Opinie

Johan Albrecht

‘De oorlog in Oekraïne bepaalt mee het ritme van de energietransitie’

Johan Albrecht Milieu-econoom bij Itinera Institute en Universiteit Gent

‘Het huidige klimaatbeleid legt alle verantwoordelijkheid bij consumenten, bedrijven en investeerders’, schrijft Johan Albrecht van Itinera. ‘Dat biedt op korte termijn geen garanties op een sterke reductie van de CO2-uitstoot. In deze bijdrage blikt hij vooruit naar de komende wintermaanden. Lees hier alle andere bijdragen van onze zomerreeks De doordenkers van Knack.be: Waarheen met ons geld?

De oorlog in Oekraïne beheerst al enkele maanden het energie- en klimaatdebat. Na de Russische invasie steeg de Europese gasprijs bruusk tot meer dan € 200 per MWh  om daarna geleidelijk aan terug te dalen tot ongeveer € 75 per MWh of drie keer het prijsniveau van 2019. In de late lente van 2022 behoorde een verdere ‘normalisatie’ van de gasprijs tot de mogelijkheden maar vanaf half juni steeg de gasprijs continu om begin augustus terug te noteren aan € 200 per MWh. Ondanks de hitte en droogte bibbert Europa deze zomer al voor de winter die zich binnen enkele maanden aandient. De volgende winter wordt zeer duur en dit geldt bij uitbreiding voor het volledig jaar 2023. Zelfs voor 2024 beloven de prijzen voor gas en elektriciteit op de termijnmarkten amper beterschap.

De hoge gasprijzen weerspiegelen deels het risico op aanzienlijke tekorten in de komende maanden. Wanneer Rusland de gaskraan dichtdraait, deelt de Europese economie in de klappen. Bij krapte telt elke uitgespaarde MWh. Op 20 juli 2022 publiceerde de Europese Commissie het European Gas Demand Reduction Plan met als doel het gasverbruik tegen eind maart 2023 te verminderen met 15%.  Met deze ambitie bevestigt de Europese Commissie dat een sterke vermindering van het gasverbruik ook effectief mogelijk is, wat de vraag opwerpt waarom een dergelijke doelstelling niet eerder geformuleerd werd… Het debat over de impact van energiebesparende maatregelen trekt zich langzaam op gang, gaande van het schrappen van nachtverlichting voor historische monumenten, beperkingen op het gebruik van airconditioning tot koude douches in sportcentra. Enkele bedrijven en industriële sectoren mikken op een reductie van hun gasverbruik met 20% op relatief korte termijn. Er beweegt zeker één en ander maar intussen maakt steenkool wel een stevige comeback. In Duitsland is zelfs een discussie over de  geplande kernuitstap geen taboe meer. Ook is plots iedereen overtuigd van waterstof als deel van de koolstofarme energie-oplossing.

De energie-uitdaging is groot maar optimisten benadrukken dat de juiste keuzes net de noodzakelijke transitie naar een koolstofarm energiesysteem kunnen versnellen. We staan voor een moeilijke periode maar aan het eind van de tunnel lonkt een duurzaam energielandschap met minder afhankelijkheden, een veel lagere gebruikskost en vooral het vooruitzicht op een lagere economische schade door de voorzettende klimaatverandering. Tegen de lente van 2023 weten we of de optimisten het bij het rechte eind hebben…

De energietransitie is natuurlijk geen nieuw project en Europa besliste in juli 2021 met het Fit for 55 pakket voor een belangrijke versnelling van het ritme van de transitie, zij het tegen 2030. Tegen dan moet de Europese CO2-uitstoot immers 55% lager uitvallen in vergelijking tot het niveau van 1990. Met deze recente doelstelling ambieert Europa een CO2-reductie die oorspronkelijk pas tegen 2050 voorzien was. We verwachten dan ook dat het ritme van de energietransitie in de eerstkomende jaren sterk zal versnellen, wat zou neerkomen op een aanzienlijke daling van de energiegerelateerde CO2-uitstoot.

Eén jaar na het ambitieuze Fit for 55 pakket zijn echter weinig ingrijpende maatregelen genomen om de uitstoot versneld te verminderen. Intussen subsidiëren zowat alle Europese overheden de fossiele energieprijzen via allerhande fiscale kortingen. In uitzonderlijke tijden primeert het drukken van de fossiele energiefactuur op het verminderen van de CO2-uitstoot. Algemene maatregelen zoals lagere accijnzen en BTW-kortingen zijn ‘makkelijk te communiceren’ maar zeer duur in vergelijking tot selectieve maatregelen op maat van de lagere inkomens die het hardst getroffen worden door de huidige inflatie.

Hopelijk is de reactie op het European Gas Demand Reduction Plan van een ander niveau dan de eerste reactie op het Fit for 55-pakket. De geambieerde daling van het gasverbruik met 15% dwingt ons vandaag en morgen tot ingrijpende maatregelen. Dit zijn letterlijk maatregelen die ingrijpen op het dagdagelijkse consumptie- en investeringsgedrag van gezinnen en bedrijven waardoor de aard van ons energiegebruik verandert en de CO2-uitstoot daalt.

Maar wacht, dat doen we intussen toch al zo’n 30 jaar? Het internationale klimaatbeleid werd immers in 1992 plechtig boven de doopvont gehouden. Sindsdien ontstond in enkele stappen een complex klimaat- en energiebeleid waarbij zowat elk aspect van ons dagdagelijks energieverbruik valt onder één of meerdere Europese directieven. We hebben vandaag veel beleid en moeten vooral het huidige beleidskader aanscherpen om een sterkere emissiereductie af te dwingen op korte termijn.

Het Europese klimaatbeleid is complex maar heeft nog niet gezorgd voor een radicale trendbreuk in de evolutie van de CO2-uitstoot. Tussen 1990 en vandaag daalde de energiegerelateerde CO2-uitstoot in Europa met ongeveer 30%. Deze daling kwam vooral tot stand na 2005. Tussen 1990 en 2005 daalde de Europese CO2-uitstoot met amper 2,5%.  Dit is geen grote verrassing omdat het enige tijd vraagt om een klimaatbeleid uit te werken en af te dwingen bij de relevante economische sectoren. Tussen 1999 en 2004 steeg de Europese CO2-uitstoot zelfs nog om tussen 2005 en 2014 te dalen 19%. In deze periode heeft de financieel-economische crisis vanaf 2008 zeker een impact gehad op de economische activiteit en de emissiecijfers. Na 2014 bleef de CO2-uitstoot in Europa gedurende enkele jaren min of meer stabiel, ondanks het toch wel gesofisticeerde klimaatbeleid. Tussen 2014 en 2018 daalde de Europese CO2-uitstoot met 1,1%. De noodzakelijke daling van de uitstoot leek ingezet na 2005 maar viel na het verteren van de financieel-economische crisis compleet stil. In 2019 daalde de Europese uitstoot verder dankzij het sluiten van oude steenkoolcentrales en oude staalfabrieken. En na 2019 kwam het coronavirus met een grote impact op de economische activiteit en het energieverbruik. De CO2-uitstoot daalde ongezien in 2020 maar steeg terug in 2021 ondanks de zeer hoge fossiele energieprijzen vanaf de zomer van 2021.

Hoe kunnen we de beperkte impact van het complexe Europese klimaat- en energiebeleid verklaren? Dit is een complexe kwestie maar in essentie wil het Europese klimaatbeleid vooral de marktkrachten corrigeren via prijsinstrumenten – zoals de CO2-prijs binnen het systeem van emissiehandel – en via incentives voor wie bijvoorbeeld investeert in energiebesparingen of hernieuwbare energietechnologieën. Elke EU-lidstaat heeft een resem subsidies of fiscale voordelen voor wie investeert in de energetische renovatie van de woning, in warmtepompen, elektrische voertuigen enzovoort. De energie-intensieve sectoren betalen een prijs voor een CO2-uitstootrecht en rekenen deze kost door aan hun klanten. We verwachten dan ook dat de finale consument aan het einde van de keten met dit prijssignaal geconfronteerd wordt en op termijn zal kiezen voor minder koolstofintensieve producten die in principe goedkoper zouden moeten zijn.

Dit beleid heeft zeker een verdienste – elke econoom pleit voor correcte prijzen – maar is onderhevig aan enkele fundamentele beperkingen. Zo leven we volgens Nobelprijswinnaar Herbert Simon niet in een markteconomie waarin de anonieme marktkrachten ons gedrag aansturen maar in een organisatie-economie waarbij groten bedrijven bilaterale afspraken maken in hun streven naar stabiliteit. De prijs van onze consumptie wordt dikwijls niet bepaald door het spel van vraag en aanbod maar door een raamovereenkomst tussen een grote retailer en gigantische voedingsbedrijven. De productie van cornflakes is energie-intensief maar als morgen de CO2-prijs zou verdubbelen, blijft de winkelprijs van je cornflakes dezelfde. De finale consument zal pas met veel vertraging iets merken van bijvoorbeeld gestegen productiekosten als gevolg van hogere gas- of CO2-prijzen. Zo stegen de voedingsprijzen in Europa pas vele maanden na het aantrekken van de gas- en elektriciteitsprijzen. En laat ons duidelijk zijn; de voedingsprijzen stegen met enkele procentpunten terwijl de gas- en elektriciteitsprijzen verveelvoudigden. De boodschap is dan ook vrij duidelijk; alleen een toename van de CO2-prijs in een omgeving met bijvoorbeeld stabiele energieprijzen zou amper een prijssignaal genereren dat het gedrag van de finale consument kan aansturen.

Het huidige klimaatbeleid legt alle verantwoordelijkheid bij consumenten, bedrijven en investeerders. Je kan in alle vrijheid blijven vliegen of kiezen voor een machtige pick-up truck met een verbruik van 18 liter per 100 km. Maar als je toch elektrisch zou rijden of kiezen voor een warmtepomp, dan word je beloond met fiscale voordelen en subsidies. Je kan in je woning onbeperkt energie verspillen maar wie renoveert, passeert aan de kassa. Dit beleid biedt geen garantie op sterke reducties op korte termijn.

Dit brengt ons bij de vraag of de Russische invasie in Oekraïne de energietransitie al dan niet zal versnellen of vertragen. De huidige sense of urgency dwingt iedereen – niet alleen overheden maar ook bedrijven die hun businessmodel overeind wil houden – tot maatregelen die wel direct ingrijpen in ons gedrag. Niemand denkt er aan om het Europese gasverbruik tegen maart 2023 te verminderen met 15% door het uitdelen van subsidies aan gezinnen en bedrijven die de komende winter de thermostaat een graadje lager instellen. We komen er niet door de oplossing te laten opborrelen in de markt. Neen, er zal gekozen moeten worden voor directe interventies in zowat alle sectoren.

Maar we kunnen intussen al enkele interessante conclusies trekken. In het eerste kwartaal van 2022 kon de Nederlandse industrie het gasverbruik verminderen met 20% bij een stabiele productie. Uit cijfers op weekbasis blijkt dat de grote Nederlandse industriebedrijven in de zomer van 2022 bijna 40% minder aardgas verbruiken dan in 2019. Deze toch wel indrukwekkende vermindering op zeer korte termijn illustreert andermaal de enorme inefficiënties in onze moderne economie. En we hebben deze inefficiënties niet plots ontdekt. Het huidige klimaatbeleid – deze bedrijven nemen deel aan het Europese systeem van emissiehandel (EU ETS) – bood tot voor kort blijkbaar onvoldoende prikkels of incentives om deze inefficiënties echt aan te pakken. Wanneer bedrijven echter vrezen dat het aanbod van gas op korte termijn gerantsoeneerd kan worden, dan is er wel plots die zoektocht om het gasverbruik te verminderen. En wie zoekt, die vindt altijd wel iets. De Nederlandse cijfers illustreren andermaal het indrukwekkende reactievermogen van grote organisaties. Dit reactievermogen moeten we dringend beter mobiliseren, zoals uitgewerkt in ‘Klimaatneutraal in 2050? Hoe organisaties het verschil kunnen maken’. In de rest van Europa kan het potentieel om het aardgasverbruik in de industrie aanzienlijk afwijken van de Nederlandse context maar het mag duidelijk zijn dat binnen de Europese industrie een behoorlijk besparingspotentieel aanwezig is. 

In andere sectoren die nog steeds niet echt wakker liggen van een mogelijk tekort aan gas zal manifeste energieverspilling via regulering verboden worden. Dit gebeurt nu al met mondjesmaat maar misschien kan een systeem van verhandelbare gasquota overwogen worden; wie absoluut veel gas wil verbruiken, kan quota overkopen van bedrijven die hun gasverbruik sterk kunnen verminderen. Een bedrijf zou bij een dergelijk quotasysteem alleen gas kunnen aankopen dat volledig gedekt wordt door quota. Het op korte termijn invoeren van een dergelijk mechanisme is evenwel utopisch. 

En uiteindelijk zal ook ieder van ons de komende winter meer dan ooit dikke truien mogen dragen. Hoe dergelijke kledijkeuzes bij de hogere inkomens afgedwongen kunnen worden, blijft een open vraag. Kortom, we staan aan het begin van een uniek sociaal experiment terwijl de bevolking na twee moeilijke coronajaren niet zit te wachten op een overheid die andermaal ons gedrag sterk wil of moet bijsturen. Maar we willen wel dat de lamp blijft branden en dat iedereen het warm genoeg heeft rond de kerstboom. Hiertoe is collectieve actie nodig en wanneer dit sociale experiment slaagt, versnellen we wellicht de energietransitie.

Op korte termijn zal de CO2-uitstoot in Europa toenemen door de comeback van steenkool. Een zware recessie kan de behoefte aan steenkool temperen maar een economische krimp is allesbehalve wenselijk. De huidige energiecrisis kan wel voor een trendbreuk zorgen in het complexe maar te vrijblijvende klimaatbeleid dat vandaag te sterk vertrouwt op de vrije marktkrachten om een energierevolutie te ontketenen. Deze revolutie blijkt voorlopig niet uit de evolutie van de Europese CO2-cijfers. Een ander beleid dat sterk ingrijpt op zeer korte termijn dwingt ons tot institutionele innovatie en kan nieuwe leerprocessen uitlokken. Uiteindelijk moeten we zelf vorm geven aan de economie en maatschappij die we wenselijk achten. De periode met duidelijke keuzes en consequente actie zal spoedig aanbreken.

Johan Albrecht is de auteur van Klimaatneutraal in 2050? Hoe organisaties het verschil kunnen maken‘, uitgegeven bij OWL Press Borgerhoff & Lamberigts.

Partner Content