Toen wetenschappers op 14 september 2020 in het vakblad Nature Astronomy een artikel publiceerden waarin ze de vondst van de chemische stof fosfine in de wolken van de planeet Venus beschreven, was dat wereldnieuws. Fosfine is een voor mensen erg giftige stof - ze werd in de Eerste Wereldoorlog als chemisch wapen ingezet. Maar ze kan geproduceerd worden door bacteriën die leven in zuurstofloze omstandigheden. Op de aarde is dat de belangrijkste niet-menselijke bron. Omdat de onderzoekers geen andere voor de hand liggende productiemethode op Venus konden vinden, opperden ze de mogelijkheid van leven in de wolken van de planeet.
...

Toen wetenschappers op 14 september 2020 in het vakblad Nature Astronomy een artikel publiceerden waarin ze de vondst van de chemische stof fosfine in de wolken van de planeet Venus beschreven, was dat wereldnieuws. Fosfine is een voor mensen erg giftige stof - ze werd in de Eerste Wereldoorlog als chemisch wapen ingezet. Maar ze kan geproduceerd worden door bacteriën die leven in zuurstofloze omstandigheden. Op de aarde is dat de belangrijkste niet-menselijke bron. Omdat de onderzoekers geen andere voor de hand liggende productiemethode op Venus konden vinden, opperden ze de mogelijkheid van leven in de wolken van de planeet. Ooit leefde het idee dat Venus eruitzag als de aarde. Beide planeten hebben een aantal eigenschappen gemeen. Ze liggen in wat als de 'leefbare zone' rond de zon wordt beschouwd. Ze zijn ongeveer even groot en zwaar, en hebben een vrij dunne atmosfeer met zichtbare weersverschijnselen. Het belangrijkste punt van verschil is uiteraard dat Venus een stuk dichter bij de zon ligt en dus meer warmte te verwerken krijgt. Daar werd aanvankelijk nogal licht overheen gegaan.Toen in de loop van de jaren 1960 de eerste ruimtesondes naar Venus werden gestuurd, kwam de ontnuchtering. De planeet is een echte hel, met temperaturen die oplopen tot 460 graden Celsius. Daar kun je lood mee smelten. Het bleef wel heel moeilijk om ze vanuit de ruimte te observeren, want ze heeft een permanent wolkendek dat meer dan honderd kilometer dik kan zijn. In de jaren 1970 en 19080 konden verschillende Russische en Amerikaanse tuigen op Venus landen. Ze schetsten het beeld van een water- en levenloze planeet zonder het geringste spoor van zuurstof in haar dikke koolstofwolken. Toch bleef het idee circuleren dat er ooit water op Venus was geweest. Het zou na verloop van tijd verdwenen zijn: omgezet in stoom door de hete temperaturen en vervolgens afgebroken door ultravioletstralen uit de ruimte. De wetenschappelijke droom van water op Venus voedde de hoop op levenssporen. Volgens sommigen zou er op Venus zelfs eerder leven zijn geweest dan op de aarde. Maar de fosfinepublicatie van vorig jaar kwam onder vuur te liggen, niet het minst omdat de auteurs zelf moesten toegeven dat er fouten waren geslopen in de interpretatie van cruciale ruimtetelescoopgegevens. Op 16 juli 2021 publiceerde een andere groep wetenschappers, ook in Nature Astronomy, een analyse van dezelfde gegevens met als conclusie dat ze geen aanwijzingen voor fosfine in de wolken van Venus bevatten. Dat hád kunnen impliceren dat we terug naar af zijn in de discussie over sporen van leven op Venus. En toch wordt het debat vinniger dan ooit gevoerd. In 2014 maakten wetenschappers in The Astrophysical Journal Letters een belangrijk nieuw inzicht bekend. Ze bouwden voort op een ander groot verschil tussen Venus en de aarde: de planeet draait uitzonderlijk traag om haar as. Een dag op Venus duurt even lang als 243 dagen op de aarde. Als gevolg van de trage beweging moet de planeet ononderbroken enorm harde winden kennen, eindeloos veel heviger dan de hevigste stormen op aarde. In een waterige atmosfeer zouden ze kunnen leiden tot een wolkendek met de af-metingen van wat op Venus wordt waargenomen. Onderzoekers kwamen tot de conclusie dat het water op Venus niet snel na het verschijnen verdampte, maar miljarden jaren aanwezig bleef. Het dikke wolkendek zou een deel van de hitte van de zon van de planeet afschermen. Venus zou dus miljarden jaren een planeet met water én een gematigd klimaat geweest kunnen zijn. De voorbije zomer verscheen in Nature Astronomy dan weer een studie die concludeerde dat er tegenwoordig in de wolken van Venus zo goed als geen water meer aanwezig is, vooral als gevolg van het zwavelzuur dat er circuleert. Er zou honderd keer minder water zijn dan de minst waterbehoevende organismen op de aarde nodig hebben. Maar misschien zijn er op Venus wel microben die aangepast zijn aan de plaatselijke omstandigheden. Het is moeilijk zoeken naar levensvormen die geen enkele band hebben met wat we op aarde kennen. Zo houden wetenschappers de hoop op leven op onze buurplaneet intact. Het gaat dan natuurlijk niet om een zoektocht naar relicten van beenderen of veren, maar om sporen van kenmerken die geen andere verklaring kunnen hebben dan productie door een levend wezen. Er wordt ook ijverig gezocht naar alternatieve verklaringen voor de eventuele aanwezigheid van fosfine. In Proceedings of the National Academy of Sciences verdedigden wetenschappers de optie dat het een vulkanische oorsprong zou kunnen hebben. Helaas maakt het dikke wolkendek het onmogelijk om te zien of er veel vulkanen op Venus zijn. Sommige wetenschappers opperden de mogelijkheid dat de stof het resultaat is van een productieproces dat we nog niet kennen. Zo kun je natuurlijk alle kanten op, maar het is zeker niet uitgesloten. In New Scientist legden onder meer Nederlandse wetenschappers uit dat in de periode van het ontstaan van Venus de zon een derde minder sterk scheen dan nu, waardoor het op de planeet toen een stuk minder heet zou zijn geweest. Dat betekent opnieuw meer kansen op historisch leven. Toch presenteerden ze ook een model waarin, als gevolg van een sterk broeikaseffect, er al na minder dan een miljard jaar geen water en dus geen leven meer mogelijk zou zijn geweest. Een nog recenter model, gepubliceerd in Nature, sluit de mogelijkheid uit dat er ooit een oceaan op Venus was. Het concludeert ook dat het dikke wolkendek niet als een schild tegen zonnestralen zou fungeren, maar als een versterker van een broeikaseffect, zoals bij ons het geval is. Aan speculatie geen gebrek in het wetenschappelijke verhaal over Venus. Dat wordt ten voeten uit geïllustreerd door een reeks artikels in het laatste nummer van het vakblad Astrobiology, waarin nogmaals de mogelijkheid van levensdragende zones in het wolkendek van de planeet geëxploreerd wordt. De belangrijkste conclusie is: verklaringen vinden voor de weinige betrouwbare observaties van de planeet is vergelijkbaar met 'een puzzel leggen zonder te weten hoe hij eruit moet zien'. Vanwaar dan toch zo veel inspanningen? De Amerikaanse, de Europese én de Russische ruimtevaartorganisaties hebben beslist om tegen 2030 nieuwe sondes naar Venus te sturen. Ze zullen cruciale metingen kunnen doen om enkele hete hangijzers, zoals de aanwezigheid van fosfine, aan te pakken. Voor wetenschappers zijn de huidige publicaties alvast geen verloren tijd. Met de metingen zullen ze hopelijk kunnen nagaan in welke mate hun simulaties betrouwbare informatie opleveren. Dat kan nuttig zijn voor de exploratie van andere planeten waar we minder makkelijk sondes naartoe kunnen sturen.