Normaal wordt de straal van een atoom kleiner als je er neutronen (de niet-geladen atoomdeeltjes, naast de positieve protonen en de negatieve elektronen) uit wegneemt. Maar bij bepaalde vormen van kwik gebeurt het omgekeerde: een lager aantal neutronen resulteert in een grotere straal.
...

Normaal wordt de straal van een atoom kleiner als je er neutronen (de niet-geladen atoomdeeltjes, naast de positieve protonen en de negatieve elektronen) uit wegneemt. Maar bij bepaalde vormen van kwik gebeurt het omgekeerde: een lager aantal neutronen resulteert in een grotere straal. In Nature Physics schrijven wetenschappers uit het team van kernfysicus Piet Van Duppen (KU Leuven) dat het om een intermediaire toestand gaat: als je nog meer neutronen wegneemt, wordt de straal weer kleiner. Ingewikkelde experimenten in CERN, het Europese onderzoeksinstituut voor deeltjesfysica, en nog ingewikkelder berekeningen waren nodig om aan te tonen dat de kortstondige afwijking een gevolg is van specifieke kwantumtoestanden waarin de protonen en neutronen zich manifesteren. Of hoe er een verschil in effect kan zijn tussen het individuele gedrag van atoomdeeltjes en hun collectieve gedrag. In CERN zijn er ook voor het eerst sporen gevonden van de afbraak van het higgsboson, het elementaire deeltje dat andere deeltjes hun massa geeft, in een zogenoemde bottomquark. Fysicus Hugo Delannoy (ULB) maakt deel uit van de grote groep die het proces beschrijft in Physical Review Letters. Zo krijgt dat quarkdeeltje zijn massa. Het resultaat was voorspeld en spoort met het standaardmodel van de natuurkunde. De zoektocht heeft wel zes jaar in beslag genomen.