'De leegstand in Brussel is immens. Wij proberen een deel van die ruimte terug te geven aan de stad door met overheidssteun de gebouwen en loodsen op te knappen. Eerst organiseerden we daarin activiteiten waar vooral blanke jongeren uit de Brusselse middenklasse op afkwamen. We zaten daar eigenlijk met onze eigen vrienden voetbal te kijken en bier te drinken, maar dat is geen meerwaarde voor de stad.
...

'De leegstand in Brussel is immens. Wij proberen een deel van die ruimte terug te geven aan de stad door met overheidssteun de gebouwen en loodsen op te knappen. Eerst organiseerden we daarin activiteiten waar vooral blanke jongeren uit de Brusselse middenklasse op afkwamen. We zaten daar eigenlijk met onze eigen vrienden voetbal te kijken en bier te drinken, maar dat is geen meerwaarde voor de stad. Sindsdien maken we vooral ruimte voor mensen en projecten die anders geen plek zouden vinden, zoals jongeren uit de buurt, kunstenaars, een fietsatelier of - helemaal in het begin - zelfs een boksclub. Toen we daarmee begonnen, verliep de zoektocht moeizaam. Nu moeten we geregeld mensen weigeren, zeker als hun project niet in onze mix past. We zoeken naar zo veel mogelijk diversiteit. Onze plekken zijn laboratoria waar mensen ideeën kunnen uitproberen en waar we experimenteren met de stad van morgen. Dat veroorzaakt soms ook wel moeilijkheden tussen mensen die elkaar niet goed begrijpen. Een groep van enkele Sudanezen verbleef een tijdje aan een van onze loodsen, en zat de hele dag op het grasveldje ervoor. Ze maakten nogal wat lawaai, en ze kookten daar ook altijd. Hoe moesten we daarmee omgaan? Zo'n groep van zwarte Afrikanen kan best bedreigend overkomen. Ondertussen hebben we voor hen een huis gevonden, maar het is eigenlijk aan de overheid om structurele oplossingen te bieden, om ervoor te zorgen dat iedereen een fatsoenlijke verblijfsplaats heeft. Wij voorzien enkel in tijdelijke ruimte. Op de cover van mijn eindverhandeling, die ik over de Nederlandse provobeweging schreef, stonden een grote zwarte rijkswachterslaars en een kaboutertje dat met een hamer op de kleine teen van die rijkswachter slaat. Dat is wat activisten moeten doen: op de pijnpunten in een stad duwen. Ik wil zeker een activist blijven, maar ik denk ook graag strategisch. Ik wil een impact hebben op lange termijn. Ook al is het pure actievoeren soms wel leuker.'