Opinie

Els Van Hoof (CD&V)

‘Wie zijn mond vol heeft van westerse waarden, moet die ook uitdragen’

Els Van Hoof (CD&V) Kamerlid voor CD&V

‘Er wordt vaak lacherig gedaan over de inzet van Belgische politici voor mensenrechten. Toch heeft het parlement een cruciale missie in deze internationale strijd’, zegt Els Van Hoof (CD&V), voorzitster van de commissie Buitenlandse Zaken.

Wie zich in het parlement uitspreekt over mensenrechten, wordt vaak afgedaan als naïeve wereldverbeteraar. Parlementairen zouden vanuit hun ivoren toren vage VN-teksten opdreunen, die niets met de realiteit te maken hebben. Hun verheven discours zou daarbij niet het minste effect sorteren. Na de Afghanistan-crisis stelden analisten zich zelfs de vraag of westerse landen zich nog moeten bezighouden met mensenrechten in verre landen. Zijn mensenrechten een niche geworden? Zijn inspanningen voor mensenrechten futiele oefeningen in verontwaardiging?

Mensenrechten zijn geen ver-van-ons-bed-show. Beeld u zich even in: u wordt van vandaag op morgen tegen uw wil en zonder dat u het beseft op een vliegtuig naar Rwanda gezet. U wordt daar gevangengenomen en krijgt wekenlang geen toegang tot een advocaat. Als u toch een advocaat krijgt, worden alle documenten die hij met u deelt afgenomen en ingelezen. Daarna staat u terecht in een proces waarvan de uitkomst al vast staat.

Wie zijn mond vol heeft van westerse waarden, moet die ook uitdragen.

Ondenkbaar? Toch is dat exact wat Belgisch staatsburger Paul Rusesabagina, beter bekend als de oorlogsheld wiens verhaal verfilmd werd in ‘Hotel Rwanda’, overkomen is. Paul Rusesabagina is niet de enige. VUB-professor Djalali zit tot op vandaag vast in een Iraanse cel. De Chinese tennisspeelster Peng Shuai verdween na haar kritiek op het misbruik van oud-premier Zhang Gaoli van de aardbodem.

Is de inzet voor mensenrechten louter theoretisch, futiel tijdverdrijf? Verre van. De schending van mensenrechten is een keiharde, wereldwijde realiteit. Wat onze waarden en vrijheden betreft – het recht op eerlijk proces, persvrijheid, godsdienstvrijheid, non-discriminatie, het recht op vereniging – kunnen we geen laksheid tolereren. De responsibility to protect is een collectieve verantwoordelijkheid van de volledige internationale gemeenschap, en dus ook van dit parlement, waar we niet licht over kunnen gaan/die we hoog in het vaandel blijven dragen

Dat heeft de Kamercommissie Buitenlandse Zaken deze legislatuur ook al meermaals gedaan. Ik trok mee aan de kar voor de rechten van Rusesabagina, Djalali, vrouwenrechten in Afghanistan, Oeigoeren en Jezidi’s. Die erkennen het leed van de slachtoffers door de schendingen te veroordelen. Tegelijk vragen deze resoluties ook herstel voor slachtoffers en bestraffing van daders.

Het parlement heeft een belangrijke soft power. Het kan zich forser uitspreken dan de regering. Die is sterker gebonden aan de diplomatieke relaties en kan door zich uit te spreken een kettingreactie in gang zetten.

Toegegeven, China, Iran of Rusland zullen niet prompt, bibberend en bevend hun politieke gevangenen vrijlaten op vraag van de Kamer van volksvertegenwoordigers. Toch blijkt steeds opnieuw, en onmiskenbaar: het signaal wordt gehoord.

Toen we onlangs in het parlement de wandaden van China tegen de Oeigoeren veroordeelden, reageerde China als door een wesp gestoken. Het parlement moest deze ‘fout’ onmiddellijk rechtzetten, of er zouden represailles volgen. Rwanda en Saoedi-Arabië zetten zelfs spionagesoftware in om politici, ook in ons land, te bespioneren. Als politica die zich uitspreekt over mensenrechten zijn pogingen tot intimidatie en spionage ook mij niet vreemd. Waarom reageren deze landen zo hevig op het parlement in het kleine België?

Simpel: omdat ze bang zijn. Bang over hun imago, maar vooral bang voor opposanten die zich verzetten. Precies voor deze mensen moeten we de druk op regimes hoog houden, zodat zij die zich verzetten, zich gesterkt voelen. Als opposanten zich onder hoge druk toch blijven uitspreken, hoe kunnen wij dan als volksvertegenwoordigers zwijgen? De intimidatiepogingen tonen dat we drukken waar het pijn doet, en dat de inzet niet vergeefs is. We duwen waar het pijn doet.

Meer dan ooit moet België zichzelf profileren als een beschermer en pleitbezorger van mensenrechten en fundamentele vrijheden. Die verdediging moet een transversale strategie zijn in ons buitenlands beleid die alle andere belangen overstijgt. Wie zijn mond vol heeft van westerse waarden, moet die ook uitdragen. Omdat respect voor mensenrechten de zuurstof van onze welvaart is. Omdat het een fundamentele menselijke waarde is om een ander te beschermen.

Partner Content