In de vroege uurtjes van 13 december 2015 liep Christiana Figueres een bar in Parijs binnen en daalde ze de trap af naar de dansvloer. Het gejuich was er oorverdovend.

Klimaatactivisten, onderhandelaars en journalisten konden stoom afblazen: veertien dagen van intens overleg had eindelijk geleid tot een internationaal klimaatpact.

Figueres, de Costa Ricaanse diplomaat die op dat moment het VN-klimaatorgaan leidde, werd onthaald als een heldin. Mensen vielen elkaar in de armen en de Queen-hymne We are the champions werd aangeheven.

Maar in de vijf jaar daarop leken die zelfverklaarde klimaatkampioenen lang niet altijd aan de winnende hand. Nu, net voor de verjaardag van het Klimaatakkoord zaterdag, lijkt er een gevoel van hernieuwde hoop in het multilateralisme om de kloof tussen ambitie en actie te dichten.

Een overzicht van vijf belangrijke verwezenlijkingen van het Klimaatakkoord, en vijf doelstellingen waar nog veel werk te verzetten is.

1) Politiek veerkrachtig

Het lijdt geen twijfel dat de terugtrekking van de VS uit het Klimaatverdrag van Parijs door president Donald Trump een klap was: de op één na hoogste klimaatvervuiler ter wereld zou zich tijdens zijn ambtstermijn aan zijn verplichtingen onttrekken. Dat gaf andere landen een alibi om precies hetzelfde te doen.

Maar de beslissing leidde toch niet tot een uittocht van gelijkgestemde nationalistische leiders. Zelfs Jair Bolsonaro, die de ontbossing in eigen land aanjoeg, werd overgehaald om in het pact te blijven. De VS bleven alleen - en ze zullen zich opnieuw aansluiten onder de verkozen president Joe Biden.

De structuur van vrijwillige nationale bijdragen en een gemeenschappelijk verantwoordingskader, inclusief het "ratelprincipe" om de vijf jaar, werkt min of meer zoals bedoeld.

Tegelijkertijd had het Franse voorzitterschap van de Klimaattop in 2015 veel werk gemaakt van contacten met de industrie en subnationale overheden. Die konden in de voorbije jaren vaak het gebrek aan actie door nationale overheden compenseren.

2) Opwarming van 1,5 graden

Een van de grootste verrassingen van Parijs was de opname van 1,5 graden Celsius als ambitieuze limiet voor de wereldwijde temperatuurstijging.

Die doelstelling werd al lang geëist door de meest kwetsbare eilandstaten, omdat het essentieel is voor hun overleven. Maar ze was lang weggezet als onhaalbaar door grotere mogendheden: 2 graden Celsius was het gematigde, redelijke doel.

Het Wetenschappelijke VN-Klimaatpanel (IPCC) werd gevraagd om een een speciaal rapport op te stellen over de wetenschap van 1,5 graden. Het werd in 2018 gepubliceerd en benadrukte het verschil dat die halve graad zou maken voor miljoenen levens.

De officiële erkenning maakte de ambitieuze doelstelling niet makkelijker bereikbaar. Wel nieuw is dat voorstanders van 1,5 graden niet langer de haalbaarheid ervan moeten verdedigen. Het zijn nu de voorstanders van 2 graden die het opofferen van kwetsbare gemeenschappen moeten goedpraten.

3) Nuluitstoot is 'trending'

"Netto nuluitstoot" is hard op weg hét begrip van 2020 te worden: onder meer China, Japan en Zuid-Korea hebben zich bij de EU en Groot-Brittannië gevoegd met doelstellingen om hun uitstoot netto tot nul te herleiden.

Ook die trend heeft zijn wortels in het Akkoord van Parijs. Nuluitstoot kreeg in 2015 weliswaar een pak minder aandacht dan het temperatuurdoel - ook door de omfloerste omschrijving - maar de ondertekenaars waren het erover eens om uiteindelijk voor CO2-neutraal te gaan. Het akkoord heeft het over het doel "een balans te vinden tussen antropogene emissies en de CO2-opslag... in de tweede helft van de eeuw".

Nuluitstoot is als mijlpaal een pak praktischer en concreter dan opwarmingslimieten van 1,5 of 2 graden, en er zijn duidelijke implicaties voor de investeringen van vandaag. Als je streeft naar een netto nuluitstoot over dertig jaar, heeft het geen zin om een vervuilende kolencentrale, oliepijpleiding of LNG-terminal te bouwen met een typische levensduur van veertig jaar of meer.

4) Verschuiving naar schone energie

Het financieringslandschap is in de voorbije vijf jaar massaal verschoven ten gunste van schone energie.

Het Akkoord van Parijs gaf het signaal dat verbeteringen in schone technologie een waardevolle - en veilige - investering waren, terwijl fossiele brandstoffen steeds riskanter werden. De pandemie die dit jaar is uitgebroken, heeft die boodschap nog versterkt.

Er is veel veranderd: in het voorjaar van 2015 verklaarde voormalig VN-klimaatchef Yvo de Boer nog dat steenkool een "logische keuze" was voor ontwikkelingslanden.

Vijf jaar later prijst het doorgaans conservatieve Internationaal Energieagentschap wind- en zonne-energie als veerkrachtiger dan fossiele brandstoffen, door een door covid veroorzaakte daling van de vraag.

Financiële instellingen in Azië beginnen hun westerse tegenhangers te volgen en zetten steenkool op de zwarte lijst. Ook het Chinese ministerie van Milieu schaarde zich onlangs achter die houding.

Grote bedrijven in schone energie groeien zo snel dat ze oliemaatschappijen inhalen qua marktwaarde. En modellen leggen de datum voor "peak oil" steeds vroeger - sommigen in de industrie vragen zich zelfs al af of de vraag ooit zal terugkeren naar het niveau van vóór de pandemie.

5) Institutionele mentaliteitsverandering

Het Klimaatakkoord van Parijs kent geen centraal mechanisme om de afspraken te handhaven. Maar dat betekent niet dat het akkoord niet afdwingbaar is.

Instellingen, van financiële toezichthouders tot stadsbesturen, integreren de doelstellingen en principes van het akkoord in hun beleid, waardoor nieuwe mechanismen voor verantwoording worden gecreëerd.

Meer dan vierhonderd publieke ontwikkelingsbanken hebben zich ertoe verbonden hun activiteiten af te stemmen op het Klimaatakkoord van Parijs. Het handvol Aziatische banken dat dit nog niet heeft gedaan, staat onder toenemende druk om dat voorbeeld te volgen.

Sinds 2015 heeft de EU de naleving van het Klimaatakkoord ook tot een voorwaarde gemaakt voor nieuwe vrijhandelsovereenkomsten. De terugval in Brazilië op het gebied van ontbossing vormt een mogelijke belemmering voor de ratificatie van het EU-handelsakkoord met het Mercosur-blok.

In rechtszaken over de hele wereld refereren advocaten naar het akkoord. In Groot-Brittannië speelt het een sleutelrol in het verzet tegen de uitbreiding van Heathrow Airport.

Maar... elk gevoel van optimisme over de vooruitgang die de overeenkomst van Parijs heeft kunnen aansturen, wordt getemperd door de harde realiteit: de weg is nog heel lang.

Dit is wat er nog moet veranderen:

1) Emissies stijgen nog

De wereldwijde uitstoot van broeikasgassen is ook na 2015 gestaag blijven groeien: tussen 2015 en 2018 met een miljard ton CO2. De trend wordt gedomineerd door opkomende economieën in Azië, waar de enorme honger naar energie vooral met fossiele energie werd gestild.

Toen de Chinese uitstoot stabiliseerde in de periode 2014 tot 2016, ontstond even de hoop dat de economische groei los te koppelen was van vervuiling, maar de cijfers namen daarna weer toe.

Ontwikkelde economieën van hun kant doen onvoldoende om hun uitstoot terug te dringen of om die elders te compenseren.

De drastische vermindering van reizen en economische activiteit in 2020 door covid zal de wereldwijde CO2-uitstoot uit energie maar met zo'n 7 procent verminderen op jaarbasis. Dat is het tempo dat ook na de pandemie volgehouden moet worden om de doelstelling van 1,5 graden te halen.

2) Ook de temperaturen stijgen

Naarmate de uitstoot stijgt, stijgen ook de temperaturen. 2020 wordt 1,2 graden Celsius warmer dan het pre-industriële gemiddelde en behoort tot de drie heetste jaren ooit, ondanks het verkoelende effect van La Niña.

Het woord "ongekend" komt met de regelmaat van de klok terug in weerberichten: bosbranden in het noordpoolgebied, cyclonen treffen delen van Afrika die er niet op zijn voorbereid, en droogtes en overstromingen ontwrichten boeren overal ter wereld.

Wetenschappers zijn steeds assertiever en zelfzekerder als ze die extremen toeschrijven aan de klimaatcrisis. Van de dodelijke Japanse hittegolf in 2019 toonden modellen aan dat die simpelweg niet zou zijn gebeurd zonder de menselijke invloed op het klimaat.

De atmosfeer zal nog generaties lang nieuwe records blijven serveren. De temperatuur zal pas stabiliseren als de uitstoot netto nul bereikt, omdat CO2 zich tot dan blijft opstapelen in de atmosfeer.

3) Meer fossiele brandstoffen

De uitdrukking "fossiele brandstoffen" komt nergens voor in het Klimaatakkoord van Parijs. Hetzelfde geldt voor de woorden "steenkool", "olie" of "(methaan)gas".

Om de doelstellingen van Parijs te halen, moet de overgrote meerderheid van de fossiele voorraden in de grond blijven. Maar die realiteit formeel erkennen was een brug te ver voor de landen die er economisch van afhankelijk zijn.

Hoewel de pandemie de toekomst voor de steenkool-, olie- en gasmarkten onzeker maakt, blijven veel regeringen inzetten op hun vervuilende sectoren.

Een pervers effect is ook dat producenten de logica van de uitverkoop volgen en proberen om hun reserves zo snel mogelijk te exploiteren. Dat brengt risico's met zich mee voor arbeiders, gemeenschappen en burgers die afhankelijk zijn van olie-inkomsten, maar ook voor het klimaat.

Omdat het klimaatakkoord slecht is uitgerust om die dynamiek aan te pakken, roepen sommigen op tot een deal in OPEC-stijl voor een beheerste daling van de productie van fossiele brandstoffen.

4) Kwetsbare bevolking betaalt de prijs

Zowel binnen als tussen landen zijn er grote verschillen, maar het zijn altijd de arme en gemarginaliseerde bevolkingsgroepen die het meest worden blootgesteld aan de klimaatcrisis.

Het Klimaatakkoord van Parijs gaat niet alleen over het terugdringen van emissies (mitigation), maar ook over de aanpassing aan de gevolgen van de klimaatverandering (adaptation). Het akkoord erkent dat mensen verlies en schade zullen ondervinden waaraan ze zich niet kunnen aanpassen of die niet beperkt kunnen worden. En het roept de ontwikkelde landen op om armere landen te steunen met financiële hulp, technologie en opleiding.

Op het eerste gezicht lijkt de klimaatfinanciering vanuit de rijke landen toegenomen. Maar het leeuwendeel van dat geld wordt verstrekt als lening, niet als schenking, waardoor het dus bijdraagt aan de schuldenlast van ontwikkelingslanden. En het geld gaat vooral naar vergroening van de groei in middeninkomenslanden, eerder dan de bescherming van de armsten tegen een probleem dat ze niet zelf hebben veroorzaakt.

Er is geen compensatie voor slachtoffers van klimaatrampen. Er wordt wel vaak over gepraat en er bestaan verzekeringssystemen, als de verzekerde daarvoor de premies kan ophoesten.

Om het akkoord te laten werken voor kwetsbare gemeenschappen, is veel meer solidariteit nodig.

5) Internationaal transport ontspringt de dans

Eerste versies van het Klimaatakkoord van Parijs riepen de VN-organen voor de internationale luchtvaart (ICAO) en scheepvaart (IMO) nog expliciet op tot uitstootdoelstellingen en beleidsmaatregelen. Maar die oproep haalde de definitieve versie niet.

De Internationale Burgerluchtvaartorganisatie (ICAO) en de Internationale Maritieme Organisatie (IMO) onderhandelden eigen sectorakkoorden, maar die stroken niet met de Parijse klimaatdoelen van 1,5 of 2 graden Celsius.

De eerste stappen om die deals uit te voeren, verwaterden de ambitie nog meer en inmiddels haalde ICAO op sociale media uit naar klimaatcritici.

In beide VN-organen neemt de industrie een dominante positie in, terwijl waarnemers uit het maatschappelijk middenveld en de media onder strikte beperkingen moeten werken.

De klimaatafdruk van de twee sectoren, momenteel zo'n 5 tot 6 procent van de wereldwijde uitstoot, zal naar verwachting verder groeien en steeds meer opvallen als er geen krachtigere maatregelen worden genomen.

Deze analyse verscheen oorspronkelijk bij IPS-partner Climate Home News

Het Klimaatalarm van Knack

Hoe pakken we het klimaatprobleem aan?

Knackplaatst het belangrijkste vraagstuk van onze tijd terug in het centrum van de aandacht. Lees meer.

In de vroege uurtjes van 13 december 2015 liep Christiana Figueres een bar in Parijs binnen en daalde ze de trap af naar de dansvloer. Het gejuich was er oorverdovend.Klimaatactivisten, onderhandelaars en journalisten konden stoom afblazen: veertien dagen van intens overleg had eindelijk geleid tot een internationaal klimaatpact.Figueres, de Costa Ricaanse diplomaat die op dat moment het VN-klimaatorgaan leidde, werd onthaald als een heldin. Mensen vielen elkaar in de armen en de Queen-hymne We are the champions werd aangeheven.Maar in de vijf jaar daarop leken die zelfverklaarde klimaatkampioenen lang niet altijd aan de winnende hand. Nu, net voor de verjaardag van het Klimaatakkoord zaterdag, lijkt er een gevoel van hernieuwde hoop in het multilateralisme om de kloof tussen ambitie en actie te dichten.Het lijdt geen twijfel dat de terugtrekking van de VS uit het Klimaatverdrag van Parijs door president Donald Trump een klap was: de op één na hoogste klimaatvervuiler ter wereld zou zich tijdens zijn ambtstermijn aan zijn verplichtingen onttrekken. Dat gaf andere landen een alibi om precies hetzelfde te doen.Maar de beslissing leidde toch niet tot een uittocht van gelijkgestemde nationalistische leiders. Zelfs Jair Bolsonaro, die de ontbossing in eigen land aanjoeg, werd overgehaald om in het pact te blijven. De VS bleven alleen - en ze zullen zich opnieuw aansluiten onder de verkozen president Joe Biden.De structuur van vrijwillige nationale bijdragen en een gemeenschappelijk verantwoordingskader, inclusief het "ratelprincipe" om de vijf jaar, werkt min of meer zoals bedoeld.Tegelijkertijd had het Franse voorzitterschap van de Klimaattop in 2015 veel werk gemaakt van contacten met de industrie en subnationale overheden. Die konden in de voorbije jaren vaak het gebrek aan actie door nationale overheden compenseren.Een van de grootste verrassingen van Parijs was de opname van 1,5 graden Celsius als ambitieuze limiet voor de wereldwijde temperatuurstijging.Die doelstelling werd al lang geëist door de meest kwetsbare eilandstaten, omdat het essentieel is voor hun overleven. Maar ze was lang weggezet als onhaalbaar door grotere mogendheden: 2 graden Celsius was het gematigde, redelijke doel.Het Wetenschappelijke VN-Klimaatpanel (IPCC) werd gevraagd om een een speciaal rapport op te stellen over de wetenschap van 1,5 graden. Het werd in 2018 gepubliceerd en benadrukte het verschil dat die halve graad zou maken voor miljoenen levens.De officiële erkenning maakte de ambitieuze doelstelling niet makkelijker bereikbaar. Wel nieuw is dat voorstanders van 1,5 graden niet langer de haalbaarheid ervan moeten verdedigen. Het zijn nu de voorstanders van 2 graden die het opofferen van kwetsbare gemeenschappen moeten goedpraten."Netto nuluitstoot" is hard op weg hét begrip van 2020 te worden: onder meer China, Japan en Zuid-Korea hebben zich bij de EU en Groot-Brittannië gevoegd met doelstellingen om hun uitstoot netto tot nul te herleiden.Ook die trend heeft zijn wortels in het Akkoord van Parijs. Nuluitstoot kreeg in 2015 weliswaar een pak minder aandacht dan het temperatuurdoel - ook door de omfloerste omschrijving - maar de ondertekenaars waren het erover eens om uiteindelijk voor CO2-neutraal te gaan. Het akkoord heeft het over het doel "een balans te vinden tussen antropogene emissies en de CO2-opslag... in de tweede helft van de eeuw".Nuluitstoot is als mijlpaal een pak praktischer en concreter dan opwarmingslimieten van 1,5 of 2 graden, en er zijn duidelijke implicaties voor de investeringen van vandaag. Als je streeft naar een netto nuluitstoot over dertig jaar, heeft het geen zin om een vervuilende kolencentrale, oliepijpleiding of LNG-terminal te bouwen met een typische levensduur van veertig jaar of meer.Het financieringslandschap is in de voorbije vijf jaar massaal verschoven ten gunste van schone energie.Het Akkoord van Parijs gaf het signaal dat verbeteringen in schone technologie een waardevolle - en veilige - investering waren, terwijl fossiele brandstoffen steeds riskanter werden. De pandemie die dit jaar is uitgebroken, heeft die boodschap nog versterkt.Er is veel veranderd: in het voorjaar van 2015 verklaarde voormalig VN-klimaatchef Yvo de Boer nog dat steenkool een "logische keuze" was voor ontwikkelingslanden. Vijf jaar later prijst het doorgaans conservatieve Internationaal Energieagentschap wind- en zonne-energie als veerkrachtiger dan fossiele brandstoffen, door een door covid veroorzaakte daling van de vraag.Financiële instellingen in Azië beginnen hun westerse tegenhangers te volgen en zetten steenkool op de zwarte lijst. Ook het Chinese ministerie van Milieu schaarde zich onlangs achter die houding.Grote bedrijven in schone energie groeien zo snel dat ze oliemaatschappijen inhalen qua marktwaarde. En modellen leggen de datum voor "peak oil" steeds vroeger - sommigen in de industrie vragen zich zelfs al af of de vraag ooit zal terugkeren naar het niveau van vóór de pandemie.Het Klimaatakkoord van Parijs kent geen centraal mechanisme om de afspraken te handhaven. Maar dat betekent niet dat het akkoord niet afdwingbaar is.Instellingen, van financiële toezichthouders tot stadsbesturen, integreren de doelstellingen en principes van het akkoord in hun beleid, waardoor nieuwe mechanismen voor verantwoording worden gecreëerd.Meer dan vierhonderd publieke ontwikkelingsbanken hebben zich ertoe verbonden hun activiteiten af te stemmen op het Klimaatakkoord van Parijs. Het handvol Aziatische banken dat dit nog niet heeft gedaan, staat onder toenemende druk om dat voorbeeld te volgen.Sinds 2015 heeft de EU de naleving van het Klimaatakkoord ook tot een voorwaarde gemaakt voor nieuwe vrijhandelsovereenkomsten. De terugval in Brazilië op het gebied van ontbossing vormt een mogelijke belemmering voor de ratificatie van het EU-handelsakkoord met het Mercosur-blok.In rechtszaken over de hele wereld refereren advocaten naar het akkoord. In Groot-Brittannië speelt het een sleutelrol in het verzet tegen de uitbreiding van Heathrow Airport.Maar... elk gevoel van optimisme over de vooruitgang die de overeenkomst van Parijs heeft kunnen aansturen, wordt getemperd door de harde realiteit: de weg is nog heel lang. De wereldwijde uitstoot van broeikasgassen is ook na 2015 gestaag blijven groeien: tussen 2015 en 2018 met een miljard ton CO2. De trend wordt gedomineerd door opkomende economieën in Azië, waar de enorme honger naar energie vooral met fossiele energie werd gestild. Toen de Chinese uitstoot stabiliseerde in de periode 2014 tot 2016, ontstond even de hoop dat de economische groei los te koppelen was van vervuiling, maar de cijfers namen daarna weer toe. Ontwikkelde economieën van hun kant doen onvoldoende om hun uitstoot terug te dringen of om die elders te compenseren.De drastische vermindering van reizen en economische activiteit in 2020 door covid zal de wereldwijde CO2-uitstoot uit energie maar met zo'n 7 procent verminderen op jaarbasis. Dat is het tempo dat ook na de pandemie volgehouden moet worden om de doelstelling van 1,5 graden te halen. Naarmate de uitstoot stijgt, stijgen ook de temperaturen. 2020 wordt 1,2 graden Celsius warmer dan het pre-industriële gemiddelde en behoort tot de drie heetste jaren ooit, ondanks het verkoelende effect van La Niña.Het woord "ongekend" komt met de regelmaat van de klok terug in weerberichten: bosbranden in het noordpoolgebied, cyclonen treffen delen van Afrika die er niet op zijn voorbereid, en droogtes en overstromingen ontwrichten boeren overal ter wereld.Wetenschappers zijn steeds assertiever en zelfzekerder als ze die extremen toeschrijven aan de klimaatcrisis. Van de dodelijke Japanse hittegolf in 2019 toonden modellen aan dat die simpelweg niet zou zijn gebeurd zonder de menselijke invloed op het klimaat.De atmosfeer zal nog generaties lang nieuwe records blijven serveren. De temperatuur zal pas stabiliseren als de uitstoot netto nul bereikt, omdat CO2 zich tot dan blijft opstapelen in de atmosfeer.De uitdrukking "fossiele brandstoffen" komt nergens voor in het Klimaatakkoord van Parijs. Hetzelfde geldt voor de woorden "steenkool", "olie" of "(methaan)gas".Om de doelstellingen van Parijs te halen, moet de overgrote meerderheid van de fossiele voorraden in de grond blijven. Maar die realiteit formeel erkennen was een brug te ver voor de landen die er economisch van afhankelijk zijn.Hoewel de pandemie de toekomst voor de steenkool-, olie- en gasmarkten onzeker maakt, blijven veel regeringen inzetten op hun vervuilende sectoren.Een pervers effect is ook dat producenten de logica van de uitverkoop volgen en proberen om hun reserves zo snel mogelijk te exploiteren. Dat brengt risico's met zich mee voor arbeiders, gemeenschappen en burgers die afhankelijk zijn van olie-inkomsten, maar ook voor het klimaat.Omdat het klimaatakkoord slecht is uitgerust om die dynamiek aan te pakken, roepen sommigen op tot een deal in OPEC-stijl voor een beheerste daling van de productie van fossiele brandstoffen.Zowel binnen als tussen landen zijn er grote verschillen, maar het zijn altijd de arme en gemarginaliseerde bevolkingsgroepen die het meest worden blootgesteld aan de klimaatcrisis.Het Klimaatakkoord van Parijs gaat niet alleen over het terugdringen van emissies (mitigation), maar ook over de aanpassing aan de gevolgen van de klimaatverandering (adaptation). Het akkoord erkent dat mensen verlies en schade zullen ondervinden waaraan ze zich niet kunnen aanpassen of die niet beperkt kunnen worden. En het roept de ontwikkelde landen op om armere landen te steunen met financiële hulp, technologie en opleiding.Op het eerste gezicht lijkt de klimaatfinanciering vanuit de rijke landen toegenomen. Maar het leeuwendeel van dat geld wordt verstrekt als lening, niet als schenking, waardoor het dus bijdraagt aan de schuldenlast van ontwikkelingslanden. En het geld gaat vooral naar vergroening van de groei in middeninkomenslanden, eerder dan de bescherming van de armsten tegen een probleem dat ze niet zelf hebben veroorzaakt.Er is geen compensatie voor slachtoffers van klimaatrampen. Er wordt wel vaak over gepraat en er bestaan verzekeringssystemen, als de verzekerde daarvoor de premies kan ophoesten.Om het akkoord te laten werken voor kwetsbare gemeenschappen, is veel meer solidariteit nodig. Eerste versies van het Klimaatakkoord van Parijs riepen de VN-organen voor de internationale luchtvaart (ICAO) en scheepvaart (IMO) nog expliciet op tot uitstootdoelstellingen en beleidsmaatregelen. Maar die oproep haalde de definitieve versie niet.De Internationale Burgerluchtvaartorganisatie (ICAO) en de Internationale Maritieme Organisatie (IMO) onderhandelden eigen sectorakkoorden, maar die stroken niet met de Parijse klimaatdoelen van 1,5 of 2 graden Celsius.De eerste stappen om die deals uit te voeren, verwaterden de ambitie nog meer en inmiddels haalde ICAO op sociale media uit naar klimaatcritici.In beide VN-organen neemt de industrie een dominante positie in, terwijl waarnemers uit het maatschappelijk middenveld en de media onder strikte beperkingen moeten werken.De klimaatafdruk van de twee sectoren, momenteel zo'n 5 tot 6 procent van de wereldwijde uitstoot, zal naar verwachting verder groeien en steeds meer opvallen als er geen krachtigere maatregelen worden genomen.Deze analyse verscheen oorspronkelijk bij IPS-partner Climate Home NewsHoe pakken we het klimaatprobleem aan?Knackplaatst het belangrijkste vraagstuk van onze tijd terug in het centrum van de aandacht. Lees meer.