Veroudering is geen ziekte, maar een aftakelingsproces. Ons lichaam is niet gemaakt om zo oud te worden als vandaag. Zonder medische en andere hulpmiddelen zouden velen van ons sterven lang voor er sprake is van echte ouderdomskwalen.
...

Veroudering is geen ziekte, maar een aftakelingsproces. Ons lichaam is niet gemaakt om zo oud te worden als vandaag. Zonder medische en andere hulpmiddelen zouden velen van ons sterven lang voor er sprake is van echte ouderdomskwalen.Ouderdom als dusdanig kan (nog) niet behandeld worden. Oud worden gaat gepaard met het opduiken van aandoeningen als reuma, kanker en de ziekte van Alzheimer. Fysieke én mentale aftakeling dus. De natuurlijke cellulaire en genetische herstelmechanismen beginnen het op te geven, omdat ze vroeger in de evolutie van onze soort slechts beperkte tijd nodig waren. De medische wereld legt zich evenwel steeds meer toe op de strijd tegen veroudering. Was die vroeger vooral gericht op het verlengen van de levensduur, dan is er sinds enige tijd een trendbreuk merkbaar: niet het aantal extra levensjaren maar het behoud van de levenskwaliteit staat centraal. Het streefdoel is niet langer in de eerste plaats zo veel mogelijk mensen boven de kaap van de honderd jaar tillen, maar vermijden dat ze de laatste jaren van hun leven al te zeer afhankelijk worden van zorg en zware medicatie. De kwaliteit wint het van de kwantiteit - wat een realistischer aanpak lijkt dan onze lichamen nog verder over hun houdbaarheidsdatum te proberen tillen. De laatste eeuw is de levensverwachting van de gemiddelde mens verdubbeld, maar wetenschappers lijken ervan uit te gaan dat we dat niet nog eens kunnen klaarspelen. Veel mensen spenderen het laatste vijfde van hun leven in een context van permanente zorg, door hun strijd tegen chronische aandoeningen met weinig uitzicht op verbetering. Voor velen manifesteert de aftakeling zich vanaf hun zestigste levensjaar. Dan is er geen weg terug. De geneeskunde spitst zich momenteel sterk toe op het onderzoek naar zogenaamde senolytica: geneesmiddelen die in het lichaam actief op zoek gaan naar verouderde cellen om ze te liquideren. In een jong lichaam worden uitgeputte cellen automatisch opgeruimd, maar met het ouder worden sputtert de schoonmaakmachine en blijven er te veel slecht functionerende cellen achter. Het wetenschapsblad New Scientist noemde ze zombiecellen: ze zijn niet echt dood maar ook niet meer te redden en veroorzaken chaos omdat ze aan de lopende band ontstekingsbevorderende eiwitten spuien. Chronische ontstekingen zijn een belangrijke oorzaak van ouderdomsziekten. Op den duur houd je het niet meer vol. Experimenten hebben uitgewezen dat het verwijderen van oude cellen uit muizen hun verjonging in de hand werkt. Omgekeerd leidt het inspuiten van oude cellen bij jonge muizen tot een snelle veroudering. Iets vergelijkbaars gebeurt met een moderne versie van een oud verhaal: dat maagdenbloed een verjongingskuur zou garanderen. In de verhalen werd dat vertaald als baden in maagdenbloed, waarvoor veel jonge meisjes moesten worden opgeofferd, maar in de moderne invulling werkt het - voorlopig - alleen bij muizen en dient het jonge bloed te worden getransfuseerd om een effect te hebben. Er is aangetoond dat menselijk bloed van tieners bij oude muizen een rondje 'vorming van nieuwe hersencellen' in gang zet, waardoor de cognitieve vermogens van de diertjes een boost krijgen. Het is ondertussen glashelder dat niet iedereen even snel veroudert. Sommige mensen blijven er eeuwig jong uitzien, andere vertonen al vrij vroeg zichtbare kenmerken van veroudering. De snelheid van ouder worden is deels genetisch bepaald, maar ze hangt uiteraard mee af van de levensstijl. Zo is al lang bekend, vooral uit dierproeven, dat regelmatig vasten of weinig eten véél gezonder is dan je systematisch overgeven aan bacchanalen. Wetenschappers maken een onderscheid tussen chronologische veroudering (het aantal jaren dat je leeft) en biologische veroudering: de signalen van aftakeling in je lichaam. De twee kunnen ver uit elkaar liggen. Een studie, gepubliceerd in The American Journal of Epidemiology, illustreerde de breedte van de verschillen, aan de hand van een analyse van achttien biologische indicaties voor ouderdom in het lichaam van bijna duizend volwassenen. Ze bevestigde dat sommige mensen langzamer oud worden dan hun échte leeftijd, maar andere sneller. Zo had één 38-jarige een biologische leeftijd van 28 jaar, maar een andere één van liefst 61. Dat is een wereld van verschil. De verschillen kunnen dus enorm zijn. Ze zijn gelinkt aan gezondheidsproblemen. Mensen met verhoudingsgewijs 'oud' bloed lopen een grotere kans op ernstige gezondheidsproblemen dan andere. Een verslag in New Scientist analyseert de effecten van ouder worden op de samenstelling en de biologische leeftijd van ons bloed. Blijkbaar kent ons bloed drie 'golven van veroudering', waarvan de eerste zich al manifesteert als je ongeveer 34 jaar bent. De volgende duiken op rond 60 en 78 jaar. De veroudering manifesteert zich als een verandering in de verhoudingen tussen bepaalde eiwitten in het bloed - iets wat in principe gemeten kan worden. De biologische veroudering van ons bloed begint dus al in de loop van onze dertiger jaren. Je wordt niet plotsklaps oud. Dat geldt ook voor onze hersenen. Onderzoekers hebben in Molecular Psychiatry aangetoond dat er een discrepantie van jaren kan zijn tussen de leeftijd van je hersenen en die van de rest van je lichaam. En een probleem komt zelden alleen. Mensen met een brein dat ouder is dan hun chronologische leeftijd, hebben ook meer problemen met hun longen. Ze wandelen trager en hebben over het algemeen een lagere levensverwachting. Een snelle veroudering van de hersenen kon gekoppeld worden aan klassieke levensstijlproblemen: roken, een hoge bloeddruk en een te hoge cholesterol. Alle drie hypothekeren ze de bloedtoevoer naar de hersenen. Stress is ook een risicofactor, naast werken in ploegen: meer dan tien jaar ploegenarbeid kan de veroudering van de hersenen met 6,5 jaar versnellen. Regelmatige fysieke arbeid kan de schade wel beperken. De hersenen van oude mensen die regelmatig bewegen, zien er tien jaar jonger uit dan die van grotendeels immobiele leeftijdsgenoten. Er wordt naarstig gezocht naar indicatoren van de biologische leeftijd, in de hoop er greep op te krijgen. In het vakblad Aging Cell werd onlangs een weg vooruit in deze problematiek voorgesteld. Het meten van de verhouding van bepaalde eiwitten of andere moleculaire merkers in diverse organen moet een belangrijke factor in de strijd tegen veroudering worden. Het is mogelijk dat in een lichaam de hersenen sneller verouderen, maar de nieren trager, als gevolg van zowel genetische verschillen als levensstijlfactoren. Inzicht krijgen in wat er gebeurt, impliceert dat er eventueel op kan worden ingegrepen, met name om de snelle veroudering van sommige mensen te stoppen of zelfs om te keren. Een studie in Nature Medicine werpt concreet licht op de zaak. Er zouden vier belangrijke biologische trajecten zijn, waarlangs biologische veroudering zich manifesteert: langs de nieren, de lever, het immuunsysteem en de stofwisseling. 'Ageotypes' heten ze in het wetenschappelijk jargon. Ze worden geanalyseerd aan de hand van metingen van 608 moleculen die als biologische merkers fungeren. Niet iedereen gebruikt dezelfde route of routes, want een lichaam kan meerdere verouderingstrajecten tegelijk volgen. Goed nieuws is dat in sommige gevallen de veroudering niet alleen gestopt, maar ook omgekeerd kon worden, tenminste tijdelijk, door veranderingen in levensstijl. Het is zelfs mogelijk dat een bepaald type van veroudering gekeerd wordt zonder duidelijke externe oorzaak. Het lichaam kan dus zelf een veranderingstraject in gang zetten. Als de onderzoekers dát proces kunnen blootleggen, biedt dat grote perspectieven. Voorlopig is het zoeken naar de spreekwoordelijke speld in een hooiberg. Wetenschappers hopen op termijn, door middel van specifieke algoritmen, de relevante factoren uit de massa gegevens te kunnen distilleren. De ultieme bedoeling is tijdig te kunnen ingrijpen als er aanwijzingen zijn dat een van de verouderingstrajecten versnelt. Er zijn twee domeinen waarin het onderzoek al wat gevorderd is. Het eerste is dat van de telomeren: de beschermende kapjes op de uiteinden van de chromosomen, die bij elke celdeling een beetje krimpen. Als ze zo kort geworden zijn dat ze hun beschermende functie niet meer kunnen uitoefenen, takelt een cel af en sterft. De lengte van de telomeren wordt dus beschouwd als een bruikbare maatstaf voor het bepalen van de biologische ouderdom. Voor mensen van dezelfde chronologische leeftijd kan de lengte van de telomeren een substantieel verschil in biologische leeftijd aangeven. Een studie in Preventive Medicine toonde aan dat mensen die systematisch veel bewegen, gemiddeld langere telomeren hebben dan mensen met een zwakke tot matige fysieke activiteit. Je moet er wel wat voor overhebben, want je moet als vrouw elke dag minstens 30 minuten joggen of iets vergelijkbaars doen, en als man 40 minuten, om de telomeren te beschermen. Een beetje trappen lopen zal niet volstaan. Er is een rechtstreekse link gelegd tussen de concentratie van het hormoon irisine in het bloed en de lengte van de telomeren. Irisine komt vrij in de spieren na intense fysieke activiteit. Hoe meer irisine, hoe langer de telomeren. De molecule maakt energie vrij uit vetcellen. Goed nieuws verscheen onlangs in JAMA Network Open: het is mogelijk telomeren op zijn minst tijdelijk weer te verlengen door zes maanden intens fysiek of mentaal te trainen. Je zou dan als het ware weer wat jonger worden. Volgens de eerste bevindingen zou het zelfs vrij snel kunnen gaan: een kwestie van maanden. Maar het is te vroeg voor euforie. Er is op dit moment geen enkel concreet mechanisme bekend, waarmee telomeren verlengd kunnen worden. Het is ook niet duidelijk of een eventueel effect op de biologische ouderdom duurzaam is. Er is dus nog werk aan de winkel. Dat geldt eveneens voor een tweede domein dat momenteel veel aandacht krijgt: de epigenetische klok. Epigenetica is een relatief recente genetische ontdekking, waarbij veranderingen op het DNA (in plaats van ín het DNA) mee bepalen welke genen al dan niet in bruikbare eiwitten worden overgeschreven. Het gaat om moleculen als methylgroepen die op bepaalde plekken aan het DNA gehangen worden, of er net vanaf kunnen worden gehaald. Dat kan zelfs als rechtstreekse reactie op omgevingsomstandigheden (zoals honger, roken en andere vormen van lichaamsstress). Tot twintig jaar geleden zou die mogelijkheid als een biologische ketterij beschouwd geweest zijn. Nu is aangetoond dat de epigenetische klok in kankercellen veel sneller tikt dan in gewone cellen, waardoor een weefsel snel veroudert. Weefsels uit de long, de nier of de huid kunnen tot 40 procent ouder zijn dan de chronologische leeftijd van het lichaam dat ze draagt. Ongeveer 5 procent van de mensen zou een sneller lopende epigenetische klok hebben, waardoor hun kansen op een lang leven beduidend verkleinen. Een studie in Breast Cancer Research and Treatment concludeerde dat het borstweefsel van een gezonde 21-jarige vrouw tot zeventien jaar jonger kan zijn dan haar bloed, maar het verschil neemt af met het ouder worden. Na de menopauze wordt de klok omgedraaid: bij een 55-jarige vrouw is het borstweefsel gemiddeld acht jaar ouder dan het bloed. Als wetenschappers zouden weten hoe die veranderingen gebeuren, zouden ze er op kunnen ingrijpen. Ook de epigenetische klok staat onder invloed van leefomstandigheden. Een studie in het vakblad Sleep toonde aan dat bij mensen die moeilijk slapen de epigenetische veroudering versnelt. Het zou een gevolg zijn van ademhalingsproblemen die op hun beurt andere gezondheidsproblemen uitlokken, als gevolg van onvoldoende zuurstofvoorziening. Bij muizen is vastgesteld dat de epigenetische klok beïnvloed kan worden door de voeding. De eerste voorzichtige gegevens duiken op, die suggereren dat iets vergelijkbaars bij de mens mogelijk is. Nature bracht verslag uit van een klein experiment dat aantoonde dat bij mensen de epigenetische klok kan worden teruggedraaid. Negen gezonde vrijwilligers kregen een jaar lang elke dag een cocktail van een groeihormoon en twee geneesmiddelen tegen diabetes. Gemiddeld ging hun epigenetische klok met 2,5 jaar achteruit. Dat hadden zelfs de betrokken wetenschappers niet verwacht. Interessant was dat bij álle deelnemers een terugdraaien van de klok werd vastgesteld, hoewel het effect niet bij iedereen even groot was. Het is nog veel te vroeg om victorie te kraaien, maar het is veelbelovend. Misschien kunnen we op termijn gaan sleutelen aan onze epigenetische klok om onze biologische veroudering tegen te gaan en waardig oud te worden. Het klinkt in feite te mooi om waar te kunnen zijn.