Opinie

Jean-Marie Dedecker (LDD)

‘Willen we wel nog werken?’

Jean-Marie Dedecker (LDD) Voorzitter van LDD en lijstduwer op de N-VA-Kamerlijst in 2019

‘Als we de werkloosheidsval niet aanpakken, raken we nooit aan een werkzaamheidsgraad van 80%’, schrijft Kamerlid Jean-Marie Dedecker over het Belgische arbeidsmarktbeleid, en de regionale verschillen in ons land.

Ik behoor tot een generatie dinosauriërs die zelfs op zaterdagmorgen nog op de schoolbanken zat. Dit werd pas afgeschaft in 1973. Niet omdat men vond dat we evenveel wijsheid konden opdoen met een halve dag minder onderwijs, maar wegens de oliecrisis, om te besparen op de verwarming. Het was toen iedere dag dikke-truien-dag en op de Dag des Heren hield men zelfs Autoloze Zondagen. Op mijn twaalfde werd ik al “jobstudent”. Paas- en zomervakantie, elke dag als bakkersknechtje met een bakfietsbroodronde aan de slag, zonder dag verlof en voor 2.500 frank (62 euro) per maand, net genoeg om een fiets te kopen, om op 1 september fier naar het college te pendelen. Stakhanovisme (niets ontziende werklust) werd ons met de moedermelk meegegeven, en luiheid was het oorkussen van de duivel. Een vierdaagse werkweek zou toentertijd spottend een verlengd-weekend-regime genoemd worden, en aan de “dop” kreeg je een schuldgevoel. Ik ben dus redelijk vooringenomen als men over arbeidsduur en -ethiek praat. Elkeen is het product van zijn opvoeding.

Willen we wel nog werken?

Dat werk de beste garantie is voor zelfwaarde staat in elk handboek over arbeidspsychologie, maar willen we eigenlijk nog wel werken? We hebben opruimcoaches maar niemand wil nog opruimen, we hebben everzwijncoördinators, maar niemand wil nog varkens uitbenen. Als de Polen, de Portugezen en de Bulgaren thuis blijven valt de bouw stil, en rotten de groenten op het veld. Zonder Roemeense en Slovaakse kamermeiden wordt er geen hotelbed meer opgemaakt… Bij de VDAB is er nochtans een inflatie aan herintegratietrajecten, opleidingscursussen en art.60’s, terwijl er in ons land al sedert 1983 een leerplichtwet tot 18 jaar van kracht is.

Wat hebben ze dan op school geleerd? Zeg het eens kleine Jan”.

Onze burn-out epidemie bereikt coronacijfers. ‘Vroeger had men onopspoorbare rugpijn’, zei mijn oom zaliger, ‘nu hebben ze een burn-out.’ Cru uitgedrukt (het zit in onze familiegenen), maar toogpraat stemt ook tot nadenken. We werken ons nochtans niet dood. De gemiddelde loopbaanduur in ons land is amper 33 jaar, één van de laagste van Europa. In Nederland is het bijvoorbeeld 40,5 jaar en in Zweden 42.

We kregen onlangs niet alleen drie baaldagen cadeau, maar we zitten al jaren in de top-12 van de landen in de wereld met de meeste verlofdagen. Wie het als werknemer een beetje uitkient zit dit jaar volgens arbeidsexpert Marijke Beelen door allerhande kalenderbruggetjes 68 dagen thuis. We pochen met onze productiviteit, maar zowel de Europese Commissie als de OESO waarschuwen al jaren dat onze prodcutiviteit aan het afkalven is. En dat die achteruitgang sneller gaat dan in veel andere landen.

Maar we leven in een tweestromenland. Er is geen enkele economische statistiek waarin Vlaanderen niet tot de kop van het peloton behoort, en Wallonië tot de staart. Het Brussels Gewest zit altijd in de bezemwagen en houdt voortdurend de bedelhand op. Wanbeleid is er de norm. Het Rekenhof weigert zelfs de rekeningen te controleren omdat ze geen correcte weergave zijn van de cijfers. De werkgelegenheidsgraad in Vlaanderen is 76,2%, één procent boven het EU-gemiddelde. Wallonië komt amper aan 65,8% en Brussel sluit de rij met 62,6%. Met 52% arbeidsparticipatie voor de niet EU-migranten behoorde onze hoofdstad in 2018 nog tot één van de slechts presterende regio’s van Europa. Zowel de Brusselse Welzijnsbarometer als cijfers van Stabel laten zien dat in Brussel ongeveer één volwassene op vijf in een huishouden leeft waar nooit iemand betaald werk heeft verricht. In Wallonië is het 17%, in Vlaanderen amper 7%. België is nog het enige EU-land waarin je van stempelen een levenslange loopbaan kan maken.

In elke armoedestatistiek daarentegen zijn de resultaten omgekeerd evenredig met deze van de arbeidsstatistieken. Daar zijn de regionale verschillen zelfs torenhoog. In Vlaanderen bijvoorbeeld is het aandeel kinderen dat vandaag opgroeit in een gezin onder de armoedegrens volgens Kind & Gezin 14%. In Wallonië is dit volgens het Kindercommissariaat 25% en Brussel spant de triestige kroon met 40%. Zo bevindt ons landje zich volgens Eurostat in de buurt van landen als Polen en Hongarije wat het armoederisico betreft. Vlaanderen is nochtans één van de meest solidaire regio’s van Europa. Om Wallonië er bovenop te helpen betaalt Vlaanderen al sinds mensenheugenis jaarlijks minimum 7 miljard euro aan transfers, in wezen ontwikkelingssamenwerking voor de Borinage en voor het zwarte land van Charleroi waar PS-er Paul Magnette de plak zwaait. Bovendien zijn we kampioen in het herverdelen. Ons overheidsbeslag bereikt een recordhoogte van 55%. Het leeuwenaandeel van die belastingen en lasten wordt geïnd in Vlaanderen, maar herverdeeld over gans ons koninkrijkje.

Om onze werkzaamheidsgraad tegen 2030 tot 80% te verhogen, zoals in onze buurlanden Nederland en Duitsland, zouden er hier niet minder dan 660.000 mensen extra aan de slag moeten. Niettegenstaande er 200.000 vacatures open staan, en nagenoeg elke job al opgewaardeerd is tot een van de 207 knelpuntberoepen, stonden er volgens de RVA op 1 oktober 2021 niet minder dan 160.660 langdurige werkzoekende werklozen aan de “dop”, dit zijn lui die al langer dan twee jaar van een uitkering genieten.

Vermits, volgens Eurostat, één op de drie Walen tussen de 20 en 64 jaar niet aan het werk is, zou men hen al kunnen verplichten om over de taalgrens te springen, want er werken in Zuid-West-Vlaanderen meer Fransen in onze bedrijven dan Walen, en de Brusselse Ring is blijkbaar ook een niet te nemen hindernis om in Vlaams-Brabant aan de slag te gaan. Het omgekeerde gebeurt echter. In 2008 werkten er nog 68.644 Walen in Vlaanderen, en in 2019 was dat verminderd tot 56.092. Liever werkloos in het Zuiden dan werken in het Noorden.

Werkgevers trekken niet meer naar de arbeidsrechtbanken, het zijn eerder syndicale loges en ‘aan vakbonden vragen om werklozen aan werk te helpen is net hetzelfde als aan groene jongens of meisjes vragen om bossen te verkavelen’, schrijft professor Rudy Aernoudt in zijn boek Coronavirus: elektroshock voor België. ‘Ze leren aan hun kameraden hoe zij alles in het werk moeten stellen om aan eventuele sancties te ontsnappen, in plaats van hoe zij via arbeid een volwaardige plaats in de maatschappij kunnen veroveren.’ Werklozensteun is hun handelsfonds. Ze krijgen immers een percentage op de werklozenuitkeringen. PS-Minister Dermagne gaf hen vorige maand nog 7,6 miljoen euro extra terwijl ze in 2020 al 172 miljoen incasseerden, en de Hulpkas 42 miljoen. Geen wonder als je weet dat twee op de drie stemmers voor de Parti Socialiste werklozen zijn. In plaats van de vakbonden te financieren op basis van het aantal werklozen, zou hun dotatie positief gecorreleerd moeten worden met de arbeidsparticipatie, zodat ze terug opkomen voor het proletariaat in plaats van het profitariaat.

Eén van de redenen waarom velen het vangnet van ons solidariteitssysteem blijven misbruiken en weigeren uit hun hangmat te komen, is al decennialang de werkloosheidsval. Het financieel voordeel van werken blijft volgens het recent rapport van de Nationale Bank te gering. De stijging van het netto-inkomen op jaarbasis bij het aanvaarden van een baan na één jaar werkloos te zijn bedraagt nauwelijks 15%, en wordt dan nog tenietgedaan door allerhande sociale tegemoetkomingen voor de niet-actieven. De helft van onze werklozen heeft dan ook al meer dan een jaar geen baan meer. Dat is 20% boven het OESO-gemiddelde. De uitkeringen zijn niet te hoog, maar het verschil tussen de bruto- en de nettosalarissen wel. Trek daarom de belastingvrije som op tot 15.000 euro en arbeid loont en adelt terug. Doen!

Laat ons als laatste EU-land de werkloosheidsuitkeringen nu eindelijk eens beperken in de tijd volgens het principe van de door links bewonderde econoom John Maynard Keynes, namelijk: tot de tijd die mensen, die worden ontslagen, nodig hebben om te herscholen of een andere job te vinden. We kunnen dit doen zoals het door Wallonië zo bewonderde Frankrijk waar de werkloosheidsuitkeringen beperkt zijn tot maximum twee jaar. Wil Vlaanderen haar welvaartspeil blijven behouden, dan moet ze eigenlijk van Wallonië scheiden, desnoods enkel van tafel en bed met elk haar eigen portemonnee. Je kunt wel iemand in je wiel laten rijden, desnoods nog een tijdje aan je truitje laten hangen, maar als men je constant in de gracht probeert te rijden, is het tijd dat je van koers verandert.

Medestanders kunnen altijd meepedaleren, ook na 17 uur, ik ben nog niet gedeconnecteerd.

Partner Content