In Wonderlust brengen Caroline Pauwels, Jean Paul Van Bendegem en Pat Donnez spelregels aan voor een mooier leven. Leef het leven in het volle besef van de eindigheid, koop altijd dure schoenen in de uitverkoop en neem nooit een paraplu mee, ook en zeker niet als het regent. In onderstaand fragment staat de verwondering centraal.

***

Jean Paul Van Bendegem: 'Om boven de golven uit te komen, moet je eerst lang dobberen in de zee van het gewone, het dagdagelijkse, het ordinaire. Ikzelf sprak vroeger over de prutser in positieve zin, maar dat was verwarrend, voor de meeste mensen blijft 'prutser' een negatieve connotatie hebben. Kees van Koten contamineerde prutser en knutselaar tot 'prutselaar'. Wij zijn allemaal prutselaars, we knutselen en prutselen, krijgen dingen gedaan, routinematig. Het voordeel van routine is dat je een hogere kans van slagen hebt. Ik heb nog maar zelden meegemaakt dat als ik 's morgens de tafel dek, ik dingen verkeerd zet. Dat zijn kleine, eenvoudige opdrachten. Dat lukt. Maar een lamp vervangen en toevallig de verkeerde zekering uitschakelen? Dan weet je weer dat je nog leeft. En voor het overige modderen we wat aan. Daaruit lijkt een zeer negatief mensbeeld te spreken, maar we hebben dat aanmodderen net nodig om tot uitzonderlijke dingen te komen. Als wij allemaal het talent hadden om de Mona Lisa te kunnen schilderen, dan mocht dat ding meteen weg uit het Louvre. Net omdat het zo uitzonderlijk is en omdat er maar één Da Vinci is, hangt het er. Ook Da Vinci heeft ongelofelijk veel moeten droedelen, neem ik aan, om tot die mysterieuze glimlach te komen.'

Caroline Pauwels: 'Hij maakte ook heel veel niet af, begon iets en hield ermee op. Ook Da Vinci is een prutselaar.'

Leven kan alleen bij gratie van de verwondering. Als ik cynisch was of voortdurend met een déjà-vugevoel rondliep, zou ik net zo goed dood kunnen zijn.

Caroline Pauwels

Pat Donnez: De Nederlandse filosoof Joep Dohmen zegt dat levenskunst gaat over de vraag: 'Hoe moet je leven?'

Caroline Pauwels: 'Wat moet je doen om goed te leven? Dohmen zal het anders interpreteren dan ik, maar zijn definitie kan helpen. Laat ik achteraan beginnen. Voor mij is leven echt verwonderen. Leven kan alleen bij gratie van de verwondering. Als ik cynisch was of voortdurend met een déjà-vugevoel rondliep, zou ik net zo goed dood kunnen zijn. Ervan uitgaan dat het leven tijdelijk is, is een geruststellende gedachte, je kunt niet anders dan er het beste van maken. Misschien dat ik daarom ook wel in de wetenschappen verzeild ben geraakt. En dan volgt natuurlijk het 'hoe' en het 'moeten'. Hoe ga je dat dan doen en wat moet je doen om dat mogelijk te maken. Het hoe zit voor mij op het vlak van stimuleren van de openheid van geest, niet veroordelen, het proces van zelfsturing, zoals Dohmen dat noemt. Hoe moet je het doen? Kiezen voor de aard van het goede leven, jazeker, maar ook dat moeten zal ik toch iedere keer in vraag moeten stellen. Daar ben ik bang van.'

Pat Donnez: Van het dwangmatige moeten?

Caroline Pauwels: 'Ja, het dwangmatige zou een rem kunnen zijn op het verwonderen. Je moet daar heel de tijd genuanceerd en zelfreflectief mee bezig zijn. Om terug te komen op dat idee van de mens als prutselaar: zoals onze ouders mijn zussen en mij hebben opgevoed, daar kun je veel bedenkingen bij hebben, maar ze deden toch ook maar wat zij dachten dat het beste was dat ze konden doen. Ik zag dat af en toe wel mislukken. Ik zag ook dat ze daar spijt van hadden als het in de soep draaide. Ik heb mijn kinderen alleen opgevoed en geloof me, dat was prutselen. Echt prutselen. Wat mij overeind hield, was deze gedachte: als je je kinderen graag ziet, komt het wel goed. Ik heb net een briefje teruggevonden waarin ik mijn kinderen schrijf dat mama het daar op dat moment even helemaal fout heeft aangepakt, dat ik maar wat zat te prutselen. Het kost me geen moeite om dat ook toe te geven. Je kunt je leven heel vakkundig organiseren en de opvoeding bijzonder planmatig aanpakken, maar dat heb ik verzuimd te doen. Ik ging met mijn dochter naar K3 en mijn zoon ging mee, nee, hij moést mee, zat onder zijn stoel omdat hij het zo gênant vond, maar zijn zus ging uit de bol. Een opvoeding van prutselen. Daar ben ik eigenlijk nog trots op ook, ik ben een trotse prutselaar.'

Jean Paul Van Bendegem: 'Mensen die iets willen plannen tot in het kleinste detail, gaan zo mogelijk nog meer prutselen.'

Caroline Pauwels: 'Wellicht, maar fout prutselen.'

Jean Paul Van Bendegem: 'Telkens afwegen van wat er reëel gebeurt, tegen de ideale planning in.'

Pat Donnez: Joep Dohmen pleit voor een terugkeer naar de levenskunst. Hij zegt dat de filosofie als levenskunst volgens hem noodzakelijk is door onze problemen die eigenlijk van alle tijden zijn: het lijden, de dood, het lot, het noodlot, de rechtvaardigheid, oorlog, geweld. We leven vandaag zoals in heel veel tijden. We denken altijd dat we uniek zijn, dat we de eersten zijn die met rusteloosheid kampen en van angst niet weten waar eerst kruipen. Het lijkt me geen overbodige luxe om de filosofie als levenskunst te prijzen en erop te wijzen dat er wel meer zijn die daarmee gesukkeld hebben. Kortom, we zijn niet de eerste prutselaars en we zullen evenmin de laatste zijn.

Jean Paul Van Bendegem: 'De gedachte die je formuleert, deel ik ten volle. Ik ben er minder van overtuigd dat de academische filosofie, zoals we die kennen, het meest geschikt is om de levenskunst te propageren. En dan is er de fantastische, uitdagende vraag: aan welke vormen van filosofie denken we dan? Voor alle duidelijkheid niet aan The School of Life van Alain de Botton: een scheurkalenderfilosofietje waarbij je elke ochtend een blaadje van de kalender haalt met de gedachte van de dag: 'God is dood en wij volgen zo meteen.' Excuses voor mijn vrolijke cynisme. En daar moet je het mee doen. Dat dus niet, maar wat dan wel? Waarom kunnen we de laatste twee jaren van de humaniora, de poësis en de retorica, niet in ere herstellen en actualiseren? Met een kritisch denkjaar dat een ultiem wonderlustjaar voorafgaat.'

Wij zijn allemaal prutselaars, we knutselen en prutselen, krijgen dingen gedaan, routinematig.

Jean Paul Van Bendegem

Caroline Pauwels: 'Waarom doodt onderwijs de verwondering? We zijn verstrengeld geraakt in onze eigen strikte instrumentalisering en ik ben bang voor het debat zoals dat vandaag omtrent het onderwijs wordt gevoerd. De kans is niet denkbeeldig dat we net nóg meer gaan objectiveren. We ijken, organiseren toegangsexamens. Enkele studenten geneeskunde die in hun laatste, zesde jaar zitten, zes harde jaren achter de rug hebben van studeren en onafgebroken werken, halen het in hun hoofd om zich te specialiseren in cardiologie, weer jaren van hard werken en studeren voor de boeg, maar het is hun droom. En ineens moeten ze horen dat de plaatsen beperkt zijn, ze worden niet toegelaten en hun droom wordt aan diggelen geslagen. Dan denk ik: wat een killing act. In weerwil van het populistische idee studeert niet iedereen geneeskunde omdat er geld mee te rapen valt, er zijn behoorlijk wat studenten die gewoon mensen willen helpen. Wie vandaag de studies geneeskunde wil aanvangen, moet eerst slagen voor het zware toelatingsexamen. Eén op de vijf deelnemers slaagt. Vier vijfde niet. Tachtig procent van de kandidaten - ze zullen niet allemaal gemotiveerd zijn, maar een groot deel wel - wordt dus geweigerd. Dat is echt een slow killing act en maatschappelijk niet te verantwoorden. Natuurlijk willen we als samenleving rendement halen op onze collectieve investering en natuurlijk kun je niet iedereen die daar zin in heeft, die studies laten doen. Ik begrijp dat allemaal wel, maar zoals we nu bezig zijn, doden we langzaamaan en systematisch de verwondering van jonge, geëngageerde beginners. Peter Hinssen, internationaal gerenommeerde technologie-ondernemer, pleit niet in de eerste plaats voor een opleiding technologie maar wel voor een opleiding filosofie. Er is vandaag grote behoefte aan onderbouwde zingeving.'

Pat Donnez: We leven in een rusteloze transittijd en waar we naartoe gaan, is onduidelijk, wat onmiskenbaar tot onzekerheid leidt en dus zoeken we houvast. Maar die queeste naar steun en soelaas wordt voor een deel van ons gefnuikt door altijd nieuw opduikende onzekerheden. Als je achttien jaar bent en je koestert de droom om arts te worden, maar in het psychologische deel van het toelatingsexamen zak je omdat je niet weet hoe je als arts moet optreden bij een euthanasievraag van een minderjarig patiëntje, dan zegt dat meer over de bedenkers van de proef dan over die achttienjarige, dunkt me. Zelfs een professionele LEIFarts zal daar niet in één twee drie op kunnen antwoorden. We fnuiken van hogerhand iemands begeerte, het lijkt me dat je al behoorlijk weerbaar moet zijn om dan niet een gefrustreerde 'raté' te worden.

Caroline Pauwels: 'Het is een fout systeem. En zelfs als je voor het toelatingsexamen slaagt en zelfs als je na zes of zeven jaar geneeskunde je diploma haalt, dan nog kan je droom om te specialiseren stranden. Je hebt een zware competitie doorstaan, je stond elkaar naar het leven bij wijze van spreken en dan staan wij daar als poortwachters van het systeem en roepen: 'Volzet!' Ik zou aan de unief heel graag introduceren wat Jean Paul suggereert: in het curriculum zetten we een universiteitsoverschrijdend jaar 'kritisch denken' voor alle opleidingen. We moeten de universitas - letterlijk de gemeenschap van onderwijzers en academici - leeg durven te maken. Maar de tegenstanders van zo'n tabula rasa zijn talrijk en die attitude spoort niet met de rendementsretoriek. Ik denk nochtans dat dat een meerwaarde oplevert voor de samenleving. We moeten onze studenten leren om te gaan met onzekerheden. Ouders vragen wat filosofie opbrengt, maar dat is eigenlijk een heel foute vraag. De vraag die je jezelf moet stellen, is: 'Heb ik zin om die opleiding te beginnen, ligt mijn hart bij mijn studie?' Als dat zo is, ga je het veel makkelijker hebben om je te focussen, want je houdt je energie. Als je jaar in jaar uit studeert om gewoon dat verdomde diploma te halen, redelijk tegen je 'goesting', maar alleen omdat je hoopt daarmee een baantje te hebben, dan bereid je je gegarandeerd voor op een catastrofe.'

Pat Donnez: Op een leven dat gegarandeerd op meer van hetzelfde neerkomt: elke dag werken om op het eind van de maand loon op te strijken.

Caroline Pauwels: 'Daarom zijn sommige mensen al dood nog voor ze echt doodgaan.'

Pat Donnez: Humaniora betekent in het Latijn 'menselijker', de humaniora is dus letterlijk de studie die iemand tot mens vormt, maar dat is het vandaag toch niet echt.

Jean Paul Van Bendegem: 'Een heel kleine maatregel ter suggestie, die een hele stap vooruit zou zijn. Ik bedacht hem met de taaltest die wij, hoogleraren, moesten afleggen voor Engels. Ik heb mij een breuk gelachen die dag met de proffen die opnieuw als de eerste de beste student naar een examen moesten komen. De angst. Eén maatregeltje dus: die toelatingsexamens, laat ze eerst eens door de proffen zelf doen. Zo creëer je een effect van gelijkwaardigheid. Als je geld en kennissen genoeg hebt, dan bereid je dat examen degelijk voor en slaag je misschien. Er zijn een aantal anderen die heel goede artsen zouden zijn maar niet de luxe kennen om zich tegen veel geld te laten omringen en die zakken. De samenleving verliest in beide gevallen. Je hoort me niet zeggen dat wie slaagt, geen goede arts zou zijn. Dat hoop ik niet. Maar je sluit systematisch een aantal mensen uit die zich verdienstelijk zouden kunnen maken. En vandaag weren wij in het artsenexamen ook heel talentvolle jongeren met een migratieachtergrond. Punt. Terwijl de samenleving diverser wordt en zij behandeld zullen worden door blanke artsen. We missen dus onophoudelijk opportuniteiten. De positieve kant van dit verhaal is - en daar ben ik vast van overtuigd: het talent dat nu boven water komt is eigenlijk maar een fractie van het aanwezige potentieel. Een schier onuitputtelijke energiebron. Het is alleen een kwestie de meest efficiënte manier te vinden van hoe je die moet ontginnen, hoe je dat talent kunt laten schitteren.'

Caroline Pauwels: 'Rise and shine.'

Wonderlust. De kunst van een mooi leven. ISBN 978 90 571 8900 5. Verschijnt oktober 2019. 170 × 210. Paperback. 19,95 euro.

Boekenbeurs: 2 november 2019

Boekvoorstelling: 6 februari 2020