bieden. Naast deze refterrevolutie, stond de eerste helft van de bestuursperiode vooral in het teken van de coronacrisis. Scholen werden maximaal opengehouden en de computerisering van het onderwijs versneld doorgevoerd. Het A’rea 2020 project, dat de ongekwalificeerde uitstroom in het onderwijs in de wijk Kiel aanpakte, werd uitgebreid naar het actieplan A’rea Up en meer bepaald naar Merksem en Deurne-Noord. Al ontbreken vooralsnog de middelen, én de leerkrachten, om van dat urgentieplan een succes te maken. Zowat één op vijf Antwerpse jongeren verlaat de middelbare school zonder diploma.

Jinnih Beels wil, in de voetsporen van Robert Voorhamme, schepen zijn voor alle netten. Binnen de Onderwijsraad Antwerpen (ORA), het officiële overleg- en adviescomité dat verantwoordelijk is voor de meer dan 100 scholen in de stad, zoekt ze naar consensus. Dat leidt tot compromissen en weinig uitgesproken keuzes, maar iedereen is wel altijd mee. Jinnih Beels profileert zich echter weinig als het sociale onderwijsgezicht van Vlaanderen, als de tegenpool van Ben Weyts; al zou dat wellicht voor spanningen zorgen in de coalitie, het geval-Lasters indachtig. Ook op andere beleidsdomeinen begeeft Jinnih Beels zich weinig. Sinds kort draagt ze echter wel meer de lijn-Vooruit uit over de befaamde war on drugs van Bart De Wever. Ook hier staan N-VA en Vooruit diametraal tegenover elkaar; het recente debat in Terzake tussen Jinnih Beels en Els Van Doesburg, twee schepenen van dezelfde coalitie, maakte dat weer duidelijk. Sfeer is goed.

Tom Meeuws kreeg onder andere Sociale Zaken en Armoedebestrijding in handen, een verademing na Fons Duchateau. Een stevige portefeuille, zeker in tijden van corona. Net zoals partijgenoot Rudy Coddens in Gent, voerde Tom Meeuws in Antwerpen een expansief sociaal beleid, om de ergste klappen op te vangen. Zo ontvingen 6.700 kwetsbare Antwerpenaren in september 2020 een eenmalige ‘klimpremie’ van 380 euro. De inloopcentra voor daklozen werden maximaal opengehouden. Het sociaal relanceplan, met 21 miljoen euro aan middelen, poogde de zwaarste sociale gevolgen van de coronacrisis in te dijken, maar kon uiteraard niet verhinderen dat het aantal aanvragen voor leeflonen exponentieel steeg. Ook vandaag, met de energiecrisis, is het vooral blussen geblazen. Tom Meeuws schreef, als schepen van Leefmilieu, een sterk klimaatplan, maar ook hier is de realiteit dat in sommige Antwerpse wijken de helft van de inwoners beroep moet doen op het sociaal tarief.

Problematisch in de zakelijke deal van 2018 was dat het OCMW in handen kwam van Tom Meeuws, maar dat het Ziekenhuis Netwerk Antwerpen en ook het Zorgbedrijf Antwerpen bij Fons Duchateau, en later Els Van Doesburg, terechtkwam. Het Zorgbedrijf Antwerpen kampt met stijgende facturen, maar tegelijk gaat de dotatie vanuit de stad sinds 2018 stelselmatig naar beneden. De Antwerpse coalitie haalt dus stelselmatig geld uit het Zorgbedrijf Antwerpen, en dat is eigenlijk niet te verantwoorden voor een partij als Vooruit.

De Antwerpse coalitie haalt stelselmatig geld uit het Zorgbedrijf Antwerpen, en dat is niet te verantwoorden voor een partij als Vooruit.

Het Antwerpse stadsbestuur probeert al een tijdje om private partners toe te laten in een deel van de activiteiten van het Zorgbedrijf Antwerpen. In mei stemden de Antwerpse socialisten nog een voorstel mee goed om 18 woonzorgcentra en 3.700 serviceflats van het OCMW onder te brengen in een nieuwe, private structuur: een zogenaamde woon-zorgvereniging. Die beslissing werd in september echter voor de tweede keer on hold gezet na een negatief advies van het Agentschap Binnenlands Bestuur. Hoewel de socialisten in Antwerpen betwisten dat het om een privatisering stricto sensu gaat en stellen dat privaat kapitaal nodig is om het Zorgbedrijf Antwerpen te doen draaien, bestaat het gevaar van een sociaal beleid gericht op de belangen van de aandeelhouders. De pijnlijke realiteit is dat de pogingen van de regering-Jambon om de privatisering van de zorg op gewestniveau te starten – tot groot verzet van de socialisten in het Vlaams parlement overigens – worden aangevuurd vanuit het Schoon Verdiep.

Koen Kennis is de echte burgemeester

Bart De Wever is burgemeester van Antwerpen, voorzitter van N-VA en Vlaams parlementslid. Van nature uit is hij meer machtspoliticus dan burgervader. Meer provocateur dan verbinder. Van een visie op een moderne stad van de toekomst is hij niet te verdenken. De pluimen die hij op zijn hoed steekt, zijn voornamelijk verwezenlijkingen die reeds op de sporen werden gezet door zijn voorganger, Patrick Janssens. Bart De Wever pronkt met de nieuw aangelegde Scheldekaaien. En ook het museum Red Star Line vindt hij één van zijn grootste verwezenlijkingen.

Bart De Wever is dan ook slechts deeltijds burgemeester. De echte baas van het Schoon Verdiep is Koen Kennis, schepen voor onder andere Middenstand en Mobiliteit. Hij is ook de drijvende kracht achter de plannen van de zogenaamde ‘Open Sleuf’, de tunnelsleuf op de Scheldekaaien ter hoogte van het Steen. Die sleuf stoot op fel verzet bij coalitiepartner Vooruit en het is hoogst onzeker of ze er voor 2024 zal komen. Maar de sleuf is de perfecte illustratie van hoe Koen Kennis naar de stad kijkt: die is er voor de mensen die vanuit de rand, of vanuit andere steden, naar het centrum komen, bij voorkeur met de auto. Stadsontwikkeling is een economisch gegeven, ze is er niet voor wie er woont. De stad, dat is economie en toerisme. En dus moet de as van het Centraal Station tot aan de Schelde een as zijn zonder auto’s. Toeristen en bezoekers moeten kunnen wandelen tot aan het water. Daarom moet het laatste stukje aan de kaaien overkapt. En de inwoners van de stad? Zij mogen de vuile dampen aan de sleuven inademen.

De stad voor Koen Kennis, dat is economie en toerisme. En de inwoners? Zij mogen de vuile dampen aan de sleuven inademen.

Deze visie uit zich ook in het parkeerbeleid. Daar waar in goed bestuurde Europese steden bij nieuwe woonprojecten nauwelijks nog garages worden geplaatst, plant dit college twee torens van 100 meter hoog aan het Centraal Station met maar liefst 1.600 ondergrondse parkeerplaatsen. Tegelijkertijd staan de park-and-rides aan de rand van de stad leeg. Logisch, waarom aan de rand van de stad het openbaar vervoer nemen, als je gewoon lekker in het centrum kan parkeren? Ook het fietsbeleid is weinig ambitieus. Zeker, Koen Kennis heeft een fietsbeleid. Maar echt kiezen voor de fiets doet hij niet. In Antwerpen hebben automobilisten voorrang en moeten fietsers toch vooral nog op elke kruispunt op een knopje duwen vooraleer ze mogen oversteken. Hoe andere steden, zoals Parijs onder de socialistische burgemeester Anne Hidalgo, op een paar jaar tijd veranderd zijn, daar kunnen de Antwerpenaren alleen maar van dromen.

Ook voor de Antwerpse Vooruit is het knarsetandend kijken naar stadsontwikkeling en mobiliteit, net als naar de innige relatie tussen sommige leden van het stadsbestuur en bouwpromotoren, maar we horen ze nauwelijks of niet over deze kwesties.

De methode van de uitruil

Deze Antwerpse coalitie voert vooral de visie uit van N-VA. Op de harde bevoegdheden gaat de stad achteruit en heeft Vooruit geen impact; ze is het sociale schaamlapje van een conservatief stadbeleid. Hoewel er in 2018 iets te zeggen viel om deze zakelijke deal te sluiten, zeker na het springen van het kartel ‘Samen’ met Groen, is vandaag de analyse dat deze coalitie niet werkt voor Vooruit. De partij is te weinig zichtbaar. Ze profileert zich te weinig op een aantal dossiers die niet bij hun bevoegdheden behoren, zoals Stadsontwikkeling en Mobiliteit. Omgekeerd is N-VA wél aanwezig op het terrein van de socialisten: N-VA weegt op Onderwijs via de Onderwijsraad Antwerpen (ORA) en op Sociale Zaken omdat ze de ziekenhuizen en het Zorgbedrijf Antwerpen in handen heeft.

Dit onevenwicht is niet verwonderlijk. Bart De Wever is een traditionele machtspoliticus. In zijn visie beslist de grootste partner en volgt de kleinste partner. Het primaat van de politiek is volledig terug in Antwerpen. Ook het participatiebeleid werd afgebouwd; zo werden de buurtvergaderingen naar de districten overgeheveld. Ook de grote Verbinder is Bart De Wever niet gebleken. Niemand van zijn schepenen trouwens. Els Van Doesburg gebruikt haar tweewekelijkse column in De Morgen niet om het eigen beleid als schepen van de grootste stad van Vlaanderen in de verf te zetten, maar om anderen neer te sabelen.

Vraag is wat deze zakelijke deal op electoraal vlak zal betekenen? Dat blijft speculeren. Feit is dat de methode van de ‘uitruil’, waarbij partners binnen één coalitie een tegenovergesteld beleid voeren en elkaar daar niet op aanspreken, vaak nefast uitdraait voor de junior partner. Vraag maar aan Diederik Samsom (PvdA) in Nederland of Martin Schulz (SPD) in Duitsland hoe moeilijk het is om sociale correcties uit te voeren in een centrumrechtse coalitie, laat staan om daarmee verkiezingen te winnen.

Met maaltijden op school en goed OCMW-beleid alleen win je geen verkiezingen.

Als Vooruit zich niet meer profileert op andere domeinen dan Onderwijs en Sociale Zaken, kunnen het moeilijke verkiezingen worden in 2024. Met maaltijden op school en goed OCMW-beleid alleen win je geen verkiezingen. En al zeker niet op een moment dat de stemplicht is afgeschaft, zoals in 2024 op lokaal niveau. Onderzoek leert dat vooral laaggeschoolden dan afhaken. Het gevaar bestaat dat Vooruit een deel van de laaggeschoolde kiezers zal verliezen omdat ze niet meer moet stemmen en dat een deel van de hooggeschoolde kiezers zal overlopen naar Groen of PVDA omdat ze niet akkoord gaat met hoe Antwerpen wordt bestuurd inzake stadsontwikkeling en mobiliteit.

Gelukkig voor Vooruit doet Groen, dat overigens in het district Antwerpen een coalitie vormt met N-VA en Open VLD, het niet spectaculair in de oppositie. Het is twijfelachtig of zij in 2024 de grote sprong voorwaarts zal maken. PVDA zal vermoedelijk wel groeien, maar wellicht vooral op rekening van Vooruit. Het linkse blok zal dus niet groeien. Wellicht is Bart De Wever in 2024 dus weer aan zet. Het is niet onrealistisch dat deze coalitie, al dan niet op vraag van Conner Rousseau, zal verder doen. Dat betekent weer zes jaar zonder samenwerking tussen socialisten en groenen, tussen wie de echte verbinding moet worden gemaakt. Want deze legislatuur toont aan dat je in een coalitie met Vlaams-nationalisten de wereld, laat staan de stad, niet zal veranderen. Een Grote Verbinding tussen Vlaams-nationalisten en socialisten? In Antwerpen werkt ze alvast niet. De Antwerpenaar verdient beter dan deze zakelijke deal tussen twee partijen met tegenovergestelde wereldbeelden.

Of in de woorden van Ruth Lasters: ‘Aan Vlaanderen een vraag: wanneer ligt de maatschappij volledig plat? Is dat wanneer de notarissen en de senators staken? Of als de loodgieters, de bakkers en de havenarbeiders niet opdagen?’

Wim Vermeersch is hoofdredacteur van Sampol. Deze bijdrage verscheen ook in de jongste editie van Sampol.

Partner Content