Dat melden wetenschappers in het vakblad Journal of Vertebrate Paleontology.

Het dier leefde in Eurazië, Noord-Amerika en delen van Afrika en de Arabische wereld. De 'Simbakubwa kutokaafrika' - wat 'grote leeuw uit Afrika' betekent in het swahili - moet in staat geweest zijn om dieren ter grootte van een olifant en nijlpaard aan te vallen.

'Met zijn enorme tanden, was Simbakubwa een hypercarnivoor', zegt wetenschapper Matthew Borths van de universiteit Ohio, een van de voornaamste medewerkers aan het onderzoek. 'Met zijn hoektanden kon hij het vlees verscheuren en zijn kiezen stelden hem in staat om botten te breken.'

Het zoogdier kon geïdentificeerd worden aan de hand van botdeeltjes en een onvolledige onderkaak. De resten werden decennia geleden al in het westen van Kenia opgegraven, maar lange tijd werd aangenomen dat ze toebehoorden aan een kleinere soort. Uit het verdere onderzoek van het Nationaal Museum in Nairobi blijkt dat het wel degelijk om een nog niet bekende diersoort gaat.

Ondanks de vergelijking met een leeuw is de Simbakubwa geen katachtige, maar behoort het dier tot het uitgestorven geslacht van Hyaenodonta.