Het verschil tussen mens en olifant is interessant omdat olifanten normaal gezien net meer kanker zouden moeten krijgen dan de mens. Olifanten hebben namelijk 100 keer meer cellen dan de mens en ze leven ook nog eens veel langer. Dat geeft heel wat cellen de mogelijkheid om bij celdeling te muteren en kwaadaardig te worden. Toch zijn olifanten op een of andere manier beschermd tegen de ziekte.
...

Het verschil tussen mens en olifant is interessant omdat olifanten normaal gezien net meer kanker zouden moeten krijgen dan de mens. Olifanten hebben namelijk 100 keer meer cellen dan de mens en ze leven ook nog eens veel langer. Dat geeft heel wat cellen de mogelijkheid om bij celdeling te muteren en kwaadaardig te worden. Toch zijn olifanten op een of andere manier beschermd tegen de ziekte.Wetenschappers zoeken al decennialang naar een antwoord op de vraag waarom olifanten en grote zoogdieren in het algemeen minder het slachtoffer worden van kanker dan kleine zoogdieren. Uit een studie, gepubliceerd in het Journal of the American Medical Association, blijkt nu dat Afrikaanse olifanten 20 kopieën hebben van een gen met de naam TP53 of ook 'de hoeder van het genoom' genoemd. Dit gen bezit de kwaliteiten om een proteïne te creëren die tumoren kan onderdrukken. De mens heeft slechts één kopie van dit gen. Om te zien of de genen de olifanten effectief helpen in de strijd tegen kanker, verzamelden de onderzoekers witte bloedcellen van olifanten en mensen. Vervolgens stelden ze die cellen bloot aan straling die het DNA beschadigt. De onderzoekers verwachtten dat de olifantencellen met al die extra kankerbeschermende TP53-genen zichzelf sneller zouden herstellen dan de menselijke cellen, maar dat bleek niet zo te zijn. De olifantencellen bleken net veel sneller te sterven dan de menselijke cellen. Maar dat klinkt negatiever dan dat het is. Een deel van de strategie van de TP53 is immers om de beschadigde cel zelfmoord te laten plegen zodat ze geen schadelijke mutaties meer kan doorgeven. Een dode cel kan dus geen kankercel meer worden. De nieuwe inzichten tonen aan dat de natuur zelf al een middel gevonden heeft om kanker te bestrijden. Wetenschappers hopen dan ook deze strategie te kunnen inzetten bij de mens. Hoewel olifanten dus heel wat kunnen bijdragen aan de mens, is hun eigen voortbestaan echter steeds onzekerder.Zo blijkt uit een rapport uit 2016 van de Internationale Unie voor Natuurbescherming (IUCN) dat Afrika nu ongeveer 415.000 olifanten telt. Dat zijn er 111.000 minder dan bij de laatste grote telling tien jaar geleden. Het gaat om het grootste verlies in 25 jaar. Toenemende stroperij is de belangrijkste oorzaak.'De stroperij voor ivoor is vooral rond 2006 toegenomen, de grootste toename sinds de jaren 1970 en 1980', stelt het rapport. 'Vooral de verliezen in Tanzania zijn verantwoordelijk voor het grote verlies.' Een ander gevaar is de snelle bevolkingsgroei in Afrika. Daardoor wordt het leefgebied van de olifant almaar kleiner.In Oost-Afrika, waar 20 procent van het totale aantal Afrikaanse olifanten leeft, is de olifantenpopulatie bijna gehalveerd in tien jaar. Dat is vooral het gevolg van stroperij in Tanzania, waar het aantal olifanten met meer dan 60 procent daalde.De meeste olifanten - meer dan 70 procent van het totale aantal - komen voor in zuidelijk Afrika. Daar slaat de stroperij minder hard toe, maar ook daar stijgt de dreiging, waarschuwt de IUCN. Ze ziet het aantal olifanten achteruitgaan in Mozambique en delen van Zimbabwe.