De Aarde is voortdurend in beweging. Wij, als mens, zien maar het topje van deze spreekwoordelijke ijsberg bewegen. Als we dan die bewegingen van de Aarde ervaren, vallen ons uiteraard de meest spectaculaire aspecten op, zoals aardbevingen of vulkaanuitbarstingen. Daartussen lijkt er "rust" te zijn, waar dit soort gebeurtenissen nauwelijks minuscule voetnootjes zijn in de lange geologische geschiedenis. Je zou het bijna achtergrondruis kunnen noemen. Het zijn de (bijna) onzichtbare dagdagelijkse processen binnen onze Aarde die, op een ontzettend trage manier, bepalen hoe onze planeet er nu uitziet en het leven zoals we kennen kan ondersteunen. Daar wil ik even dieper op in gaan.

Onzichtbare dagdagelijkse processen bepalen hoe onze planeet er nu uitziet.

Een belangrijk aspect hier is de geologische relativiteit van het begrip tijd. In een mensenleven veranderen bepaalde natuurlijke landschappen nauwelijks. Iets wat 1000 jaar duurt, lijkt voor de mens meer dan een eeuwigheid, maar in de geologische tijd is dit ontzettend snel. We moeten ook beseffen dat de 4,6 miljard jaar oud is. Als men de geschiedenis van de Aarde in één kalenderjaar zou gieten, komt 1 dag overeen met 12,5 miljoen jaar. Als de Aarde dus ontstond op 1 januari, dan verschenen de allereerste landdieren op 1 december. 25 dagen later werden ze geconfronteerd met een gigantische meteorietinslag (de fameuze meteoriet impact inslag 65 miljoen jaar geleden), die zorgde voor het uitsterven van de dinosauriërs. Ondertussen was er ook een belangrijke verandering van het wereldbeeld. Zo rond 15 december (200-300 miljoen jaar geleden), lagen alle continenten tezamen als het megacontinent Pangea, dat "langzamerhand" is opengebroken en de stukken zijn weggedreven tot hun huidige positie.

Pas op 31 december, zo een uurtje voor middernacht, ontstond Homo sapiens, de moderne mens,...

De meest tastbare manier om - op menselijke maat - naar het ritme van de Aarde te kijken, is om naar de jaarlijks veranderende positie van onze magnetische noordpool te kijken, gekend als de "polar wander" (letterlijk het wandelen van de polen).

Voor alle duidelijkheid, de magnetische polen vallen niet samen met de geografische polen. De positie van de geografische pool ligt vast en is gekoppeld aan de vaste rotatie-as van de Aarde. De magnetische noordpool is de plaats waar de veldlijnen van het aardmagnetische veld verticaal liggen, en waar ook een kompasnaald naar zal wijzen. Gezien navigatie op kompas al vanaf de oudheid werd gebruikt, is het uiteraard wat vreemd om dan te vernemen dat dit vrij belangrijke referentiepunt eigenlijk niet eens een vaste plaats kent...

Het aardmagnetisch veld wordt opgewekt door convectiebewegingen in de vloeibare buitenkern van onze Aarde. Deze hete, metallische vloeistof wordt in beweging gezet door warmte, maar ondergaat ook invloeden door de rotatie van de Aarde. Zoals een dynamo zal daardoor een magnetisch veld ontstaan. Omdat uiteraard het opwekken van dit veld gekoppeld is aan de rotatie van de Aarde, zullen zowel de rotatiepolen als magnetische polen in elkaars buurt liggen... Het is vooral de grillige aard van de convectieprocessen in de kern die er voor zorgen dat de positie van de magnetische polen niet vast ligt. De magnetische noordpool verplaatst zich bijvoorbeeld sinds 1904 nogal rechtlijnig naar het noordnoordwesten aan een gemiddelde snelheid van 55 km per jaar.

Op maat van het ritme van de Aarde is dit ontzettend snel, en heeft rechtstreekse gevolgen voor alle navigatie op kompas. Alle kaarten voor scheepvaart en vliegverkeer (maar ook voor uw wagen) moesten daarom regelmatig worden bijgewerkt om die polar wander in rekening te brengen voor navigatie. Uiteraard is dit nu deels (lees: sneller) verholpen door navigatie via het GPS-systeem, maar dat wil niet zeggen dat dit uit het oog wordt verloren.

Er is echter nog een ander belangrijk aspect aan het aardmagnetisch veld dat van belang is voor het leven op Aarde; het gedraagt zich als een schild tegen zowel kosmische straling als straling van de Zon (o.a. zonnewinden en zonnevlagen). De sterkte van dit schild is uiteraard gekoppeld aan de activiteit van de processen die aan de basis liggen van het Aarde magnetisme. Er zijn namelijk periodes dat het magneetveld verzwakt, en "ons" dus ook meer kwetsbaar maakt voor deze straling. Zulke verzwakking treedt meestal op tijdens een magnetische ompoling; wanneer de magnetische noordpool "verplaatst" naar het geografische zuiden en de magnetische zuidpool naar het geografische noorden verhuist.

Tijdens zo'n fase wordt de convectie van de buitenkern chaotischer, en verzwakt het veld zodanig dat het uit elkaar valt in verschillende kleinere - en zwakkere - pooltjes. Mocht dit "morgen" gebeuren, zou dat uiteraard ook een drastisch effect kunnen hebben op navigatie, gezien kompasnaalden zouden aangetrokken worden door verschillende, zwakkere, noordpooltjes.

Dit is een proces dat echter doorgaans een duizendtal jaar duurt, en het pas over verschillende generaties heen duidelijk zal worden wat er gaande is. De huidige fase (Brunhes chron), met een magnetische noordpool in het geografische noorden, duurt al 780.000 jaar, wat best al lang is. Het valt moeilijk in te schatten wanneer de volgende ompoling zal gebeuren, gezien de duur van zo'n stabiele periode heel wisselend is. Gezien dit ook een geleidelijke overgang is, zullen de effecten op het leven, maar ook op de dan gangbare technologieën, zich maar gradueel doen voelen.

Het Aardse magneetveld is, in vergelijking met dat van de naburige planeten, uniek qua sterkte. Maar de Aarde heeft nog een unieke troef achter de handen... continenten die bewegen. Het is niet geheel ontoevallig dat deze beide processen op Aarde gebeuren. Het belangrijkste mechanisme achter het magneetveld, is het opwekken van warmte in de kern van de Aarde. Dit zet niet alleen de vloeibare buitenkern in beweging, maar die warmte wordt ook verder doorgegeven naar de andere schalen van de Aarde; de mantel en de korst. Hoewel de mantel van de Aarde bestaat uit vaste gesteenten, beweegt deze door de warmte. Deze uiterst trage beweging kan best vergeleken worden met asfalt dat van vorm kan veranderen als het zeer warm weer is. Deze bewegingen van de mantel zorgen ervoor dat de lithosfeerplaten - de "koudere" bovenste delen van de Aarde, onder meer, bestaande uit continentale en oceanische korst - gaan bewegen. Ter illustratie van de snelheid van deze beweging, grijpen we terug naar het eerder vernoemde opengebroken megacontinent Pangaea.

De gemiddelde "snelheid" waarmee Europa en Noord-Amerika zich van elkaar verwijderden (en nu nog steeds), is maar 2 cm per jaar, wat even snel is als de groei van een vingernagel. Dit is bijvoorbeeld nauwelijks te zien in IJsland, dat pal op zo'n spreidingszone ligt. Dit ganse spreidingsproces was uiteraard niet zonder gevolgen. Het openen van oceanen en het botsen tussen verschillende continenten zal zowel atmosferische als oceanische circulatie beïnvloeden, met als gevolg dat de Aarde beter "geventileerd" zal worden. Het is net door de huidige ligging van de continenten dat grofweg 2 miljoen jaar geleden een cyclus van ijstijden en tussenijstijden ontstond...

Maar ook dat duurt niet "eeuwig", want de Aarde blijft bewegen.

Als de huidige trends zich doorzetten, zal een noordwaarts drijvend Afrika er binnen 50 miljoen jaar voor zorgen dat de Middellandse Zee verdwijnt. Door deze botsing met het Euraziatische continent zal er in de plaats een gigantisch gebergteketen ontstaan. Wat we nu als België kennen, zal opgenomen worden in de noordflank van dat gebergte, en zal verder naar het noorden blijven schuiven. Tegen 250 miljoen jaar (op "20 januari") zitten we dan weer opgefrommeld in een nieuw supercontinent, Pangaea Ultima.

Het valt maar te raden tot wat het leven op Aarde dan is geëvolueerd... en wat er van onze huidige wereld dan nog te zien valt.

De Aarde is voortdurend in beweging. Wij, als mens, zien maar het topje van deze spreekwoordelijke ijsberg bewegen. Als we dan die bewegingen van de Aarde ervaren, vallen ons uiteraard de meest spectaculaire aspecten op, zoals aardbevingen of vulkaanuitbarstingen. Daartussen lijkt er "rust" te zijn, waar dit soort gebeurtenissen nauwelijks minuscule voetnootjes zijn in de lange geologische geschiedenis. Je zou het bijna achtergrondruis kunnen noemen. Het zijn de (bijna) onzichtbare dagdagelijkse processen binnen onze Aarde die, op een ontzettend trage manier, bepalen hoe onze planeet er nu uitziet en het leven zoals we kennen kan ondersteunen. Daar wil ik even dieper op in gaan.Een belangrijk aspect hier is de geologische relativiteit van het begrip tijd. In een mensenleven veranderen bepaalde natuurlijke landschappen nauwelijks. Iets wat 1000 jaar duurt, lijkt voor de mens meer dan een eeuwigheid, maar in de geologische tijd is dit ontzettend snel. We moeten ook beseffen dat de 4,6 miljard jaar oud is. Als men de geschiedenis van de Aarde in één kalenderjaar zou gieten, komt 1 dag overeen met 12,5 miljoen jaar. Als de Aarde dus ontstond op 1 januari, dan verschenen de allereerste landdieren op 1 december. 25 dagen later werden ze geconfronteerd met een gigantische meteorietinslag (de fameuze meteoriet impact inslag 65 miljoen jaar geleden), die zorgde voor het uitsterven van de dinosauriërs. Ondertussen was er ook een belangrijke verandering van het wereldbeeld. Zo rond 15 december (200-300 miljoen jaar geleden), lagen alle continenten tezamen als het megacontinent Pangea, dat "langzamerhand" is opengebroken en de stukken zijn weggedreven tot hun huidige positie. Pas op 31 december, zo een uurtje voor middernacht, ontstond Homo sapiens, de moderne mens,... De meest tastbare manier om - op menselijke maat - naar het ritme van de Aarde te kijken, is om naar de jaarlijks veranderende positie van onze magnetische noordpool te kijken, gekend als de "polar wander" (letterlijk het wandelen van de polen). Voor alle duidelijkheid, de magnetische polen vallen niet samen met de geografische polen. De positie van de geografische pool ligt vast en is gekoppeld aan de vaste rotatie-as van de Aarde. De magnetische noordpool is de plaats waar de veldlijnen van het aardmagnetische veld verticaal liggen, en waar ook een kompasnaald naar zal wijzen. Gezien navigatie op kompas al vanaf de oudheid werd gebruikt, is het uiteraard wat vreemd om dan te vernemen dat dit vrij belangrijke referentiepunt eigenlijk niet eens een vaste plaats kent...Het aardmagnetisch veld wordt opgewekt door convectiebewegingen in de vloeibare buitenkern van onze Aarde. Deze hete, metallische vloeistof wordt in beweging gezet door warmte, maar ondergaat ook invloeden door de rotatie van de Aarde. Zoals een dynamo zal daardoor een magnetisch veld ontstaan. Omdat uiteraard het opwekken van dit veld gekoppeld is aan de rotatie van de Aarde, zullen zowel de rotatiepolen als magnetische polen in elkaars buurt liggen... Het is vooral de grillige aard van de convectieprocessen in de kern die er voor zorgen dat de positie van de magnetische polen niet vast ligt. De magnetische noordpool verplaatst zich bijvoorbeeld sinds 1904 nogal rechtlijnig naar het noordnoordwesten aan een gemiddelde snelheid van 55 km per jaar. Op maat van het ritme van de Aarde is dit ontzettend snel, en heeft rechtstreekse gevolgen voor alle navigatie op kompas. Alle kaarten voor scheepvaart en vliegverkeer (maar ook voor uw wagen) moesten daarom regelmatig worden bijgewerkt om die polar wander in rekening te brengen voor navigatie. Uiteraard is dit nu deels (lees: sneller) verholpen door navigatie via het GPS-systeem, maar dat wil niet zeggen dat dit uit het oog wordt verloren. Er is echter nog een ander belangrijk aspect aan het aardmagnetisch veld dat van belang is voor het leven op Aarde; het gedraagt zich als een schild tegen zowel kosmische straling als straling van de Zon (o.a. zonnewinden en zonnevlagen). De sterkte van dit schild is uiteraard gekoppeld aan de activiteit van de processen die aan de basis liggen van het Aarde magnetisme. Er zijn namelijk periodes dat het magneetveld verzwakt, en "ons" dus ook meer kwetsbaar maakt voor deze straling. Zulke verzwakking treedt meestal op tijdens een magnetische ompoling; wanneer de magnetische noordpool "verplaatst" naar het geografische zuiden en de magnetische zuidpool naar het geografische noorden verhuist. Tijdens zo'n fase wordt de convectie van de buitenkern chaotischer, en verzwakt het veld zodanig dat het uit elkaar valt in verschillende kleinere - en zwakkere - pooltjes. Mocht dit "morgen" gebeuren, zou dat uiteraard ook een drastisch effect kunnen hebben op navigatie, gezien kompasnaalden zouden aangetrokken worden door verschillende, zwakkere, noordpooltjes. Dit is een proces dat echter doorgaans een duizendtal jaar duurt, en het pas over verschillende generaties heen duidelijk zal worden wat er gaande is. De huidige fase (Brunhes chron), met een magnetische noordpool in het geografische noorden, duurt al 780.000 jaar, wat best al lang is. Het valt moeilijk in te schatten wanneer de volgende ompoling zal gebeuren, gezien de duur van zo'n stabiele periode heel wisselend is. Gezien dit ook een geleidelijke overgang is, zullen de effecten op het leven, maar ook op de dan gangbare technologieën, zich maar gradueel doen voelen.Het Aardse magneetveld is, in vergelijking met dat van de naburige planeten, uniek qua sterkte. Maar de Aarde heeft nog een unieke troef achter de handen... continenten die bewegen. Het is niet geheel ontoevallig dat deze beide processen op Aarde gebeuren. Het belangrijkste mechanisme achter het magneetveld, is het opwekken van warmte in de kern van de Aarde. Dit zet niet alleen de vloeibare buitenkern in beweging, maar die warmte wordt ook verder doorgegeven naar de andere schalen van de Aarde; de mantel en de korst. Hoewel de mantel van de Aarde bestaat uit vaste gesteenten, beweegt deze door de warmte. Deze uiterst trage beweging kan best vergeleken worden met asfalt dat van vorm kan veranderen als het zeer warm weer is. Deze bewegingen van de mantel zorgen ervoor dat de lithosfeerplaten - de "koudere" bovenste delen van de Aarde, onder meer, bestaande uit continentale en oceanische korst - gaan bewegen. Ter illustratie van de snelheid van deze beweging, grijpen we terug naar het eerder vernoemde opengebroken megacontinent Pangaea. De gemiddelde "snelheid" waarmee Europa en Noord-Amerika zich van elkaar verwijderden (en nu nog steeds), is maar 2 cm per jaar, wat even snel is als de groei van een vingernagel. Dit is bijvoorbeeld nauwelijks te zien in IJsland, dat pal op zo'n spreidingszone ligt. Dit ganse spreidingsproces was uiteraard niet zonder gevolgen. Het openen van oceanen en het botsen tussen verschillende continenten zal zowel atmosferische als oceanische circulatie beïnvloeden, met als gevolg dat de Aarde beter "geventileerd" zal worden. Het is net door de huidige ligging van de continenten dat grofweg 2 miljoen jaar geleden een cyclus van ijstijden en tussenijstijden ontstond... Maar ook dat duurt niet "eeuwig", want de Aarde blijft bewegen. Als de huidige trends zich doorzetten, zal een noordwaarts drijvend Afrika er binnen 50 miljoen jaar voor zorgen dat de Middellandse Zee verdwijnt. Door deze botsing met het Euraziatische continent zal er in de plaats een gigantisch gebergteketen ontstaan. Wat we nu als België kennen, zal opgenomen worden in de noordflank van dat gebergte, en zal verder naar het noorden blijven schuiven. Tegen 250 miljoen jaar (op "20 januari") zitten we dan weer opgefrommeld in een nieuw supercontinent, Pangaea Ultima. Het valt maar te raden tot wat het leven op Aarde dan is geëvolueerd... en wat er van onze huidige wereld dan nog te zien valt.