Opinie

Jan Wostyn

‘De federale kieskring lijkt toch vooral de laatste strohalm voor de stilaan radeloze partijstrategen’

Jan Wostyn Ondervoorzitter van Vista

‘Het verwachte politieke voor- of nadeel dat deze of gene partij uit een federale kieskring  zou kunnen halen, valt  verrassend goed samen met hun mate van enthousiasme voor het idee’, schrijft Jan Wostyn van Vista over het idee van een federale kieskring dat onlangs weer de kop opstak.

De voorbije weken was er weer heel wat te doen rond een nieuw voorstel van Open VLD voorzitter Egbert Lachaert en oudgediende Patrick Dewael, waarbij 20 van de 150 federale zetels verkozen zouden worden via een federale kieskring. De reacties waren zoals altijd erg verdeeld, van laaiend enthousiast over voorzichtig positief tot sceptisch of zelfs vernietigend. Als burger zou je dan kunnen denken dat daar allerlei weldoordachte visies achter zitten over de toekomst van dit land, maar helaas. Wanneer we de reacties van de partijen even naast hun electorale belangen leggen, komen we al snel tot de conclusie dat het verwachte politieke voor- of nadeel voor deze of gene partij verrassend goed samenvalt met hun mate van enthousiasme.

Om dat even te verduidelijken vertrek ik graag vanuit de laatste peilingsresultaten van 22 maart. Peilingen zijn natuurlijk “maar peilingen”, maar zijn niettemin heel krachtig en vaak sturen ze mee de politieke agenda. Voor wie trouwens denkt dat dit een heel recent verschijnsel is, citeer ik toch graag even Hugo De Ridder, in zijn “De keien van de Wetstraat” uit 1983 (!). Daarin schrijft hij: ‘Haast wekelijks worden overigens in de meeste democratische landen peilingen verricht. Slecht een klein gedeelte ervan haalt de openbaarheid. In het VK, België en Nederland werden reeds wetgevende kamers ontbonden op basis van peilingen naar kiesintenties. De verkiezingsuitslagen beantwoordden niet steeds aan de peilingen, maar dat heeft de “terreur van de enquêtes” niet doen afnemen.’ Niets nieuws onder de zon dus op dat vlak. Bij CD&V kunnen ze hier alvast van meespreken.

Eén partij, één lijst?

In een federale kieskring is de centrale idee dat elke partij met één lijst opkomt voor het hele land. Wanneer we nu de uitslagen van de laatste peiling per gewest vermenigvuldigen met het aantal geldige stemmen per gewest tijdens de laatste federale verkiezingen, bekomen we dus het totaal aantal verwachte stemmen per partij. Dat is dan ook precies waar partijen naar kijken: hoe goed komen zij hieruit?

Opvallend daarbij is overigens dat het aantal geldige uitgebrachte stemmen in het Vlaamse gewest meer dan dubbel zo hoog ligt als in het Waalse Gewest, met meer dan 4 miljoen tov minder dan 2 miljoen stemmen. Het electorale belang van Brussel is dan weer slechts zo´n 500.000 stemmen, vooral omwille van het grote aantal niet-Belgische inwoners. Wanneer we de resultaten van de 3 gewesten vervolgens samenvoegen per partij en rangschikken van groot naar klein, krijgen we volgend resultaat, met toepassing van de kiesdrempel én de methode D´Hondt voor de zetelverdeling.

PartijVerwachte stemmen op basis van peiling 22 maart 2022Federaal percentageAantal zetels
N-VA982.71614,8%3
VB927.20314,0%3
Vooruit590.7138,9%2
PS517.3627,8%2
MR496.0857,5%2
PTB470.6477,1%2
CD&V467.0877,0%2
VLD412.2386,2%1
PVDA404.2146,1%1
Ecolo397.5386,0%1
Groen361.5135,5%1
Andere264.5904,0%
Les Engagés211.8753,2%
Défi127.1071,9%
Totaal stemmen 20196.630.888100,0%20

Of toch maar één “familie”, één lijst?

Het is zeer aannemelijk dat de partijen die voorstander zijn van een federale kieskring of zelfs een unitair België zoals PVDA-PTB, hun federale eenheid zullen willen etaleren door met een gemeenschappelijke lijst te komen. Op die manier vergroot de kans dat men bovenaan de tabel eindigt en zeker is van 3 zetels voor de eigen “politieke familie”. Hoe lager men eindigt, hoe groter de kans op zetelverlies bij een slechte uitslag. Bovendien vermijdt men zo ook stemmenverlies aan de eigen ideologische concurrent. Denk bijvoorbeeld aan Open VLD dat George-Louis Bouchez liever geen stemmen ziet afsnoepen in Vlaanderen en MR dat misschien liever ook niet wil dat De Croo te veel stemmen wegplukt in Wallonië. Tot slot zou het ook symbolisch belangrijk kunnen zijn om zich officieel “de grootste politieke familie van België” te mogen noemen.

Indien alle partijen een lijst indienen als politieke familie, verandert het resultaat als volgt.

PartijVerwachte stemmen op basis van peiling 22 maart 2022Federaal percentageAantal zetels“Prijs” per zetel
PS-Vooruit1.108.07516,7%3369.358
N-VA982.71614,8%3327.572
VB927.20314,0%3309.068
VLD-MR908.32213,7%3302.774
PVDA-PTB874.86113,2%3291.620
Groen-Ecolo759.05111,4%3253.017
CD&V-Les Engagés678.96210,2%2339.481
Andere264.5904,0%0
Défi127.1071,9%0
Totaal6.630.888100,0%20

Bovenstaande tabel verklaart meteen vrij goed het relatieve enthousiasme van elke politieke familie. De 2 meest enthousiaste families zijn de blauwe en de groene, die dankzij deze federale kieskring de “goedkoopste” zetels binnenhalen. Voor N-VA en VB is dit voorstel weinig interessant, want zij “betalen” hun zetels relatief duur in dit systeem. Ook opvallend is dat CD&V de 2 zetels ook zou halen zonder Les Engagés, het vroegere cdH. CD&V zou met andere woorden weinig incentief hebben opnieuw een familie te vormen, tenzij ze vreest op haar eentje onder de federale kiesdrempel van 5% te landen. Gezien de risico-aversie van de christendemocraten is het goed mogelijk dat ze finaal met slechts 1 zetel achterblijven. Dat verklaart dus mogelijk mee het beperkte enthousiasme.

Binnen de rode, groene en blauwe families zal ook nog stevig gebakkeleid moeten worden om te kijken wie 2 zetels binnenhaalt en wie 1 zetel. Bij de liberalen kan men zich inbeelden dat De Croo, Wilmes en Bouchez de top 3 worden. Bij de socialisten zou het eerder Rousseau, Vandenbroucke en Magnette kunnen zijn. Kunnen de Open VLD en PS respectievelijk zich dan tevredenstellen met slechts 1 zetel op 20? En gaan al die “zwaargewichten” dan ook echt zetelen, of meteen hun plek afstaan aan een zelfgekozen opvolger?

En alsof het allemaal nog niet ingewikkeld genoeg is, moet er ook nog rekening gehouden worden met de impact van die 20 “federale” zetels op de zetelverdeling per provincie. Aangezien het aantal zetels gelijk blijft, zullen die 20 zetels elders ‘verdwijnen’. Voor de 3 kleinste Waalse kieskringen (Waals-Brabant, Namen en Luxemburg) zou het verlies van elk één verregaande gevolgen hebben. Daarmee zou immers de effectieve kiesdrempel verder verhoogd worden, wat het nieuwe partijen nog moeilijker maakt een zetel te halen.

De zetelverdeling per provincie zal overigens in 2023 op basis van de een tienjaarlijkse volkstelling opnieuw bekeken worden. De partijhoofdkwartieren zullen dus sowieso overuren moeten draaien om te kijken welk voorstel hen het beste uitkomt. Los van alle electorale berekeningen hierboven, kan men zich uiteraard ook de vraag stellen wat een federale kieskring met deze modaliteiten eigenlijk echt zou bijbrengen voor de burgers van dit land.

Meer macht voor de kiezer of meer macht voor de partij?

Politicoloog Dave Sinardet merkte op Twitter op dat hij niet begreep waarom iemand hier überhaupt tegen kon zijn, omdat zo´n federale kieskring zogezegd de macht van de kiezer t.o.v. de partij zou vergroten. Niets is natuurlijk minder waar, omdat je eigenlijk een gigantische pop-poll organiseert. Zo stimuleer je partijen net om alles op hun grootste kopstukken te zetten. Die zouden op die manier dan weer extra macht en middelen naar zich toe kunnen trekken binnen de eigen partij. Bovendien moet men zich toch ook de vraag stellen hoe dit de keuzemogelijkheden van de kiezer precies verruimt. Stel dat je als Vlaamse kiezer ontgoocheld bent over elke partij binnen Vivaldi, dus Open VLD, Vooruit, Groen en CD&V, maar ook MR, PS en Ecolo. Waarom zou je dan wel overwegen om te stemmen voor één van die laatsten?

In bovenstaande berekening ga ik er overigens vanuit dat er geen vast zetelaandeel zou zijn per taalgroep. Dat is niet meer dan logisch aangezien de premisse van de federale kieskring is dat we allemaal Belgen zijn en dus lak hebben aan de verschillen tussen Vlamingen en Franstaligen. Het meest waarschijnlijke resultaat is dan 13 Vlaamse zetels tegenover 7 Franstalige zetels. De Methode D´Hondt geeft namelijk een licht voordeel aan de grootste lijsten. Bovendien is het zeer aannemelijk dat zowel Défi als Les Engagés onder de kiesdrempel te belanden, wat de Franstalige stem structureel zou verzwakken. Hierdoor zal het Vlaamse aandeel licht overwogen zijn (13/20 = 65%), wat niet iedereen ziet zitten.

Federale kieskring als sluitstuk van een grote hervorming

Niettemin is het idee van een federale kieskring niet per se verkeerd, maar dan eerder als een sluitstuk van een globale staatshervorming, eerder dan een wat kunstmatige ad hoc hervorming van de kieswet en cours de route. De logische benadering zou namelijk zijn om na 28 (!) jaar eindelijk gewoon eens Artikel 35 van de Grondwet in te vullen en duidelijk te bepalen wat we nu eigenlijk wel nog samen federaal willen doen als “Belgen”.

Eens dat beslist is, lijkt het logisch dat daarover dan ook in een federale kieskring wordt gestemd. Het resulterende, sterk afgeslankte parlement kan dan een regering op de been brengen die de belangen van het federale België behartigt, uiteraard zonder pariteiten of alarmbellen.

De voorgestelde hervorming lijkt dus opnieuw niet veel meer dan een krampachtige en kortzichtige ‘bijsturing’ van het kiesstelsel ten dienste van de particratie. Uiteindelijk zullen vooral de kopstukken opnieuw meer armslag én middelen krijgen, ten koste van de lagere échelons in elke partij. Zo dreigt na het parlement, de regering, de juridische macht en de media, finaal ook het kiessysteem verder gecorrumpeerd te worden door de particratie. De federale kieskring lijkt dus vooral de laatste strohalm voor de stilaan radeloze partijstrategen. Wie die tendens in 2024 een halt wil toeroepen, stemt dan ook beter voor een partij die wel nog gelooft in een democratie van onderuit eerder dan van bovenaf. 

Jan Wostyn is ondervoorzitter van de Vlaams-progressieve partij Vista.

Partner Content