Opinie

Lode De Waele

‘Doemdenken? De huidige inspanningen zijn volstrekt ontoereikend om de klimaatdoelstellingen te halen’

Lode De Waele Docent/onderzoeker aan het departement Organization Studies van de Universiteit van Tilburg

‘In het klimaatdebat moeten we uikijken dat halve waarheden geen hele leugens worden’, schrijft Lode De Waele van Denktank Eleni.

N-VA-voorzitter Bart De Wever bekritiseerde onlangs nogal fel de schuldgevoelens en doemverhalen die volgens hem te vaak verbonden worden aan de klimaatuitdagingen. Het opiniestuk in De Morgen stond echter bol van verkapte onwaarheden en moet in die zin dan ook oneindig genuanceerd worden. Hierbij een kort overzicht van enkele essentiële bedenkingen, omdat het argumenten zijn die wel vaker de kop opsteken in de discussie over welke inspanningen nodig met het oog op de klimaattransitie.

Stroman argumenten zijn geen valide argumenten

Zo worden in het opiniestuk enkele feiten selectief gebruikt om een veel groter probleem aan te duiden (paltering). Echter, dat zogenaamde probleem is gebaseerd op een beperkt aantal feiten, waarbij de indruk wordt geschept dat er een systemisch probleem achter schuil zou gaan.

Het is niet duidelijk of het hier gaat over een paar anekdotes, dan wel een uitspraak betreft die gebaseerd is op systematisch onderzoek. Zo gaat over een student, die onder het goedkeurend oog van diens’ lector geweld zou legitimeren tegen bedrijven die broeikasgassen uitstoten. Door het aan elkaar koppelen met een aantal andere, losstaande gebeurtenissen wordt zo een valselijk beeld geschetst dat er sprake zou zijn van een systemisch probleem. Dat doet geen afbreuk aan de problemen op zich maar in het artikel worden ze uitvergroot op een manier die compleet disproportioneel is. In de klimaatgemeenschap zullen er ongetwijfeld enkele geradicaliseerde elementen zijn, maar dat geldt helaas voor zowat elke gemeenschap. Het punt is dat in het artikel een aantal feiten worden samengeraapt om tot een veralgemening te komen die een hele gemeenschap dreigt te systematiseren. Dat schept een hellend vlak.

We zijn zogezegd goed bezig

Er wordt ons verder een beeld voorgehouden dat we, en uiteraard Vlaanderen op kop, goed bezig zijn. Zo krijgen we het beeld dat de broeikasgasuitstoot in de EU tussen 1990 en 2020 daalde met 31 procent en de luchtkwaliteit in Vlaanderen erop vooruit ging, terwijl de CO2-uitstoot daalde. Deze kwam er echter vooral door het Europese systeem van emissiehandel en veel minder door een doortastend Vlaams beleid. Dit zogenaamde ETS-systeem moet worden herzien en waar nodig zelfs uitgebreid om toekomstige dalingen in emissies te garanderen, iets waar onder meer de N-VA absoluut  geen grote voorstander van is (de electorale redenen zijn doorslaggevender dan het algemeen belang). Bovendien vloeit een groot deel van het klimaatgeld (>48% of 323 miljoen euro sinds 2013) dat Vlaanderen via het ETS verkrijgt gewoon terug naar de zware industrie. Dit soort indirecte compensatie zie je wel meer in andere landen, maar Vlaanderen is hier wel Europees kampioen. Over de bodemkwaliteit in bepaalde Vlaamse regio’s rond diezelfde zware industrie wordt natuurlijk met geen woord gerept.

Uiteraard wordt ook naar China verwezen, want uiteindelijk zijn zij de grootste ‘schuldige’ wat betreft de wereldwijde uitstoot van CO2. Opnieuw worden hierbij selectief een aantal zaken verzwegen, namelijk dat China de fabriek van de wereld is waar wij als Europese, en ook Vlaamse, consument massaal vanuit importeren. Op die manier dragen we dus absoluut onze steen (of liever steenkool) bij aan deze problematiek, hetzij op een meer indirecte manier.

De overdreven focus op hypothetische innovaties

Als teken van vooruitgang haalt de N-VA-voorzitter, niet voor het eerst, allerlei innovatieve technieken aan. Enkel staan deze technieken (o.a. Carbon Capture & Storage) nog voor een zeer groot stuk in de kinderschoenen, moeten ze massaal met overheidsgeld worden gesubsidieerd en zal het nog jaren duren (als blijkt dat ze  al op grote schaal gecommercialiseerd kunnen worden) voor ze effectief kunnen doorwerken binnen de industrie. Dat een enorme investering in een nieuwe ethaankraker in de haven van Antwerpen uiteindelijk tot een daling in emissies zal leiden of een nieuwe impuls kan geven aan de (groene) waterstofeconomie is op zijn minst zeer betwijfelbaar.

In de uitrol van bewezen technieken die wel al hun nut bewezen hebben zoals windmolens, zonne-energie en warmtenetten loopt Vlaanderen ondertussen wel al hopeloos achter. Zo is het aandeel van de gemiddelde energieproductie uit hernieuwbare energie in Vlaanderen nog steeds een schamele 13%, ten opzichte van 28% in de rest van de EU. Dit is het laagste van heel Europa. Niet omdat dit potentieel er niet is zoals in het stuk onterecht wordt beweerd,  maar  omdat er meer dan eens op de rem wordt gestaan op politiek niveau. Ter illustratie: Onderzoek van Vito/EnergyVille gaf aan dat België een potentieel heeft van 132 TWh aan hernieuwbare energieproductie, tegenover een verbruik van 80 TWh. Het potentieel is er dus wel in Vlaanderen, maar de noodzakelijke wil en het beleid ontbreken grotendeels.

Laat het duidelijk zijn, we zijn niet goed bezig

Samenvattend zijn de huidige inspanningen volstrekt ontoereikend om de klimaatdoelstellingen te halen. Dat werd in de recente publicatie vanuit het gezaghebbende IPCC trouwens nog maar eens zeer duidelijk bevestigd. Niet voor niets werden de hele Belgische regering (inclusief Vlaanderen) veroordeeld voor het lakse beleid inzake klimaatverandering.

De wereld hoeft daarom echter, gelukkig maar, niet om zeep te gaan. De toekomst ligt nog altijd open. Doemdenken is dus niet nodig. Maar er is wel een absolute ommekeer nodig die veel geld zal kosten en waarbij dus ook verliezers dreigen te ontstaan. Willen we onze werkgelegenheid en welvaart veiligstellen, dan moeten we nu handelen. We hebben geen klimaatradicalen nodig, maar ook geen klimaatrelativisten. We hebben meer dan ooit nood aan klimaatrealisten, die niet op basis van wat politieke boutades, maar wel op basis van feiten deze veel te cruciale discussie voeren. Het zijn de democratisch verkozen beleidsmakers die uiteindelijk de opties zullen moeten overwegen en beslissen. Ik hoop dat ze alvast hun tijd nemen om de technische nota’s door te nemen, in plaats van hun tijd te besteden aan het schrijven van opiniestukken die de noodzakelijke nuances missen.

Partner Content