Opinie

Brecht Decoene

‘Als jonge ouders kregen wij soms bedenkelijk advies. Waarom ligt de lat niet hoger?’

Brecht Decoene Brecht Decoene is moraalwetenschapper en auteur

 Als jonge vader kreeg Brecht Decoene van SKEPP  zowel van medewerkers van Kind & Gezin, als van vroedvrouwen soms bedenkelijke alternatieve therapieën aangeraden.

Laat één ding duidelijk zijn: Kind en Gezin (K&G) levert in de eerste plaats uitstekend werk.  Dat feit wil ik hier met mijn ervaringen zeker niet in twijfel trekken. Helaas moet ik daarnaast ook vaststellen dat haar werknemers actief behandelingen promoten waarvan de meerwaarde allerminst bewezen is. Ook bij vroedvrouwen in het algemeen, zowel op de materniteit als bij verenigingen die jonge ouders na de geboorte bijstaan, blijkt dat soms het geval. Dat tast voor een deel de geloofwaardigheid van die organisaties en beroepen aan. En dat verdienen ze niet.

Nieuwe levensfase, nieuwe onzin

Zo raadden verschillende van hen, onafhankelijk van elkaar, mij en mijn vrouw recent enkele bedenkelijke alternatieve therapieën aan zoals homeopathie, accupunctuur, voetreflexologie en osteopathie. Het gemak en de frequentie waarmee dat gebeurde, waren toch verontrustend. Werd er in hun opleiding wel voldoende aandacht besteed aan het enorme belang van kritisch denken en het wetenschappelijk onderbouwen van elke medische handeling? Het brede publiek ziet K&G als een gezaghebbend instituut, en vroedvrouwen als een bron van betrouwbare informatie. Wanneer die dan een bepaalde behandeling aanbevelen, verlenen ze daaraan dus als vanzelf heel wat geloofwaardigheid – maar totaal misplaatst als het om flagrante kwakzalverij gaat. Dat is een probleem.

Als kersverse ouder werd ik twee jaar geleden voor het eerst geconfronteerd met dat soort ‘adviezen’ en ‘informatie’. Het gebrek aan ervaring maakt een mens dan waarschijnlijk extra ontvankelijk voor tips en therapieën die niet altijd zinvol of mogelijk zelfs gevaarlijk zijn. De doorsnee ouder is immers net als ik niet medisch geschoold. Maar als skepticus ontwikkel je gelukkig gaandeweg een zesde zintuig voor onzin. Zelfs wanneer je niet echt thuis bent in de materie.

Special K

Ik schrijf dit stukje voor alle duidelijkheid niet enkel vanuit mijn hoedanigheid als bezorgde ouder. Voor ik verder ga, daarom eerst nog een woordje over dat skepticisme met een ‘k’, een actieve maatschappelijke beweging waar ik deel van uitmaak. Wij skeptici bevorderen het kritische denken en de wetenschappelijke methode. We willen onze samenleving versterken door het opsporen, detecteren, aankaarten, bestuderen en weerleggen van pseudowetenschappelijke stellingen, niet op feiten gebaseerde uitspraken of achterhaalde theorieën die volgens de eigentijdse wetenschappelijke inzichten aan alle kanten rammelen. Skeptici houden ervan om gebakken lucht te ontmaskeren.

We beperken ons daarbij tot het concrete. Over waarden en normen spreken we ons – in de rol van skepticus tenminste – niet uit. Pas wanneer bepaalde religieuze of politieke stellingnames over de feiten en de werkelijkheid gaan en dus wetenschappelijk te verifiëren én falsifieren vallen, komen ze in ons vizier. Opvattingen die zich uitsluitend op het morele domein bevinden, zoals soms het geval is met religie, spiritualiteit, ethiek, ideologie of politiek, vallen dus buiten ons bereik.

Skeptici omarmen wel degelijk nieuwe ideeën en sturen hun standpunten zo nodig absoluut bij, maar de lat ligt daarvoor wel behoorlijk hoog: het kan enkel via de systematische kritische filter van de wetenschappelijke methodes. Is dat een feilloos systeem? Biedt die aanpak een garantie op absoluut zekere kennis? Uiteraard niet, want onze inzichten zijn per definitie vooruitschrijdend, waardoor onze huidige overtuigingen over enkele decennia mogelijks fout blijken. Op zo’n moment wordt het uiteraard volstrekt rationeel en eervol om die dan naar de prullenmand te verwijzen en betere te adopteren. Maar in tussentijd is het wel zo verstandig om zeer voorzichtig te zijn, en de meeste waarde te hechten aan het resultaat van rigoureus en oprecht wetenschapswerk. Zeker als het om de gezondheid van onze kinderen gaat.

Het kind niet met het badwater weggooien

Sta mij toe het volgende nogmaals te benadrukken: mijn kritiek is niet zozeer op de hardwerkende en goedbedoelende vroedvrouwen zelf gericht. In het algemeen is mijn bewondering voor deze mensen eerlijk gezegd enorm gegroeid. De warmte en toewijding waarmee ze je kind verzorgen en de jonge moeder ondersteunen is niets minder dan grandioos. Hun sympathieke, geduldige en behulpzame stijl boezemt broodnodig vertrouwen in op een moment in je leven waarop je vaak onzeker bent. Hen ook maar een seconde verdenken van een gebrek aan engagement zou daarom verregaand en vreselijk beledigend zijn. 

Wat me wél zorgen baart is de medische bagage die hen – onvoldoende? – is aangereikt. Of het feit dat ze ondanks die opleiding – waarin de lat hoog genoeg zou moeten liggen –, vatbaar blijven voor alternatieve behandelingen die niet ondersteund worden door de wetenschappelijke literatuur. Kwetsbaar, eigenlijk. Niets of niemand is perfect, en dat mag geen taboe zijn.

Borstvoedingsproblemen en vreemde remedies

Twee jaar geleden werd het al snel na zijn geboorte duidelijk dat de slikbeweging van mijn eerste spruit niet optimaal verliep. Zowel een vroedvrouw in de kraamkliniek als een vroedvrouw van een vereniging die zorgt voor begeleiding en coaching voor en na de bevalling, suggereerden daarom osteopathie. Tijdens de bevalling had dat nekje nogal wat te verduren gekregen, stelden ze. “Wij kunnen ons niet voorstellen hoe dat heeft moeten draaien.” Ze opperden dat er mogelijks sprake was van een blokkade in zijn ‘parasympathische zenuwstelsel’.

Hoewel ik wist dat een osteopaat doorgaans minder hardhandig te werk gaat dan een chiropractor en daarom veel minder schade kan veroorzaken, vroeg ik me niettemin af hoe betrouwbaar dat advies kon zijn. Ik uitte daarom enige twijfel. Het antwoord was dat “veel ouders daar tevreden over zijn”. Ik deed in een van die situaties meteen een vlugge check op de website van het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE) en vond daar een document dat stelde dat er zo goed als geen betrouwbaar bewijs bestaat voor het nut van osteopathie. Toen ik haar dat voorlegde, stelde de dame dat ze zich baseerde op de WHO. Maar daar vond ik hieromtrent vreemd genoeg niet meteen iets terug.

Ik contacteerde daarom een medeskeptica en arts, die bevestigde: op de WHO-site staat helemaal niets over osteopathie bij zuigelingen. Ze raadde me een bezoek bij de kinderarts aan, want ze huiverde bij de gedachte aan dat soort manipulaties bij pasgeborenen. In Nederland stierf er namelijk ooit een meisje van drie maand oud door die nekmanipulaties en het bleek niet het eerste keer te zijn. Die arts bezorgde me nog een link naar een systematische review door de Duits-Britse arts en onderzoeker van complementaire en alternatieve geneeswijzen Edzard Ernst, waarin die concludeert dat de bewijskracht voor osteopathie bijzonder zwak is. Mijn collega-skeptica sloot af met: “Even gesnuffeld in de literatuur. Vroedvrouwen raden dit geregeld aan, zonder veel evidentie. Ouders zijn blijkbaar wel vaker tevreden, maar de kans op ernstige nevenwerkingen is niet nul.”

Verdunningen tegen (of voor) krampjes

Een week later moesten we naar Kind & Gezin zelf voor de bekende gehoortest. Daar lieten we langs de neus weg ook vallen dat onze zoon wat last van krampjes had. Het advies: druppels van Mama Natura Coli. Het zei mij niet meteen iets, maar na enige jaren samenwonen met een skepticus bleek mijn vrouw blijkbaar al voldoende besmet met de kritische reflex om dit middeltje zelf eens te gaan opzoeken – de schat. Ze stelde vast dat het hier om homeopathie ging: een ‘alternatieve geneeswijze’ die beweert dat de patiënt geneest dankzij een ‘actief bestanddeel’ dat zo astronomisch verdund is in water dat geen zinnig mens meer kan geloven dat er effectief nog iets van in het eindproduct zit, zoals bijvoorbeeld deze druppeltjes. Op de koop toe moet dat illustere ingrediënt bij inname in onverdunde vorm aan een gezond mens ook nog eens de symptomen geven die lijken op de symptomen van de ziekte zelf. Kort en anders geformuleerd: een middeltje dat bij een gezonde mens buikkrampen veroorzaakt, moet men dus in extreem verdunde vorm innemen om van zijn buikkrampen af te raken. Als in: wie niet kan slapen moet oneindig verdunde koffie drinken. Een nogal aparte logica dus.

Exact 10 jaar geleden publiceerde ik precies hierover al eens een artikel in Knack – een goede introductie voor geïnteresseerden, net zoals Filip Van Beurdens heerlijk bevattelijke, kritische boek. Daarom wist ik dat deze zogenaamde geneeskunde al zo lang ze bestaat nog nooit ondersteund werd door enige wetenschappelijke evidentie. Waarom raadt iemand van K&G dan zoiets aan? Schiet hun opleiding tekort? Of verliezen ze tijdens hun loopbaan gaandeweg hun wetenschappelijke ingesteldheid? En worden deze mensen dan niet voldoende omringd door geschoolde medici?

In elk geval, enkele weken later raakte mijn zoons slikprobleem gelukkig vanzelf opgelost. De krampjes namen af. Maar mochten minder skeptische mensen dus één van of allebei deze therapieën geprobeerd hebben en was ook de toestand van hun baby vervolgens verbeterd, dan hadden ze wellicht volledig onbestaande causale verbanden gelegd. En waren ze trouwens ook nodeloos enkele tientallen euro’s lichter geweest. Zo vertelde een andere jonge moeder en kinesiste ons onlangs dat ze zich wél door zo’n advies had laten leiden, daar zeventig euro voor had neergeteld, om dan te moeten vaststellen dat het slechts om een banale massage op de borst bij haar baby ging, die ze net zo goed zelf had kunnen uitvoeren. Dat klopt toch niet? Het is gewoon pijnlijk dat zowel vroedvrouwen als dokters, al dan niet van K&G, zich desondanks onkritisch laten misleiden door die regelmatig positieve feedback. Immers, ‘de mensen uiten toch hun authentieke tevredenheid’ en ‘hun eigen ervaring liegt niet’.

Tweede kind, meer van hetzelfde

Twee jaar later, naar aanleiding van de recente geboorte van onze dochter, kregen we, nu er geen lockdown meer was, eerst bezoek aan huis van een vroedvrouw van K&G. Tijdens het gesprek deelde zij onder andere haar persoonlijke ervaringen rond de zwangerschap, bevalling en borstvoeding. Ook bij haar was, zoals bij velen, niet alles ideaal verlopen. Daarom had zij wat accupunctuur en voetreflexologie geprobeerd. Die hadden niets uitgehaald, voegde ze eraan toe. Uiteraard niet, mompelde ons brein. Mijn vrouw en ik besloten blijkbaar simultaan om er niet op in te gaan, alsof de lieve dame niets gezegd had. Na haar visite konden we ons echter niet langer beheersen en ventileerden we tegen elkaar onze opperste verbazing. Voetreflexologie gaat er bijvoorbeeld van uit dat je allerhande klachten aan diverse organen zou kunnen verhelpen door je voeten op welbepaalde punten te masseren, want ‘je hele lichaam is daarmee verbonden’. Dat klinkt niet alleen wat raar; het druist lijnrecht in tegen alle inzichten uit de medische en biologische wetenschappen. Ook accupunctuur blijkt uit kwaliteitsvol onderzoek niets meer te bieden dan placebogeneeskunde, wat in feite gewoon bedrieglijk is. Want de placebo werkt wel, maar de therapie of het middeltje op zich helemaal niet. Een suikertje, iemand?

Wat nu?

Samengevat: in bijna een derde van onze ontmoetingen met iemand van K&G of andere vroedvrouwen die op de materniteit ‘borstvoedingsthee’ promoten – ik bleef noodgedwongen beknopt in mijn voorbeelden –, werden wij als jonge ouders geconfronteerd met ronduit bedenkelijk advies. Dat roept vele vragen op. Waarom ligt de lat niet hoger? Is de opleiding wel sterk genoeg? Of de instroom en selectie in het werkveld? De mentaliteit en cultuur daar? De kwaliteitsbewaking? Er lijkt mij alleszins nog een boel werk aan de winkel. Kan Hilde Crevits zich hier a.u.b. eens over buigen?

Brecht Decoene is moraalwetenschapper en lid van SKEPP.


Partner Content