Zeilster Evi Van Acker: ‘Het litteken van Rio zal niet snel genezen’

© sailingenergy.com
Jef Van Baelen
Jef Van Baelen Journalist voor Knack

De Spelen van Rio brachten niet wat Evi Van Acker had verwacht. Natuurlijk zindert die teleurstelling nog na. Volgende week zeilt ze de finale van de wereldbeker, als vanouds met de ambitie om te winnen. ‘Als sporter wil je natuurlijk wel eindigen op een hoogtepunt.’

Ze ging naar de Olympische Spelen van Rio als Belgiës grootste kans op een medaille, maar sport en de aandelenbeurs zijn in dit opzicht gelijk: eerder behaalde resultaten geven geen garantie voor de toekomst. Evi Van Acker kreeg nooit de kans om te laten zien hoe klaar ze was om te schitteren in Rio: de Shigella-bacterie deed haar Spelen in het water vallen. Ondertussen heeft de goedlachse Gentse de wind weer mee. In de laatste twee wereldbekerwedstrijden werd ze respectievelijk tweede en eerste. Volgende week neemt ze deel aan de wereldbekerfinale in het Spaanse Santander. ‘Een heel mooie race met een klein deelnemersveld: alleen de beste zeilsters uit de eerste manches van de wereldbeker mogen starten’, vertelt Van Acker. ‘Onder de subtoppers is er altijd veel strijd om erbij te zijn. Daar hoef ik mij gelukkig geen zorgen om te maken. Ben ik favoriet voor Santander? Misschien, maar daar koop je weinig mee. In Rio was ik ook een favoriet.’

In de aanloop naar de Spelen werd u ziek. Waarom hebt u dat geheim gehouden?

Evi Van Acker: Ik wou niet op voorhand excuses zoeken. Zelf zag ik dat niet als ‘geheim houden’. We wisten dat die infectie ernstig was, maar hoeveel last ik zou hebben in de race viel niet te voorspellen. Ik heb voldoende rust ingelast en iedereen heeft zijn uiterste best gedaan om mij fit aan de start te krijgen. In Rio waait het meestal licht tot matig en in die omstandigheden kon ik goed mee, ondanks mijn ziekte. Midden in de olympische wedstrijd begon het keihard te waaien. Bij zo’n weer blink ik normaal uit, nu was het te veel voor mijn lichaam. Ik kon gewoon niet mee.

Zeilen is mijn leven, ik steek daar zo veel van mijzelf in. Dat wil je niet relativeren

Waar kwam die maagbacterie vandaan? Het vuile water in Rio?

Van Acker: Het baaiwater was smerig, dus dat kan zeker, maar het valt niet te achterhalen waar ik die bacterie heb opgelopen. Het maakt ook niet uit. Je werkt jaren om top te zijn en dan gebeurt zoiets … Het is moeilijk om daarmee om te gaan. Nu nog altijd, bijna een jaar later. Als ik eraan terugdenk, word ik opnieuw triest. Ik weet dat het een zinloze vraag is, want het helpt niet en je maakt er jezelf gek mee, maar wat als ik niet ziek was geworden?

Er zijn ergere dingen in het leven.

Van Acker: Dat is waar en toch troost die gedachte niet. Zeilen is mijn leven, ik steek daar zo veel van mijzelf in. Dat wil je niet relativeren. Over dertig jaar denk ik er hopelijk anders over. Een topsporter mag niet in het verleden leven. Enkel nu telt. Je kunt het toch niet meer veranderen, maar je neemt het wel mee. Wat er in Rio is gebeurd, maakt deel uit van wie ik vandaag ben. Eigenlijk zijn er maar weinig mensen die echt begrijpen wat dat voor mij betekend heeft. Wil van Bladel, mijn vorige coach, snapt het. Wil heeft zelf ook op de Olympische Spelen gevaren, en tegenslag gekend. Aan zijn steun heb ik veel gehad.

Met Wil van Bladel hebt u meer dan tien jaar samengewerkt. Hij stopt nu als uw persoonlijke coach.

Van Acker: Om headcoach te worden van het hele Olympic Team, eigenlijk coach van alle zeilcoaches. Wil was en is mijn rots in de branding. Hij kent alles van water en wind, maar ook van hoe je naar een wedstrijd toeleeft. En Wil begrijpt mijn karakter, ook niet onbelangrijk. Hij is vandaag niet langer mijn persoonlijke coach, maar ik kan bij Wil nog altijd met eender wat terecht. Dat zal zo blijven, denk ik. Ik word nu gecoacht door Jakub Kozelsky, een Tsjech die voor de Vlaamse federatie werkt.

Ging u naar Rio met het idee: ik sta gegarandeerd op het podium?

Van Acker: Ik trok er in ieder geval met veel vertrouwen naartoe. De twee seizoenen voor Rio liepen fantastisch. En het Braziliaanse water lag mij. Behalve dan bij de Spelen zelf, won ik in elke wedstrijd die in de olympische baai werd gehouden minstens een medaille. Natuurlijk legde ik de lat hoog. Ik was goed bezig, de vorm leek uitstekend. En dan word je ziek. Het litteken van Rio zal niet snel genezen, dat heb ik wel al begrepen. Ooit zal ik het een plaats moeten geven, maar dat proces is vandaag nog niet afgerond.

Was het de bedoeling om in Rio te stoppen met een medaille?

Van Acker: Het was een droom om er een te winnen. Je doet het voor de medailles, uiteindelijk. Stoppen of niet stoppen stond daar los van, maar als sporter wil je natuurlijk wel eindigen op een hoogtepunt. Tom Boonen had ook graag zijn laatste Parijs-Roubaix gewonnen. Je krijgt niet altijd het afscheid waar je van droomt, maar maakt dat een carrière minder waard? Ik wil mijn carrière sowieso afsluiten met een goed gevoel. Na Rio kon dat niet.

'Het WK in het Friese Medemblik, op het IJsselmeer voelt als een thuiswedstrijd. Ik zeil daar van toen ik een schop groot was.'
‘Het WK in het Friese Medemblik, op het IJsselmeer voelt als een thuiswedstrijd. Ik zeil daar van toen ik een schop groot was.’© sailingenergy.com

Valt die vieze smaak weg te spoelen, bijvoorbeeld door in augustus het WK te winnen?

Van Acker: Het staat op mijn bucketlist, want ik werd nog nooit wereldkampioen. Het WK vindt plaats in het Friese Medemblik, op het IJsselmeer. Ik zeil daar van toen ik een schop groot was. Het voelt als een thuiswedstrijd. Medemblik betekent moeilijk water en wind die alle kanten op draait. Dat ligt mij, maar ik benader het WK niet als een soort wraak voor wat er in Rio is gebeurd. Elke wedstrijd staat op zichzelf. Ik zit ook niet met het gevoel dat ik iets goed te maken heb of zo. Rio vált niet goed te maken.

Eigenlijk is het sterk dat u in Rio niet opgegeven hebt. Op zeker moment stond u tiende en leken de medailles weg.

Van Acker: Ik ben geen opgever. Dat nooit. De gedachte is zelfs niet bij me opgekomen. Zelfs op de winddag waarin alles misging, zei Wil van Bladel: ‘We blijven geloven.’ En dat deden we ook echt. Tot het bittere eind. Dat ik bleef vechten, heeft mij veel sympathie opgeleverd. Ik kreeg honderden troostberichtjes. Bejaarde vrouwen spraken mij aan in de winkel, kindjes schreven een zinnetje op Facebook. Ik weet: je moet je nooit aantrekken wat anderen van je denken, maar in de maanden na Rio heb ik daar veel aan gehad. Het hielp mij er weer bovenop te komen.

En nu?

Van Acker: Dat is de hamvraag. (lacht) Volgende week zeil ik de wereldbekerfinale en in augustus ga ik naar het wereldkampioenschap, maar wat er daarna komt, weet ik zelf nog niet. Na het WK ga ik eens goed nadenken. Als ik het gevoel zou hebben dat het genoeg is geweest, dan kan dat een moment zijn om te stoppen, maar ik sluit evenmin uit dat ik nadien nog doorga. Ik zal er met veel mensen over praten, maar de eindbeslissing ligt bij mij. Ik moet er elke dag voor leven.

Zijn er lichamelijke redenen om te stoppen?

Van Acker: Ik voel geen sleet of zo. Hout vasthouden, maar ik ben ook nooit zwaar geblesseerd geweest. In mijn sport is dat uitzonderlijk. Ik heb mijn lichaam goed verzorgd en altijd veel aandacht gegeven aan stretching en core stability: saaie,vervelende fitnessoefeningen die de meeste sporters haten. In september word ik 32. Dat is niet oud, maar zeilen is wel topsport, en ooit zullen de jaren me fysiek parten spelen. Er varen niet veel zeilsters meer mee die ouder zijn dan ik. Je hebt één Wit-Russische van 38, en die doet ook echt nog mee om te winnen. Het kan dus.

Misschien kunt u er net motivatie uit putten om de jonge generatie te verslaan?

Van Acker: Zo bekijk ik dat niet. Ik wil iedereen kloppen: jong én oud. Als ik zou voelen dat ik niet meer meekan, dan zou de beslissing om te stoppen simpel zijn. Ik doe er te veel voor om te kunnen leven met prestaties die niet meer aan mijn eigen verwachtingen voldoen. Er zijn zeilsters die dat wel kunnen – degene die achter mij varen (lacht) – maar voor mij is dat een breekpunt. Ik vind zeilen erg leuk, maar winnen is leuker.

Toen ik 7 was, maakte ik een lijstje met dingen die ik wou verwezenlijken in het zeilen. Veel valt er niet meer weg te strepen

Over drie jaar zijn er de Olympische Spelen in Tokio.

Van Acker: Daar ben ik vandaag totaal niet mee bezig.

Bij vorige olympiades was u nu al volop aan het plannen: trainingslocaties boeken, het water verkennen. U kunt niet blijven zeggen: we zien wel.

Van Acker: Na Peking en Londen heb ik ook een lange break genomen. In het zeilen moet je inderdaad plannen, maar dat gebeurt ook. Wil van Bladel is al naar Japan gevlogen om de site te bekijken. Er zijn al dingen geregeld voor Tokio 2020. Of het voor mij is of voor een andere Belg, zullen we wel zien.

Na het WK hakt u de knoop door: Tokio of geen Tokio?

Van Acker: Dat weet ik nu nog niet.

Wat vindt Emma Plasschaert ervan? Zij is het aanstormende talent in het zeilen, maar mocht niet naar Rio omdat per land slechts één boot is toegelaten. Plasschaert staat vierde op de wereldranglijst, u bent tweede. Zij zal zeker hebben gedacht: in Tokio is het eindelijk aan mij.

Van Acker: Wat Emma vindt, moet je aan haar vragen, maar ik laat mijn beslissing niet bepalen door wat zij wil. Een sportleven is hard. Dit moet je altijd voor jezelf doen en nooit voor een ander. Als Emma in 2020 de beste Belgische zeilster is, zal zij naar Tokio gaan. Zo simpel is het. Er is trouwens nog een derde Belgische goed bezig: Maité Carlier, nóg jonger dan Emma. We mogen alle drie naar de wereldbekerfinale. Voor een klein sportland is dat een stunt.

Weet u al wat u na het zeilen wilt doen?

Van Acker: Ik ben een honderdprocentmens, en op dit moment smijt ik mij honderd procent in het zeilen. De focus ligt op trainen en racen. Als ik stop, ga ik mezelf de tijd gunnen om te ondervinden wat ik leuk vind, binnen het zeilen of daarbuiten. Ik heb een bachelor scheikunde en een master bio-ingenieur, gespecialiseerd in voeding, maar ik denk niet dat ik met die diploma’s veel ga doen. Werken in een lab trekt me niet aan.

Een logische stap voor elke oud-sporter is trainer worden.

Van Acker: Niks voor mij. Ik ben bijzonder veeleisend voor mezelf en zou dat, in die functie, ook voor anderen zijn. Ik zou geen goede coach zijn. Zeker geen aangename. (lacht)

Zal het deugd doen als de prestatiedruk wegvalt, of net niet?

Van Acker: Die zal niet wegvallen, maakt niet uit wat ik doe. Ik ben een streber. Op de universiteit moest ik grote onderscheiding hebben, ook al had ik met mijn zeilcarrière de handen meer dan vol. Ik heb misschien één les op tien live gevolgd. Onder die omstandigheden moet je eigenlijk blij zijn als je gewoon geslaagd bent. Wel, ik kan dat niet. Er niet het maximum uithalen, valt voor mij mentaal niet te aanvaarden.

Soms wou ik dat ik minder bezeten was, al klinkt ‘bezeten’ misschien erger dan het is. Ik heb het altijd moeilijk gevonden om mijn sport los te laten. En iedereen maar zeggen: ‘Relax eens, Evi!’ (lacht) Maar ik ben geen chiller. Ik heb druk nodig om te presteren. Het heeft me ook ver gebracht, maar af en toe een beetje meer chillen zou geen kwaad kunnen.

Je moet jezelf de ruimte gunnen om te falen, want dat gebeurt nu eenmaal af en toe

In een interview zei u: ‘Ik ben geen supertalent, ik werk gewoon hard.’

Van Acker: Elke topsporter heeft zelfdiscipline, ook de zogezegde flierefluiters, maar ik denk dat ik meer doorzettingsvermogen bezit dan een ander. Er zijn mensen die fit zijn geboren. Ik niet. Ik moet hard werken om fysiek op het niveau te staan dat anderen bijna vanzelf halen. Mijn talent is: ik kán hard werken. En als ik win, dan is het het allemaal waard geweest. De euforie tilt je op, je vergeet alle opofferingen. Maar als het tegenvalt, zoals in Rio…

Dan valt er een hamer op uw hoofd.

Van Acker: Tíén hamers.

Wat heeft u nu geleerd uit een leven in teken van de sport?

Van Acker: Het heeft me mezelf leren kennen. Als ik tien jaar geleden had geweten wat ik nu weet, dan zou ik niet zo streng zijn geweest voor mezelf. Ik had ook nooit gedacht dat ik van mijn sport mijn job zou maken en dat ik wel drie keer naar de Spelen zou gaan. Ik dacht bij iedere wedstrijd: mijn moment is daar en ik moet dat moment nemen. Dat heeft me zeker vooruitgestuwd, maar ik hield er te weinig rekening mee dat je nu eenmaal niet elke race kunt winnen. Ik verwachtte zo veel van mezelf. Natuurlijk waren er toen mensen die zeiden: ‘Doe het wat kalmer aan, Evi.’ Maar tussen zoiets horen en dat echt vátten, zit een kloof. Ik leerde het pas door met mijn kop tegen de muur te lopen. Je moet jezelf de ruimte gunnen om te falen, want dat gebeurt nu eenmaal af en toe. Zeker in zeilen: in mijn sport draait het er uiteindelijk om zo weinig mogelijk fouten te maken.

Geknipte sport voor een perfectionist.

Van Acker: Het heeft zijn tijd geduurd voor ik leerde aanvaarden dat ik fouten mocht maken. Dat iederéén fouten begaat. Toen ik 7 was, maakte ik een lijstje met dingen die ik wou verwezenlijken in het zeilen. Veel valt er niet meer weg te strepen: ik heb een heel mooie carrière gehad. Tien jaar onafgebroken aan de top gestaan, nooit een slecht seizoen gekend. De wereldtitel en olympisch goud ontbreken, maar dat is het zowat. Je krijgt maar een paar kansen in je leven, en Rio had mijn moment kunnen zijn, maar daar is het niet gelukt. In augustus komt er een nieuwe kans, maar ik hoef geen wereldkampioen te worden om tevreden te kunnen zijn met wat ik bereikt heb. Sowieso zal ik er mijn uiterste best voor doen. Zo ben ik wel.

Partner Content