Herken je de situatie waarbij je plots denkt dat een stapel kleren op een stoel een persoon is? Of raak je gemakkelijk in de war wanneer er te veel tegelijkertijd gebeurt? Of begrijp je niet hoe sommige mensen genieten van het proeven van onbekend eten? Misschien heb je wel vaker de drang om iets te breken?

Dit zijn kenmerken die vallen onder de noemer 'schizotypie'. Dat doet niet voor niets denken aan schizofrenie, maar is niet hetzelfde. Schizotypie is een verzameling kenmerken die qua inhoud vergelijkbaar zijn met psychotische stoornissen, maar waarvan de aanwezigheid minder uitgesproken is.

Antwoordde je positief op de voorbeelden hierboven? Geen paniek! Studies tonen dat deze 'psychotisch-achtige' ervaringen, zoals illusies of hallucinaties, maar ook ongeorganiseerde gedachten, een gebrek aan plezier of een gebrek aan zelfcontrole zich voordoen in gradaties. Bij sommige mensen zijn ze niet problematisch terwijl dezelfde fenomenen bij andere mensen zeer ingrijpend zijn.

Deze ervaringen komen zeker ook niet enkel voor bij mensen met een psychiatrische diagnose. Integendeel, sommige studies suggereren dat ongeveer een vijfde van de populatie ooit al eens iets gelijkaardigs meemaakte.

Moeite met herkennen van gezichtsuitdrukkingen

Eerder onderzoek suggereert dat personen met schizotypische kenmerken een verschillende emotieverwerking hebben. Ze evalueren emotionele uitingen doorgaans negatiever. Zo zouden ze bijvoorbeeld vaker negatieve emoties herkennen in gezichten die een positieve gezichtsuitdrukking vertonen en interpreteren ze gezichten met neutrale gezichtsuitdrukkingen vaker als walging.

Beeld je het volgende in. Je zit op de trein. De persoon die voor je zit, is aan het wegdromen, denkend aan alles en niets, en toont hierbij geen emotie. Indien je neutrale gezichten als negatief zou ervaren, wordt de wereld plots een meer bedreigende plaats. Medepassagiers op de trein, onbekenden die passeren in de winkelstraat, de mensen die bij je in de rij staan te wachten... allemaal lijken ze je af te wijzen.

Dat heeft uiteraard gevolgen op sociaal vlak. Mensen met meer schizotypische kenmerken zouden meer sociale angst ervaren en moeilijker banden scheppen met anderen - ook hun huwelijkscijfers zijn verlaagd. Bovendien zouden deze moeilijkheden in het herkennen van gezichtsuitdrukkingen tot misverstanden rond de intenties van anderen kunnen leiden. Sociale situaties worden moelijker te begrijpen en het gedrag van anderen moeilijker te voorspellen.

Waarom verschilt de gezichtsperceptie bij mensen met schizotypie?

We kunnen tot op de dag van vandaag nog niet met zekerheid zeggen waarom deze 'psychotisch-achtige' ervaringen zich voordoen. Eén hypothese is dat dit samenhangt met een bepaalde chemische stof in de hersenen, namelijk noradrenaline. Een teveel aan deze stof in bepaalde hersendelen zou mogelijks deel van de oorzaak zijn voor deze ervaringen. Bovendien zou noradrenaline ook een rol spelen in het verwerken van emoties.

Om dit te onderzoeken toonde studente klinische psychologie, Nora Tuts, aan proefpersonen, waarvan ze op basis van een vragenlijst (sO-LIFE) de schizotypische kenmerken bepaalde, gezichten op een computerscherm, waarna ze hen vroeg om op een schaal aan te duiden hoe negatief of positief de deelnemers het gezicht vonden. De gezichten werden opgebouwd uit een samenstelling van een neutraal en een emotioneel gezicht. Door deze op verschillende manieren te combineren, ontstond er een brede waaier aan gezichtsuitdrukkingen met diverse emotionele intensiteiten. Tegelijkertijd bekeek de onderzoekster de reacties van hun oogpupillen. Dit omdat de grootte van de oogpupillen, en de veranderingen hierin, geassocieerd zijn met de hoeveelheid noradrenaline in de hersenen.

Vooral hoogscoorders op een specifieke dimensie van schizotypie, 'impulsieve nonconformiteit', neigden naar een meer negatieve beoordeling van gezichtsuitdrukkingen. Vooral wanneer ze gezichten te zien kregen die negatieve emoties vertoonden. Deze dimensie van schizotypie belicht de meer asociale en bizarre kenmerken, die vaak te maken hebben met een gebrek aan zelfcontrole. Ook andere subdimensies, die de illusies en gebrek aan plezier beschrijven, toonden een gelijkaardig patroon maar leverden minder eenduidige resultaten.

De bevindingen konden de noradrenaline-hypothese van schizotypie echter niet onderbouwen, hoewel de betrokkenheid van noradrenaline in de verwerking van emoties wel werd vastgesteld. De pupilreacties verschilden niet op basis van de hoeveelheid schizotypische kenmerken, maar verschilden wel tussen meer en minder emotionele gezichtsuitdrukkingen. Dit verdient een kanttekening, want het meten van de oogpupillen was niet altijd even evident - als je je bedenkt dat er op alle momenten waarop er geknipperd wordt data verloren gaat, kan je je voorstellen dat het analyseren van deze gegevens ingewikkeld wordt.

Conclusie: schizotypische emotieperceptie houdt inderdaad een negatievere blik in. Dat dit effect groter zou zijn voor de zuiver neutrale gezichtsuitdrukkingen vond Nora Tuts niet terug, wél dat gezichten van lagere intensiteiten moeilijker waren voor deze groep. Ook de gezichten die verrassing vertonen, waren moeilijker te interpreteren, aangezien verrassing zowel als positief als negatief kan worden gezien.

De bevindingen zijn een eerste indicatie van een mogelijke relatie tussen schizotypie, noradrenaline en emotieverwerking, die in verder onderzoek uitgewerkt kan worden. 'Belangrijk is dat we niet enkel behoedzaam moeten zijn voor de effecten van hevige emotionele situaties maar evenzeer voor de minder opvallende, meer subtiele emotionele signalen die dagelijks een negatieve invloed kunnen hebben', aldus Tuts.

Nora Tuts won met haar onderzoek de Mensenkennis Trofee van de Gentse Alumni Psychologie voor beste vertaling van een masterproef in de Psychologie naar een populairwetenschappelijk artikel.

Herken je de situatie waarbij je plots denkt dat een stapel kleren op een stoel een persoon is? Of raak je gemakkelijk in de war wanneer er te veel tegelijkertijd gebeurt? Of begrijp je niet hoe sommige mensen genieten van het proeven van onbekend eten? Misschien heb je wel vaker de drang om iets te breken?Dit zijn kenmerken die vallen onder de noemer 'schizotypie'. Dat doet niet voor niets denken aan schizofrenie, maar is niet hetzelfde. Schizotypie is een verzameling kenmerken die qua inhoud vergelijkbaar zijn met psychotische stoornissen, maar waarvan de aanwezigheid minder uitgesproken is. Antwoordde je positief op de voorbeelden hierboven? Geen paniek! Studies tonen dat deze 'psychotisch-achtige' ervaringen, zoals illusies of hallucinaties, maar ook ongeorganiseerde gedachten, een gebrek aan plezier of een gebrek aan zelfcontrole zich voordoen in gradaties. Bij sommige mensen zijn ze niet problematisch terwijl dezelfde fenomenen bij andere mensen zeer ingrijpend zijn. Deze ervaringen komen zeker ook niet enkel voor bij mensen met een psychiatrische diagnose. Integendeel, sommige studies suggereren dat ongeveer een vijfde van de populatie ooit al eens iets gelijkaardigs meemaakte. Eerder onderzoek suggereert dat personen met schizotypische kenmerken een verschillende emotieverwerking hebben. Ze evalueren emotionele uitingen doorgaans negatiever. Zo zouden ze bijvoorbeeld vaker negatieve emoties herkennen in gezichten die een positieve gezichtsuitdrukking vertonen en interpreteren ze gezichten met neutrale gezichtsuitdrukkingen vaker als walging. Beeld je het volgende in. Je zit op de trein. De persoon die voor je zit, is aan het wegdromen, denkend aan alles en niets, en toont hierbij geen emotie. Indien je neutrale gezichten als negatief zou ervaren, wordt de wereld plots een meer bedreigende plaats. Medepassagiers op de trein, onbekenden die passeren in de winkelstraat, de mensen die bij je in de rij staan te wachten... allemaal lijken ze je af te wijzen. Dat heeft uiteraard gevolgen op sociaal vlak. Mensen met meer schizotypische kenmerken zouden meer sociale angst ervaren en moeilijker banden scheppen met anderen - ook hun huwelijkscijfers zijn verlaagd. Bovendien zouden deze moeilijkheden in het herkennen van gezichtsuitdrukkingen tot misverstanden rond de intenties van anderen kunnen leiden. Sociale situaties worden moelijker te begrijpen en het gedrag van anderen moeilijker te voorspellen. We kunnen tot op de dag van vandaag nog niet met zekerheid zeggen waarom deze 'psychotisch-achtige' ervaringen zich voordoen. Eén hypothese is dat dit samenhangt met een bepaalde chemische stof in de hersenen, namelijk noradrenaline. Een teveel aan deze stof in bepaalde hersendelen zou mogelijks deel van de oorzaak zijn voor deze ervaringen. Bovendien zou noradrenaline ook een rol spelen in het verwerken van emoties. Om dit te onderzoeken toonde studente klinische psychologie, Nora Tuts, aan proefpersonen, waarvan ze op basis van een vragenlijst (sO-LIFE) de schizotypische kenmerken bepaalde, gezichten op een computerscherm, waarna ze hen vroeg om op een schaal aan te duiden hoe negatief of positief de deelnemers het gezicht vonden. De gezichten werden opgebouwd uit een samenstelling van een neutraal en een emotioneel gezicht. Door deze op verschillende manieren te combineren, ontstond er een brede waaier aan gezichtsuitdrukkingen met diverse emotionele intensiteiten. Tegelijkertijd bekeek de onderzoekster de reacties van hun oogpupillen. Dit omdat de grootte van de oogpupillen, en de veranderingen hierin, geassocieerd zijn met de hoeveelheid noradrenaline in de hersenen. Vooral hoogscoorders op een specifieke dimensie van schizotypie, 'impulsieve nonconformiteit', neigden naar een meer negatieve beoordeling van gezichtsuitdrukkingen. Vooral wanneer ze gezichten te zien kregen die negatieve emoties vertoonden. Deze dimensie van schizotypie belicht de meer asociale en bizarre kenmerken, die vaak te maken hebben met een gebrek aan zelfcontrole. Ook andere subdimensies, die de illusies en gebrek aan plezier beschrijven, toonden een gelijkaardig patroon maar leverden minder eenduidige resultaten. De bevindingen konden de noradrenaline-hypothese van schizotypie echter niet onderbouwen, hoewel de betrokkenheid van noradrenaline in de verwerking van emoties wel werd vastgesteld. De pupilreacties verschilden niet op basis van de hoeveelheid schizotypische kenmerken, maar verschilden wel tussen meer en minder emotionele gezichtsuitdrukkingen. Dit verdient een kanttekening, want het meten van de oogpupillen was niet altijd even evident - als je je bedenkt dat er op alle momenten waarop er geknipperd wordt data verloren gaat, kan je je voorstellen dat het analyseren van deze gegevens ingewikkeld wordt. Conclusie: schizotypische emotieperceptie houdt inderdaad een negatievere blik in. Dat dit effect groter zou zijn voor de zuiver neutrale gezichtsuitdrukkingen vond Nora Tuts niet terug, wél dat gezichten van lagere intensiteiten moeilijker waren voor deze groep. Ook de gezichten die verrassing vertonen, waren moeilijker te interpreteren, aangezien verrassing zowel als positief als negatief kan worden gezien.De bevindingen zijn een eerste indicatie van een mogelijke relatie tussen schizotypie, noradrenaline en emotieverwerking, die in verder onderzoek uitgewerkt kan worden. 'Belangrijk is dat we niet enkel behoedzaam moeten zijn voor de effecten van hevige emotionele situaties maar evenzeer voor de minder opvallende, meer subtiele emotionele signalen die dagelijks een negatieve invloed kunnen hebben', aldus Tuts.Nora Tuts won met haar onderzoek de Mensenkennis Trofee van de Gentse Alumni Psychologie voor beste vertaling van een masterproef in de Psychologie naar een populairwetenschappelijk artikel.